Vlagvertoon

Nog een paar dagen en vlaggetijd breekt weer aan. Alle mogelijke varianten zullen de revue passeren: 30 april - vlag met oranje wimpel, 4 mei - vlag halfstok, 5 mei - vlag volstok. Vlaggetjesdag - geen vlag. Juni, na succesvolle eindexamens, vlag met schooltas of pukkel in de mast. Natuurlijk hoeft niemand mee te doen met dit vertoon. Maar als men zelf de vlag uitsteekt, doe het dan zoals het hoort.

Het Vlaggendocumentatiecentrum in Amsterdam, opgericht in 1978, bespeurt een toenemende belangstelling voor het vaderlandse dundoek. Dat zou te maken hebben met de Europese eenwording. Velen zijn oprecht verontrust en vragen zich af of Nederland in de toekomst zijn vlag zal kwijtraken. Ontving het centrum de eerste jaren nauwelijks verzoeken om inlichtingen, tegenwoordig melden zich dagelijks genteresseerden die van alles willen weten over geschiedenis en protocol van onze vlag. Ook vlaggenindustrie Faber in Amsterdam bespeurt een grotere belangstelling. Hun verkooppiek ligt altijd in de periode voorafgaand aan Koninginnedag. In 1982 verkochten zij 20.000 vlaggen, in 1992 was dat aantal verdubbeld en dit jaar verwacht men weer een stijging.

Opvallend was ook de paniek die het Tweede-Kamerlid Van der Heijden (CDA) zaaide met zijn 1-aprilgrap op de radio. Daar maakte hij bekend dat de rode baan in onze vlag weer door een oranje vervangen zou worden. Allicht zal hij hebben gedacht aan de tijd van de Watergeuzen, toen het Oranje-Blanje-Bleu als saluut aan het geslacht Oranje op onze galjoenen wapperde. Dit eerbetoon aan de Stadhouders van Oranje was de hoogmogende heren der Staten-Generaal een doorn in het oog. Toen zij na het overlijden van prins Willem II in 1650 de macht in handen kregen, werd als eerste die oranje baan door een rode vervangen. Alleen de oranje kleur van de kloot bovenop veel vlaggemasten herinnert nu nog aan het "Oranje boven'. In de jaren dertig van deze eeuw pikte de NSB, met zijn hang naar de tijd dat Nederland nog een grootmacht was, het oranje-blanje-bleu als partijvlag. Na Van der Heijdens bekendmaking belden tientallen mensen in paniek het Vlaggendocumentatiecentrum en vroegen of het Kamerlid niet wist wat hij eigenlijk had voorgesteld.

In de meeste landen zijn de vorm, afmeting, kleuren en het protocol van de vlag bij wet vastgesteld. In Nederland bestaat zo'n wet (nog) niet. Je mag dus ook een ronde, ruitvormige of driehoekige vlag hijsen. Tot op heden is er alleen een Koninklijk Besluit uit 1937, waarmee koningin Wilhelmina de kleuren van onze nationale vlag officieel vaststelde op rood-wit-blauw. Voor wat betreft het vlaggenprotocol bestaat er een ministeriële richtlijn uit 1949, geadresseerd aan de directeuren van de rijks- en bijzondere scholen en aan de gemeentebesturen. Als het de bedoeling is geweest om schooljeugd en overige bewoners het goede vlag-voorbeeld te geven, dan is het resultaat bedroevend. Immers, voor een beetje vlagfanaat werkt het aanstaande Nederlandse vlagvertoon als een rode lap op een stier. Een heleboel mensen weten niet hoe het eigenlijk hoort. Zo moeten bij officiële gelegenheden waarbij de vlag wordt gehesen of gestreken, allen front maken naar de vlag, mannen ontbloten daarbij het hoofd en militairen salueren in de richting van de vlag. Bij de dodenherdenking moet de vlag eerst in de top om hem vervolgens tot halverwege te strijken. De meesten stoppen echter halverwege het hijsen en binden 'm dan ook nog met z'n blauwe punt aan de kikker op de mast. Niet goed. Je moet zo'n vlag vrij laten wapperen. Bovendien laten mensen de vlag op 4 mei tot zonsondergang halfstok hangen. Fout! Nadat het Wilhelmus heeft geklonken, dus even na achten, moet de vlag weer in top, vanwaar men hem bij zonsondergang opdoekt. Op 5 mei heb je hordes die er een oranje wimpel bij hangen. Sancta simplicitas! Dat mag alleen maar op verjaardagen van leden van het Koninklijk Huis of bij feestelijke gelegenheden waarbij de twee-eenheid Nederland-Oranje tot uitdrukking wordt gebracht. Op Prinsjesdag bijvoorbeeld. En zijn er zelfs die op vlaggetjesdag de Nederlandse vlag uitsteken. Vlaggetjesdag heeft niets officieels en zou eigenlijk beter vaantjesdag kunnen heten. Alleen de visboer kan tegen die tijd de vlag uithangen. Voor hem vaart met de nieuwe haring immers het goudschip binnen.