Adrenaline

De middag gleed traag over Lissabon. Gevangen in de boulevards kroop het verkeer terug naar huis. Niets bijzonders dus, en dat zijn de slechtste voortekens.

Vanaf daarboven, op het Sheratonhotel, zou hij de stad zien zoals hij haar had gewild: eindelijk onderworpen aan zijn voeten. De lift kwam boven uit bij een zachtbeklede, drukbezochte, de tijd voor het diner verdrijvende lounge. Niemand lette op zijn binnenkomst, terwijl hij meende er recht op te hebben bekeken en door obers gevraagd te worden waarvoor hij kwam. Op het dakterras, vanuit de lounge, zetten zich de drankjes verder voort en de kunst om een late namiddag in een Atlantische stad te overleven.

Daar keek hij. In de verte gloeide, het was niet te veel gezegd, de Sint Jorisburcht in een laagstaande zachte zon. Als was alles gepland. Want juist deze kleurnuances kon hij nu gebruiken voor de reportage over een stralend en toch een beetje, alleen maar een klein beetje nostalgisch Lissabon. Eerst had dit monster op de lende van de stad moeten verrijzen om er dat zicht op te krijgen. De eerste foto's werden daarvandaan gemaakt: tussen de gasten en hun exotisch parfum.

Hij ontdekte daarna dat hij meer ruimte zou hebben op een uiterste punt van die uitkijk, waar de tafeltjes onbezet, het leek wel aan hun lot overgelaten, langs de balustrade stonden. Hij zou zijn elleboogstompjes op de kale tafelbladen neerplanten en dat zou het dieptebereik van het objectief vergroten.

Hij bekeek, daar, loodrecht deze keer, de stad die zeventig meter onder hem in de weer was. Minuten later bestookten de lenzen de façades, gleden langs de ramen, drongen door in een minieme, allerbescheidenste intimiteit, hielden her en der een punt vast, de zoom werd ingesteld, de foto gemaakt. Maar hiervoor was hij niet gekomen, wel om het veraf liggende vast te leggen, het vage verschiet, zoals dichters het graag stellen. En dat was daar allemaal. Kon maar iemand voor hem de zon stil laten staan.

Als je eenmaal zover geklommen bent, klim je ook nog wel op een van die tafeltjes. Daarmee krijg je, in de verte, een verwaarloosbare winst. Maar op welke hoogte het hart zit, dat is wat voor de fotograaf telt. De stad, de Taag en de wereld rondom geven zich nog meer gewonnen aan die lens die hen aftast. En dan, ja, dan wijkt de tafel naar voren. Een kwestie van millimeters, de voet merkt het niet eens. Maar iets helde ze, iets veroverde ze op de smalle ruimte die haar van de balustrade scheidt. Newton zou zeggen dat de afgrond zich opdrong. Lissabon levert zich steeds verder over, er schuilt een juichtoon in die okers, in die oranje tinten, in een steeds beter waarneembaar violet. En de tafel blijft hellen, neigt al uitnodigend naar de luchtkolom die afgelegd, het trottoir dat getrotseerd moet worden, naar de "zinloze dood' zoals het genoemd zal worden. “Op zijn borst hing nog, wonderbaarlijk ongeschonden, het fototoestel. Werkelijk spectaculair als deze foto's zijn, zullen ze in onze volgende aflevering verschijnen.”

De dood, zelfs een dergelijke, zegt men, is pijnloos. Als de klap eenmaal onvermijdelijk blijkt, dienen de hersenen in tienden van seconden het organisme een adrenalinebad toe dat ons in onbeschrijfelijke euforie dompelt. (Dat zegt men! Gaat u het vooral niet proberen). Groot en wijs is de natuur die wij in ons hebben, zelfs als zij aan haar eind komt voor de deuren van een mondain hotel.

Zover is het deze keer niet gekomen. Niet altijd hebben sadisten geluk. Een flinterdun nippertje drong zich tussen de hoek die de tafel aan het beschrijven was en het punt waar iedere terugkeer onmogelijk zou zijn. Evenwichtsgevoel, overlevingsdrang, iets was er dat de dood de pas afsneed. De tafelpoot die omhoog was getild rustte intussen, alweer onverschillig, op de tegelvloer.

Met een sprong stond hij weer op de grond. De schrik, het trillende gevoel, het besef van de vergankelijkheid van alles overvielen hem enkele ogenblikken. Bijna had hij geweten hoe het is om te sterven, en zonder een grondige reden. Op luttele meters van hem vandaan, langs de bezette tafeltjes, had niemand gekeken, had niemand iets gemerkt. En als er iets was dat hem opstandig maakte, was dat het wel: de zekerheid dat hij, even tevoren, in de afgrond verdwenen zou zijn zonder dat iemands adem stokte.

De foto's waren spectaculair.

Vertaling: Catherine Barel