Scherpere sancties onvermijdelijk; Bosnische Serviërs wijzen vredesplan af

BELGRADO, 26 APRIL. Het "parlement' van de Bosnische Serviërs heeft vanochtend definitief het vredesplan van de EG en de VN voor Bosnië-Herzegovina van de hand gewezen, waarmee eerder door de Veiligheidsraad van de VN besloten sancties automatisch in werking treden.

De Europese bemiddelaar Lord Owen, die dit weekeinde een laatste poging deed de Bosnische Serviërs van de noodzaak tot instemming met het vredesplan te overtuigen, pleitte later voor een volledig fysiek isolement van de Serviërs in Bosnië. Hij opperde dat dit door troepen van de VN zou kunnen gebeuren, met hulp van Servië en Montenegro. De leiders uit deze twee republieken, eerder bondgenoten van de Serviërs in Bosnië, hadden dit weekeinde de Bosnische Serviërs tevergeefs tot ondertekening van het vredesplan opgeroepen.

De thans tegen Joegoslavië (Servië en Montenegro) in werking tredende sancties - over het precieze moment heerst enige verwarring, Owen meent dat het de komende nacht zal zijn - voorzien in een bijna volledig economisch isolement: een volledig verbod op transit-handelstransport (behalve over de Donau onder internationaal toezicht op elk schip) en confiscatie van tegoeden van de Joegoslavische staat of Joegoslavische (rechts-)personen in het buitenland. De Nationale Bank van Cyprus - het Griekse gedeelte van het eiland, waar veel Servische bedrijven de afgelopen maanden dochterondernemingen hebben opgezet - heeft vanochtend al maatregelen ter uitvoering van de sancties afgekondigd.

Het "parlement' van de Bosnische Serviërs wees in emotionele termen het vredesplan af als “een poging tot genocide op het Servische volk” en riep alle Serviërs buiten Bosnië op te helpen bij de verdediging tegen de verwachte militaire aanvallen. De leiders van Joegoslavië (Servië en Montenegro), dat de voornaamste schade van de verscherpte sancties ondervindt, riepen op de valreep vanochtend de Bosnische Serviërs op akkoord te gaan met het vredesplan, dat voorziet in het behoud van de staat Bosnië-Herzegovina, met tien zelfbesturende provincies van onderscheiden etnische signatuur.

Deze plotselinge steun vanuit Belgrado voor het behoud van Bosnië-Herzegovina werd in Belgrado door diplomatieke waarnemers met enige scepsis bekeken. Mochten Servië en Montenegro doorgaan met hun steun aan de Bosnische Serviërs, dan moeten ook zij op “verdere confrontatie” rekenen, aldus Owen. De Europese bemiddelaar sloot het gebruik van geweld tegen de Serviërs geenszins uit, maar onderstreepte dat dit niet unilateraal kan gebeuren, en moet plaatshebben binnen het kader van het Handvest van de Verenigde Naties. De Bosnisch-Servische minister van informatie, Miroslav Toholj, zei vanochtend niet meer op verdere steun uit Servië en Montenegro te rekenen.