B.J.M. BARON VAN VOORST TOT VOORST; Veel gevoel voor religieuze traditie

DEN HAAG, 27 APRIL. Met Berend-Jan Marie baron van Voorst tot Voorst vertrekt niet direct een politicus uit Den Haag als wel een katholieke heer van adel. Als staatssecretaris heeft hij in de militaire wereld van Defensie nooit echt zijn draai gevonden al zat bij familieleden van zijn vader én van zijn moeder (De Quay) de wapenrok gegoten.

Van Voorst tot Voorst was een talentvolle en vooral bedachtzame ambtenaar van Economische Zaken. Bij toeval kwam hij in de politiek. Hij volgde kort R. van der Linden op, die als staatssecretaris van Buitenlandse Zaken struikelde over de paspoortaffaire. Tot verrassing van kanididaat-minister Ter Beek voor Defensie presenteerde formateur Lubbers in 1989 Van Voorst hem als staatssecretaris.

Ter Beek had gehoopt dat Van Voorst erin zou slagen de CDA-fractie in de Tweede kamer "af te dekken voor de beleidsplannen'. Maar de contacten van Van Voorst met de fractie hielden niet over. Op 16 maart 1992 zei hij in deze krant: “Zelf vind ik dat ik in mijn vak groei. Wensen hierna? Iets bestuurlijks, de publieke zaak dienend. Dat kun je mijn lust en mijn leven noemen.” Lust was overigens de laatste drieënhalf jaar niet al te vaak van zijn gezicht af te lezen. Hij kende tegenslagen.

De Kamer dwong hem om Fokker te betrekken bij de aankoop van nieuwe vliegtuigen tegen zijn eigen voorstellen in. Op dit moment maakt de Kamer zich weer sterk voor DAF terwijl de staatssecretaris daar niet van overtuigd lijkt.

Op dienstreis in Washington verkondigde hij dat Nederland er in het Golfgebied tegen aan moest met eigen inzet van militairen juist op het moment dat oud-minister Van der Stoel moeizaam onderhandelde met Bagdad om Nederlanders uit Koeweit vrij te krijgen. De minister-president nam afstand van zijn ontboezeming. Krijgen zijn ambtenaren en de militaire inkopers wel voldoende weerwoord van hem, vroegen de defensiespecialisten in de Tweede Kamer geregeld tijdens zijn optreden in de Kamer? In de lange monologen van Van Voorst konden zij het antwoord op hun vraag zelden opvissen.

Het was van groot belang voor het CDA dat een partijlid werd gevonden dat door onkreukbaarheid, persoonlijke inzet, hoffelijkheid en bedekte charme tegenwicht kon geven aan het beeld van sjoemelende lokale CDA-bestuurders in de onderbuik van Nederland.

Van Voorst, geboren in het Gelderse Beek op 7 februari 1944, kreeg thuis van zijn vader, die burgemeester van Ubbergen en Tilburg werd na gedeputeerde van Gelderland te zijn geweest, ingegoten hoe je de publieke zaak moet dienen. En ook bij zijn oom Jan de Quay (oud-minister-president en oud-commissaris van de Koningin) in het provinciehuis van Brabant deed hij die niet-Limburgse kennis op. Nu Maastricht een woord is geworden waarmee miljoenen in de EG worstelen komt zijn Europese kennis, in 1969 opgedaan in het kabinet van EG-commissaris Sassen en later van Andriessen, hem goed van pas. Ter Beek liet hem ook veel linten knippen en bezoekers op de vliegvelden Valkenburg en Schiphol in- en uitzwaaien. De minister en zijn directe medewerkers vonden hem daar uiterst bedreven in.

Maar daarnaast brengt de voormalige staatssecretaris zijn kwaliteiten van bescheidenheid, gevoel voor traditie ook in religieuze zin mee naar het gouvernement van Limburg. Hij toont inzet voor de publieke zaak en is wars van stromingen. Bij bestudering van vaardigheden van het rijtje kandidaten vielen die in een vroeg stadium op.