Een fraai gebarend beeld in een hoge, klaterende fontein

Gezelschap: Reflex. Nieuwe werken: Eden swamp: choreografie: Lisa Marcus; muziek: Michel Mulders; Time left for ...: choreografie: Joaquin Sabaté; muziek: Yens & Yens; Jour de fête: choreografie: Patrizia Tuerlings; muziek: Jan Kuiper en Maurice Ravel; kostuums: Henk Knaap; decorontwerp Boes Diertens en licht: Jan van Velden. Gezien: 25 april Stadsschouwburg Amsterdam, eerstvolgende voorstellingen 27/4 Stadskanaal, 28/4 Hoogeveen, 29/4 Assen; 30/4 Tiel, 6/5 Hoofddorp, 12/5 Breda, 13/5 Oss. Voor informatie latere voorstellingen: 050-719888.

Met de theatrale elementen die artistiek leidster Patrizia Tuerlings voor het repertoire van Reflex nastreeft zit het wel goed in de drie nieuwe werken. Ontwerper Boes Diertens weet sfeervolle toneelbeelden te realiseren waarin een tikje ironie en een frisse aanpak verwerkt is en aan heftige dramatiek danwel relativerende humor is ook geen gebrek. Danskunstig gezien is de oogst echter pover te noemen.

Lisa Marcus komt in Eden swamp met de felle kenau Lilith, Adams eerste vrouw, tegenover de lieflijke doch het paradijs verspelende Eva als thema, niet verder dan veel vertoon van onverbloemde seksuele driften en grote gebaren. Je wordt er niet koud of warm van. Alleen de felheid en overgave waarmee Josje Manuputty de rol van Lilith vertolkt houdt nog enigszins de aandacht vast.

Interessanter wat beweging betreft is Time left for ... van Reflexdanser Joaquin Sabaté. Alleen maken die bewegingen niet duidelijk waar het in zijn werk eigenlijk om gaat. Het programmaboekje vermeldt dat de drie vrouwen de afgebakende ruimte, een honingraatachtig vloerdeel plus wand, willen doorbreken. Zij beklimmen de wand daartoe veelvuldig, hetgeen mooie plaatjes oplevert en in de relatie tussen de drie vrouwen schijnt niet alles koek en ei te zijn. In opbouw is het echter allemaal uiterst zwak. Het veelvuldig geklim en de losheid van de bewegingen krijgen daardoor iets vrijblijvends.

Teleurstellend vond ik, gezien haar eerdere werken, ook Patrizia Tuerlings Jour de fête. Het begin is veelbelovend, met die drie stoere mannen met hun zwarte wijde mantels, de kittige en tegelijk ook sloverige vrouw die haar uitdagende zwarte lapjes als waaiers in de rondte zwiert om er vervolgens even fanatiek de vloer mee aan te dweilen. Hoog in een klaterende fontein staat een levende, naakt aandoend "beeld' dat langzaam van de ene naar de andere fraaie pose transformeert. Het voetgeroffel en het machogedrag van de heren verwijst naar de Spaanse dans, evenals de wiegende heupen en de armbewegingen van de vrouw. Dat is ook Tuerlings bedoeling: een sfeer scheppen van een Zuideuropese gemeenschap op een zonovergoten plein. Er zitten een paar aardige mallotige fragmenten in het werk. Maar de totaalindruk is toch vooral melig, alsof Jour de fête op een paar namiddagen in elkaar is gezet zonder dat er van een werkelijke inspiratie sprake was.

Aan de dansers lag het niet. Zij zetten zich voor honderd procent in. Maar ik geloof dat het dringend tijd wordt dat Reflex haar tweede doelstelling, het brengen van dansant werk, weer eens ter hand neemt met andere pittigere en exactere fysieke uitdagingen dan waarmee de dansers nu voorgesteld worden.