"Voor Chasboelatov? Tegen? Dus voor Jeltsin.''

MOSKOU, 26 APRIL. Het stembureau aan de Doebrovskaja-straat in de Moskouse arbeidersbuurt Proletarskaja heeft dit keer geen luidsprekers bij de stoep neergezet om de kiezers met popmuziek te onthalen. Het buffet van het stemlokaal aan de proletarische Chodinskajastraat is mager bedeeld. Er is slechts brood met worst tegen gesubsidieerde staatsprijzen voor de lagere klassen.

In de keurige Aleksandr Nevskistraat, de wijk van president Boris Jeltsin en de steeds luidruchtiger optredende communistische leider Gennadi Zjoeganov, is echter alles ook dit jaar weer netjes op orde. IJs, snoepjes, boeken en pepsi, het is voor de mannen in modieuze pakken of trainingspakken en vrouwen op hoge hakken allemaal te krijgen. Tegen afbraakprijzen bovendien.

Ook in de Derde Michailovskisteeg hebben de kiezers evenmin te klagen over hun ontvangst. Als een bejaarde de vragen niet begrijpt, is de kiescommissie ten alle tijden bereid uitleg te verschaffen. “Bent u voor of tegen Chasboelatov? Tegen? Dan moet u voor de president stemmen”. Een bezoeker uit St.-Petersburg, die buiten zijn woonplaats eigenlijk alleen met een speciale verklaring van de burgerlijke stand zou mogen stemmen, kan er op vertoon van zijn paspoort zelfs zomaar vier keurig geparafeerde stembiljetten krijgen.

Het gedrag van de kiezers is in deze stembureaus paradoxaal genoeg omgekeerd evenredig. In de Doebrovskajastraat is om drie ur 's middags de helft van de kiezers opgekomen en is het referendum halverwege de dag derhalve al geldig. In de Derde Michailovskisteeg tekent zich tegen die tijd hetzelfde patroon af. In de Chodinskajastraat is dat magische getal reeds rond het middaguur langs geweest. Maar in de Aleksandr Nevskistraat is om half vier nog niet meer dan 35 procent van de stemgerechtigden opgekomen, hoewel Jeltsin zelf om vijf minuten over zeven 's ochtends toch het goede voorbeeld heeft gegeven en de wijk wordt bevolkt door burgers die materieel niets te klagen hebben. De overigen komen nog, weet voorzitter Valeri Tsjekalon van het stembureau niettemin: 's avonds als ze thuis zijn van het eerste zomerse weekeinde op hun datsja.

Tsjekalon blijkt gelijk te krijgen. Ook in de Aleksandr Nevskistraat is bij het sluiten van de stembussen 's avonds om tien uur meer de dan de helft van de kiesgerechtigden opgekomen. Dat spoort met de algemene trend in Moskou en de rest van het land. De participatie blijkt op 62 procent uit te komen. Dat is minder dan bij het referendum dat Sovjet-president Michail Gorbatsjov op 17 maart 1990 over het behoud van de Sovjet-Unie hield, maar de geldigheid van het plebisciet is er niet minder om.

Het stemmen is overal bovendien min of meer ordelijk verlopen. Voor een westerse waarnemer is de organisatie van het referendum over Ruslands soedba - een woord dat zowel "lot' als "noodlot' kan betekenen - een curieus verschijnsel. Maar de onregelmatigheden lijken niet structureel. De oppositie heeft op voorhand al vastgesteld dat de kieswet geschonden is. De feiten die daarvoor worden aangedragen, spelen zich vooral op het koddige niveau af: ergens is een stembus in brand geraakt omdat een kiezer er zijn sigaret in heeft gegooid, in het 33e bureau aan de Chorosjkovkojostraat is een vechtpartij uitgebroken waarbij een dronken kiezer de bril van de voorzitter van het stembureau aan stukken slaat. En dan is er natuurlijk her en der in het land het probleem van de onjuist geparafeerde of afgestempelde stembiljetten. Met name het stempelen is een onoplosbaar probleem, omdat de meeste bureau's niet voldoende stempels hebben. Aanvankelijk is alleen het stempel van het lokale bestuur geoorloofd geweest. Maar als blijkt dat de meeste wijkraden er daarvan maar één in huis hadden, geeft de centrale kiesraad op de valreep toestemming om dan maar een stempel van een “koekjesfabriek, wetenschappelijk instituut of een andere solide organisatie te gebruiken”.

Als in de loop van de nacht de eerste uitslagen binnenkomen, hoor je er dan ook niet meer over. Dat kan ook moeilijk omdat de resultaten van het referendum relatief helder zijn. De steun voor president Jeltsin persoonlijk is overal groot: 82 procent in de zware industriestad Perm in de Oeral, 74 procent in Magadan in het Verre Oosten, 73 tot 75 procent in Moskou, 73 procent in St.-Petersburg, 72 procent in zijn geboorteplaats Jekaterinaburg, 68 procent in de diamantenrepubliek Jakoetië, 67 procent in het Siberische Tomsk en circa 55 procent in Novosibirsk. Alleen in steden en regio als Gorny Altaj, Pskov, Orenburg, Basjkirië en Tatarstan hoeft Jeltsin zich voorlopig niet te laten zien. Daar heeft hij althans geen meerderheid van de opgekomen kiezers weten te halen. Overal wordt het presidentiële sociaal-economische beleid bovendien ook gesteund. De percentages zijn over het algemeen maar een enkele procenten lager dan voor hem zelf. Dat is een verrassing omdat ook in het presidentiële kamp voor het tegendeel is gevreesd.

Allemaal fraaie indicaties voor Jeltsin. De president heeft nu een politiek wapen in handen om eindelijk door te zetten tegenover het weerbarstige Congres van Volksafgevaardigden. Zijn adviseurs Michail Poltoranin (massamedia), Gennadi Boerboelis (politiek) en vice-premier Sergej Sjachrai (jurische zaken) hebben vandaag tijdens een nachtelijke wandeling dan ook al laten weten dat er nu snel parlementsverkiezingen moeten worden uitgeschreven.

Helaas gaat er juist op dit punt in de staart van het referendum nog enig politiek venijn schuil. Als vierde vraag hebben de kiezers zich moeten uitspreken over de noodzaak van voortijdige parlementsverkiezingen. Een meerderheid heeft zich daarvoor bijna overal uitgesproken. Maar conform de referendumwet en een uitspraak van het Constitutionele Hof kan die vraag alleen bindend zijn als een meerderheid van het totale aantal stemgerechtigden zich daarover positief zou hebben uitlaten. Dat nu is bijna nergens het geval. Eigenlijk heeft alleen de bevolking in Moskou, St.-Petersburg en een paar kleine plaatsen zich in absolute meerderheid uitgesproken voor vervroegde parlementsverkiezingen. Overal elders cirkelt het percentage tussen de veertig en vijftig procent.

Rond deze net-niet-nederlaag zal het Volkscongres zich nu waarschijnlijk gaan groeperen. Parlementsvoorzitter Roeslan Chasboelatov heeft daarop vanmorgen met een toespraakje tot het presidium van de Opperste Sovjet in ieder geval al een voorschotje genomen. “Laat niemand zich vleien met deze resultaten”, aldus Chasboelatov.