OV-jaarkaart, of de afgang van een ongemakkelijk succes; Studentenkaart is een paspoort voor pret en vertier

AMSTERDAM, 26 APRIL. Nijdig trekt een oudere man de deur dicht om het gezang niet te horen. In de coupé ernaast brult een groepje studentes een vrijgezellenlied voor hun vriendin. Achter hen grinniken acht jongens om de dubbelzinnige teksten. Het is zaterdagavond en ze gaan naar Amsterdam.

MEAO-student Alessandro is met vrienden op weg naar een wilde avond in de stad. De OV-kaart gebruikt hij anders nooit, hij heeft een auto. “Maar nu gaan we te veel drinken.” De zaterdagavondtrein is een studentenexpres. Een conducteur komt niet langs tussen Leiden en Amsterdam: hij zou alleen maar tussen de wapperende OV-kaarten hoeven door te lopen.

Zeventig, tachtig procent van de nachtreizigers, schat de nachtcontroleur op Amsterdam Centraal, zijn studenten. “En meer als er veel feesten zijn”, zegt zijn collega.

De OV-studentenkaart, tweeëneenhalf jaar geleden ingevoerd als reisvoorziening voor de student, is een paspoort voor pret en vertier gebleken. Tweeëneenhalf miljard kilometers zouden de studenten jaarlijks maken, hadden de NS geschat. Het werden er 5,5 miljard. Die extra kilometers gaan vooral op aan "lustreizen', zegt de minister, en dat was nooit de bedoeling.

Langs bij familie in Enschede, een dagje naar het strand, even snel naar een tentoonstelling in Groningen - allemaal lustkilometers. Maar de lusturen zijn geteld nu de OV-kaart wordt vervangen door een bus-, tram- en metrokaart.

Onterecht, vindt Marieke. “Dan hadden ze 'm ons nooit moeten geven. We hadden er toch niet om gevraagd? Nu willen we 'm houden ook.” Nee, om naar college te gaan heeft ze de kaart nooit gebruikt. Nu komt ze met twee vriendinnen terug van een avond stappen in Zandvoort en dat is het type reizen waarvoor Marieke de kaart gebruikt. “Nou en? Ze hadden toch kunnen weten dat studenten hem voor hun plezier zouden gebruiken.”

Pag.3: "Ik vertrouw die bussen niet zo'

Esther, Monique en Stephen gaan alweer terug naar Heemstede. Feestje gehad in Amsterdam. Maar ja, daar kun je de auto niet parkeren, dus gingen ze maar met de trein. Als straks de OV-kaart alleen nog voor de bus geldig is, gaan ze toch liever met de auto. Anders dan voor hun plezier gebruiken ze de kaart niet. De basisbeurs trouwens ook niet, zegt Esther losjes. Ze woont nog bij haar ouders en de 230 gulden die ze elke maand krijgt, gaan in een klap op aan uitgaan. “Ik denk dat wij van al die maatregelen niet veel last hebben”, zegt Stephen. “Wij hebben best wel rijke ouders.”

Tom kan zich wel voorstellen dat de kaart wordt afgeschaft. “Het is allemaal wel heel vanzelfsprekend en makkelijk.” Hij gebruikt de kaart voornamelijk waarvoor-ie is bedoeld. Elke avond reist hij van Delft naar Den Haag om daar naar de kunstacademie te gaan. Maar andere studenten maken er een potje van, volgens hem.

Zondagavond puilen de bagagerekken uit van de weekendtassen. “En het lijkt wel of ik altijd de grootste heb”, klaagt Eva Jonker. Haar tas moet ze zelfs op de grond neerzetten, zo vol is-ie met schone was en goedbedoelde steun-in-natura van haar ouders die in Loo wonen.

Eens in de twee weken pendelt ze tussen Amsterdam, waar ze studeert, en Arnhem. Voor het woon-universiteit-verkeer zal ze geen last krijgen van de nieuwe kaart. Soms neemt ze de tram naar de universiteit. Maar zomers even op en neer naar Zandvoort of snel naar Antwerpen voor een leuke tentoonstelling, ziet ze niet meer gebeuren. “Ik vertrouw die bussen niet zo. Die zijn natuurlijk nooit zo snel als de trein.”

Bovendien kan ze in een schommelende, remmende en weer optrekkende bus niet leren. Ze heeft twee boeken en college-aantekeningen op schoot. En ze is de enige niet. Overal zitten studenten voorovergebogen over hun boeken, stencils en aantekeningen, markeerstiften in de aanslag: morgen tentamen.

Een conducteur op Utrecht Centraal kan zich niet voorstellen dat deze beelden tot het verleden zullen horen. “Ze zullen toch allemaal met de trein blijven gaan”, denkt hij. Dat ze geen OV-kaart meer krijgen, zal de NS vooral meer werk bezorgen. “Lange rijen bij de loketten. En veel vaker schrijven in de trein, want ze kopen natuurlijk weer geen kaartje.”