Tournee wordt triomftocht voor Kirov Opera en Gergjev

Concert: Koor, orkest en solisten van de Kirov Opera, St. Petersburg o.l.v. Valery Gergjev. Programma: S. Rachmaninov: Derde symfonie op. 44; De Klokken op. 35. Gehoord: 23/4 De Doelen Rotterdam.

Als eerste in de reeks van vijf spectaculaire optredens tijdens een tournee langs Nederlandse concertzalen vertolkten koor, orkest en solisten van de Kirov-opera uit St Petersburg vrijdagavond in de Rotterdamse Doelen een Rachmaninovprogramma waarvan de verzengende gloed de luisteraars zal heugen. Valery Gergjev, als gastdirigent hier al jaren vertrouwd en geliefd, heeft in zijn vaderland de leiding van de Kirov-opera in het aloude Mariinski Theater, dat een traditie van twee eeuwen kent en als het belangrijkste Russische operahuis moet worden beschouwd. Dat hij nu met zijn eigen gezelschap een aantal Russische produkties biedt, brengt het Nederlandse publiek in direct contact met een indrukwekkende muziekcultuur die uiteen loopt van een verpletterende oerkracht tot een bijna onverdraaglijke melancholie.

In Rachmaninovs Derde symfonie, veel minder gespeeld dan de Tweede en aanzienlijk complexer van factuur dan deze, viel van het prachtige orkest allereerst de sonoriteit van de totaalklank op. De strijkerstraditie, nog benvloed door corryfeeën als Elman en Heifetz, wordt gekenmerkt door een rijk vibrato en een intense toonvorming. Dit levert, tezamen met een opmerkelijk ronde toon van het koper, een indringende expressie op die Gergjev met de sobere effectiviteit van zijn symphatieke gestiek in voorbeeldige banen leidt.

Zo mogelijk nog fascinerender was het musiceren van Kirov in De Klokken, een vroegere compositie van Rachmaninov waarin hij genspireerd door Edgar Allen Poe, in varianten van sledebelletjes tot doodsklokken de functies van klokgelui belicht. Het koor produceerde daarin een zo machtige klank dat men bijna een meer gescheiden opstelling - bij voorbeeld op de orgelgalerij, waar het koor gisteren stond tijdens Boris Godoenov - zou hebben gewenst. Desondanks hadden de solisten geen enkele moeite zich tegenover koor en orkest te handhaven.

Het ontroerendst klonk de sopraan van Valentina Tsidipova, als invalster ingeschakeld maar subliem zingend. Sergej Leiferkus was een imponerende bariton en de tenor Pluzjnikov trof vooral door zijn fraai diminuerende inzet. Maar het interpretatieve culminatiepunt bereikten Gergjev en de zijnen in de opzwepende muziek van de alarmklokken, compositorisch een wonder van opbouw waarin de ene climax zich op de andere stapelt. Zulke spanningen weet Kirov op te voeren tot een zinderend hoogtepunt.