Scheerschuim onder de lange latten

Met de neus in de zon is het rond een uur of twaalf op het terras van de kunstskibaan in Rucphen goed toeven.

Koffiekopjes hebben al enige tijd plaats gemaakt voor glazen bier en de eerste broodjes hamburger (“Je bent de ketchup vergeten, schat”) met salade en patat worden door zorgzame vaders aan vrouw en kroost geserveerd. Geanimeerde gesprekken over de voorbije wintersportvakantie en de vraag of het al nodig is de zonnebrandolie uit de tas te halen, doen de ronde. De woorden van de speaker, die de eerste van twee manches gistermiddag om het Nederlands kampioenschap alpineskiën voor mannen en vrouwen aankondigt, gaan geheel verloren. De eerste deelnemer glijdt dan ook vrijwel onopgemerkt over de finish. “Gut, zijn ze al begonnen”, zegt een vrouw verrast als enkele minuten later nummer twee de streep passeert zonder applaus. Dat krijgt een rondbuikige dertiger wel, maar hij komt dan ook aanlopen met een dienblad vol met getapte biertjes.

Een dag eerder, weet Rogier Oosterbaan (14), was het publiek enthousiaster over de sportprestaties. Toen, bij de nationale jeugdkampioenschappen, werd hij luid aangemoedigd en kreeg hij zelfs applaus nadat zijn tijd de beste bleek te zijn. “Maar het is toch eigenlijk logisch”, zegt hij knikkend in de richting van een man die zijn vader zou kunnen zijn en behoedzaam de poortjes neemt, “dat zo'n ouwe kerel geen aanmoedigingen krijgt.”

Voor Oosterbaan, ook nationaal kampioen bij de jeugd op de slalom op sneeuw en volgens insiders en zichzelf een groot talent (“Ik denk dat ik nog wel eens een wereldbekerwedstrijd win”, klinkt het zelfverzekerd), is skiën op een kunstbaan nauwelijks te vergelijken met skiën op sneeuw. “Op sneeuw is het een kwestie van techniek, hier een kwestie van raggen. Gewoon zorgen dat je zo snel mogelijk de poortjes neemt.”

Voor zowel skiën op sneeuw als op een kunstbaan (de ondergrond bestaat uit plastic rasters) wordt hetzelfde materiaal gebruikt. Het enige verschil is dat op sneeuw skies met wax worden ingesmeerd en op een kunstbaan met scheerschuim “omdat dat beter glijdt op plastic”, zegt Oosterbaan. Verder laat hij bij wedstrijden in eigen land zijn thermische lange onderbroek en warme muts altijd thuis, “maar dat spreekt natuurlijk voor zich.”

In Nederland zijn zo'n dertig openlucht-kunstskibanen, waar jaarlijks door ruim 30.000 mensen gebruik van wordt gemaakt. Het zijn vooral recreanten die, als voorbereiding op de wintersport, de banen bezoeken. De nationale top, die internationaal niet meer dan een rol in de marge speelt, traint een groot deel van het seizoen in het buitenland en is slechts sporadisch op de kunstbanen in actie te zien.

In Rucphen geven er een paar, maar lang niet allemaal (sommigen zijnverhinderd door blessures, anderen doen niet mee uit desinteresse voor het evenement) acte de présence, zowel bij de mannen als vrouwen. Als het de beurt is aan de toppers voor hun tweede en beslissende manche, zijn het niet langer alleen de bierglazen op de tafeltjes die weerspiegeld worden in de modieuze, sterk reflecterende zonnebrillen die het gros van de ongeveer 200 toeschouwers draagt. De meeste blikken gaan nu naar de 200 meter verderop en op een kunstmatige heuvel van 25 meter hoog gelegen startlijn.

De uiteindelijke kampioenen, Martine Ossewaarde en Marcel van Burik, krijgen van het publiek - daartoe wel aangespoord door de omroeper - bij de prijsuitreiking een hartelijk applaus. Overigens lang niet van alle aanwezigen, want in de kantine is het dringen aan de bar voor een laatste rondje. Laatste rondje? Geen après-ski in Rucphen? Nauwelijks, weet de vrouw achter de bar. “Daar moet je toch echt voor in Oostenrijk zijn. Hier gaat vrijwel nooit iemand ladderzat naar huis.” En, voegt ze er met een vette knipoog aan toe: “Er komt hier ook nooit eens iemand lekker dicht tegen je aanstaan.”

Après-ski of geen après-ski, het is de beide kampioenen om het even. Zij zijn blij met hun nationale titels en hechten er evenveel waarde aan als de titels die zij eerder dit seizoen op sneeuw wonnen. “Een eerste plaats is ten slotte een eerste plaats”, meent Ossewaarde.

Er stond gisteren in Rucphen overigens nog een eerste plaats op het spel. Op het naast de skibaan gelegen circuit van het Brabantse dorp werd gestreden om de Grand Prix van Nederland voor Formule I-wagens. Schaal 1 op 8 en radiografisch bestuurd. “Ook net echt”, wist een toeschouwer die bij beide evenementen snel was uitgekeken.