"U kan er niet in, meneer. Het is hier even bezet'

AMSTERDAM, 26 APRIL. Een paar vriendelijke jongeren staan voor de deur van het Maagdenhuis. “U kan er niet in, meneer. Het is hier even bezet”, zeggen ze tegen de grijzende heer die de trappen van het bordes opklimt. De man wil alleen zijn steun betuigen. “Vroeger heb ik hier ook bezet”, zegt hij met glimmende ogen.

Sinds vanochtend half negen houden ongeveer honderd studenten het hoofdgebouw van de Universiteit van Amsterdam bezet. Via de fietsenstalling zijn ze binnengekomen. Er wapperen spandoeken met de oproep: "Neem jongeren serieus'. De actie is een protest tegen de nieuwe OV-jaarkaart voor studenten en de bezuinigingen op de studiebeurs. Ook verklaren de bezetters zich solidair met hun niet-studerende leeftijdgenoten die zullen worden gekort op hun bijstandsuitkering en met de jongeren onder de 21 die de uitkering geheel zullen verliezen.

De 24-jarige woordvoerster van de bezetters, Ingelise de Jongste, formuleert omzichtig: “Ons protest is gericht tegen de afbraak van het jongereninkomensbeleid van het kabinet als zodanig.” Geen schreeuwende leuzen of harde taal. “We proberen in alle vriendelijkheid met het College van Bestuur van de universiteit te onderhandelen om tot een gezamenlijke verklaring te komen bij het verwerpen van de kabinetsplannen.” De Jongste denkt dat het zal lukken. “Het college heeft ons al faciliteiten elders toegezegd om de komende weken actie te voeren.”

De stemming in de grote hal van het Maagdenhuis heeft meer van een drukke koffiepauze dan van een bezetting die dagen zal duren. Niemand heeft zijn slaapzak van zolder gehaald. “Nee, we zullen hier vanavond waarschijnlijk niet blijven slapen”, geeft De Jongste toe. “We willen politie-ingrijpen in elk geval voorkomen.” Vanochtend hebben ze al wat agenten zien lopen. “En die zullen wel niet toestaan dat we hier blijven.” Of dat geen slappe houding is, wil een oudere man weten. “Nee, we zijn gewoon realistisch. Je wil toch tot een bepaald doel komen. En dat bereik je niet door hier zomaar te zitten”, is het antwoord van de studentenleidster.

De studenten eisen dat premier Lubbers langskomt om hun argumenten te horen. Als hij zelf niet kan, is een woordvoerder is ook goed. “Maar in de praktijk denk ik dat we hier in de loop van dag wel uitgaan. Als we zometeen met het Collega van Bestuur een verklaring hebben opgesteld kunnen we de mensen hier toch niet voor de voeten blijven lopen”, zegt een 21-jarige geschiedenisstudent. “Het is toch meer symbolisch.”

Aan een tafeltje zitten twee jongens in blauwe blazer. Ze spelen een partijtje schaak. Hans (22) en Ruben (20) studeren rechten en economie. “Ik zit hier meer voor de mensen die geen rijke ouders hebben waarvan ze een bijdrage kunnen krijgen dan voor mezelf”, geeft Ruben toe. Als straks zijn basisbeurs van 560 gulden wordt afgeschaft, denkt hij dat zijn vader wel bijspringt. “Ik voel me ook niet echt zo'n bezetter. Maar ik zit hier wel om de regering een signaal te geven dat ze het echt slecht doen. Het studeren wordt zometeen echt een elitaire bezigheid van alleen de mensen die het kunnen betalen.”

Natuurlijk moet er bezuinigd worden, maar dit is toch echt geen manier. “Onzin”, zegt een meisje die met een grote spuit en een doekje de tafels schoonmaakt. “Die bezuiniging zal hun nauwelijks geld opleveren. Het gaat erom dat ze daar in Den Haag denken dat studenten maar wat uit hun neus lopen te eten, en de hele dag niets doen.”

Het tegendeel is waar, volgens haar. Studeren is steeds zwaarder geworden, en daarnaast werken veel studenten erbij om hun toch al niet riante basisbeurs op te trekken tot een niveau waarvan ze kunnen leven. “In het weekend moet ik vakken vullen. Ik woon bij mijn ouders, heb een OV-kaart en nu al moeten mijn ouders bijleggen als ik een spijkerbroek wil kopen”, vertelt een jonge student van de Hogeschool van Amsterdam.

Toen studenten vanochtend zijn college binnenkwamen om op te roepen naar het Maagdenhuis te komen, is hij gelijk meegegaan. “Maar meer dan helft bleef zitten en zei dat ze na de les wel zouden komen. Dat vind ik wel bedroevend”, zegt de jongen.