Wel plezier, maar geen tophockey bij SCHC

UTRECHT, 26 APRIL. Het was meer dan een sportieve plicht. SCHC behaalde gisteren zijn eerste zege van dit seizoen. Na twee gelijke spelen en zestien nederlagen won "Stichtse' met 3-1 van Kampong. Na afloop liepen de piepjonge Bilthovenaren grijnzend rond het clubhuis. De degradatie was een feit, maar buurman Kampong tegelijkertijd een loer gedraaid.

Van oudsher is de derby beladen. De corpsclub tegen de gewone jongens. De watjes tegen de vechtjassen. SCHC en Kampong: verschillende grootheden. "Stichtse' stamt af van de in 1906 opgerichte Utrechtse Hockeyclub Utrecht (UHCU) en is in de jaren twintig samengegaan met de Stichtse cricketclub. SCHC was decennia lang de betere. Met als hoogtepunt het enige, in 1959 behaalde landskampioenschap in de clubhistorie. Internationals als Hooghiemstra en Overdijkink behoorden tot de sterren van weleer.

Pas in de late jaren zestig werden de rollen omgedraaid. Bij Kampong dienden zich sterren aan als Van Staveren, Bolhuis en Litjens. Vervolgens ook Van 't Hek en René Klaassen. In de tijd dat de later opgeheven faculteit Tandheelkunde diverse talenten naar Utrecht lokte. Voor het eerst waagden jongens uit Bilthoven het de overstap naar de Utrechtse concurrent te maken. Jacques Brinkman promoveerde in 1985 met SCHC naar de hoofdklasse, maar vertrok toch naar Kampong. Een topclub toen, met landstitels en Europa Cups in de prijzenkast. Zijn broer Richard volgde een jaar later. Andersom is de verhuizing nog minder gebruikelijk. De gewezen Kampongers Martijn Marree en Stefan de Leeuw spelen nu in Bilthoven.

Inmiddels zijn de historische verhoudingen vervaagd. De toppers van weleer bungelen onderaan in de hoofdklasse. Bij Kampong heerst het hele jaar al een gespannen sfeer. De vertrekkende coach Donald Drost strafte zijn ster Jacques Brinkman wegens onaardige uitlatingen in de pers. Bij SCHC wordt wel gelachen, maar ook geen tophockey gespeeld. De club met 1200 leden, een van de grootste van Nederland, is een familieclub, luidt het excuus. Maar zijn dat niet alle hockeyclubs?

Langs de kant stonden gisteren ouders die niet meer wisten welke club ze moesten aanmoedigen. SCHC'er Zoran van Gessel verliet zijn broer Olaf en speelt sinds twee jaar bij Kampong. En Bart van Gaalen stond nu nog onder de lat bij SCHC maar heeft al aangekondigd volgend seizoen in Utrecht te spelen. Vader Brinkman, Bilthovenaar, camoufleert zijn rancune tegen Kampong. Het beladen vertrek van Jacques weegt niet op tegen het meespelen van Richard.

Echte emoties zouden er niet meer zijn. Ook omdat het jeugdige team van SCHC-coach Rob Weers het spel niet heeft geleerd in de hockeylanen van het villadorp. De jonkies werden al op vijftien of zestien-jarige leeftijd weggeplukt bij minder sterke clubs als Doorn en Leusden. Dit seizoen kregen zij de kans zich te bewijzen. Bij de jarenlange middenmoter vertrokken afgelopen zomer oudgedienden als Van Esveld, Van der Meer en Beentjes. Bovendien koos international Bastiaan Poortenaar voor HGC.

Coach Weers had zich door het huidige gebrek aan routine al lang verzoend met degradatie. “De ploeg is gemiddeld nauwelijks twintig jaar oud. Kijk je naar deze competitie, dan zie dat we in de eerste helft vaak goed spelen. Na rust gaan we meestal de boot in.” Weers was een paar jaar jeugdtrainer bij SCHC, tot hij vorig jaar de zieke Rob Bianchi moest vervangen. Die vertrok vervolgens naar Laren, dat hij deze zomer weer inruilt voor zijn oude liefde Kampong. De 32-jarige Weers, afkomstig uit de Betuwe, is nu de verantwoordelijke man bij een groep met toekomst, maar dat is een oud verhaal. “Elk jaar gaan er wel een paar studeren en weg zijn ze. Het ziet er nu naar uit dat alleen Van Gessel en Van Gaalen weggaan.”

De realiteit leert dat nog maar weinig jeugdinternationals in Utrecht gaan studeren. Ze kiezen tegenwoordig voor Amsterdam. Of Rotterdam, zodat ze bij een van de drie Haagse toppers kunnen spelen. De keuze tussen Kampong of SCHC is een overbodige geworden. Keeper Bart van Gaalen vervulde tegen zijn toekomstige club de sportieve plicht met een aantal schitterende reddingen. Bij Kampong was Richard Brinkman met Jean-Pierre Pierie de enige speler die voor dreiging zorgde. Maar Brinkman slaagde erin acht strafcorners onbenut te laten. Met duels tegen Venlo en Pinoké voor de boeg heeft SCHC het lot van Kampong mede in handen. Rob Weers beloofde zijn collega Drost na afloop dat SCHC ook die wedstrijden gaat winnen: “En volgend jaar keren we terug in de hoofdklasse.”