Een nieuw Fokker

TEN SLOTTE IS het zover: Fokker is met handtekeningen in het Kurhaus overgegaan in Duitse handen, als onderdeel van het reusachtige Daimler Benz. De Nederlandse politiek en Fokker hebben een bewogen tijd achter de rug, waarin achter een façade van getallen en prognoses nogal wat emotie en radeloosheid schuil gingen.

Zo had de Nederlandse staat jaren geleden geconcludeerd dat Fokker te groot was om met overheidssteun de concurrentieslag met de grote buitenwereld te blijven voeren en te klein om op eigen benen te staan. Het verantwoordelijke management kreeg de opdracht een geschikte partner te zoeken. Het kweet zich van zijn taak en kwam na ampel beraad met het Duitse Dasa op de proppen.

Het gebruikelijke tête-à-tête van twee verantwoordelijke heren - Nederkoorn en grootaandeelhouder minister Andriessen - om een ordelijk scenario uit te stippelen, bleef echter achterwege. Andriessen bleek veel tijd nodig te hebben voor een eindoordeel, voerde een zomertheater van persoonlijk nachtelijk onderhandelen met een Dasa-bestuurder op en kreeg keurig de rekening gepresenteerd.

Het langdurige nadenken van Andriessen heeft de Staat der Nederlanden ten minste een kwart miljard gekost, volgens sommigen 400 miljoen gulden. Dat zou op zichzelf niet zo erg zijn geweest - nadenken is verstandig - ware het niet dat tot op de dag van vandaag niet duidelijk is geworden wat de bewindsman nu precies wilde bereiken. Wilde hij de driftige junioren van het Fokker-management of de Duitse industriëlen als oud-ondernemer een lesje leren? Had hij gewoon een hekel aan Duitsers? Het is een vraag gebleven waar vastberadenheid en zorgvuldigheid van minister en management ophielden en stugheid en onhandigheid begonnen.

Maar goed. Het is verstandig om de kater snel te vergeten. De nieuwe combinatie begint economisch beschouwd toch al onder een uiterst ongunstig gesternte. Het Daimler-Benz-concern vertoont de trekken van een reus op lemen voeten. In de late jaren tachtig heeft het concern nog volgens toen vertrouwd Westduits recept - in samenspraak met politiek en banken - de overstap van onverwoestbare auto's naar een multi-techniek-concern gemaakt. Maar inmiddels vallen concurrentie uit Azië, recessie en afbestelling van oorlogstuig alle tegelijk over het concern heen. Achteraf gezien lijkt het welhaast hybris, waarmee Daimler-chef Reuter zich met de Deutsche Bank, Helmut Kohl en wijlen Franz-Josef Strauss en de daarbij passende overheidsgaranties op de aankoop van alle mogelijke bedrijfstakken, variërend van vliegtuigen tot verzekeringen, heeft geworpen.

MET DIE TEGENWIND en onzekerheden begint Fokker als Duitse dochter een nieuw leven. Fokker en de Nederlandse achterban hebben nu de dure plicht met overtuiging en vertrouwen te werken aan een goed huwelijk. Contractuele toezeggingen over welk onderdeel waar precies wordt vervaardigd zijn, hoezeer Andriessen daar nu ter rechtvaardiging op hamert, minder waard dan een volwassen samenwerking. Een goed bedrijf zal altijd daar laten produceren waar dat het beste gaat, en als andere criteria een rol spelen is zo'n bedrijf niet in orde.

Omgekeerd geldt voor Dasa dat de ware investering in de opbouw van vertrouwen nu begint. In Duitsland is betrekkelijk weinig aandacht besteed aan het voor Nederland zo gevoelige onderwerp Fokker.

Het is goed wanneer men zich in het verre München realiseert dat een zakelijke en dus faire Dasa-Fokker-relatie in Nederland wordt beschouwd als een testcase voor Nederlands-Duitse samenwerking. De aanloop was weinig fraai, maar het echte werk kan nu beginnen.