Op verkeerd spoor

ER BESTAAT EEN kleine kans dat Nederland de OV-studentenkaart kwijtraakt.

Zeker is het niet, want tussen de Nederlandse Spoorwegen en het ministerie van onderwijs zijn de onderhandelingen vastgelopen zoals dat meestal met CAO-overleg gebeurt, namelijk op loven-en-bieden. Het is dus niet uitgesloten dat er toch nog een compromis volgt, waarbij de Onderwijs-overheid nog iets meer betaalt aan de NS-overheid om studenten weer een jaar per OV te laten sporen. Die verleiding moet des te groter zijn als men overziet in wat voor bizar, bureaucratisch landschap de Haagse vervoers- en onderwijstop zich nu dreigt te begeven. Er wordt gesproken over gratis vervoer voor studenten in metro, bus en tram. Met speciale snelbussen, met 06-reserveringsnummers en piek- en dal-arrangementen. Als het allemaal niet zo serieus bedoeld was, zou men kunnen roepen: dat wordt lachen.

De OV-jaarkaart is een bestuurlijk wangedrocht. Aan vernuft heeft het de bestuurders enkele jaren geleden niet ontbroken, toen men een begrotingstekort dacht te kunnen wegstrepen tegen lege treinstellen. De redenering was simpel: een korting op de studiebeurs wordt gecompenseerd met gratis vervoer in treinen die toch al rijden en waarvan de bezettingsgraad in één klap wordt verhoogd. De Spoorwegen en het overige openbare vervoer kregen een vergoeding van het departement en het hele zaakje liep keurig rond.

Een maatschappelijke, laat staan pedagogische afweging is in het bestuurscircuit van departementen en parlement nooit gemaakt. Wat betekent het eigenlijk wanneer een groot deel van alle Nederlanders opgroeit met het idee dat reizen gratis is? Natuurlijk, er wordt een bedrag op de beurs gekort, maar dat merkten alleen de studenten die de overgang meemaakten. Voor iedereen die afgelopen september overdag een opleiding ging volgen en aan de aanduiding student voldeed, was de ervaring al een heel andere, namelijk dat vervoer voortaan niets kost. Een interessante introductie in het leven van de volwassenheid, zou men het kunnen noemen.

MAAR DE WERKELIJKHEID is een andere, namelijk dat vervoer wel wat kost, en in de toekomst nog meer zal gaan kosten. Wie voor vervoer betaalt, moet derhalve afwegingen maken. Bijvoorbeeld of het beperkte geld wordt besteed aan een nieuwe CD of aan een reisje naar een klasgenoot, die nu elders studeert. Of de vuile was naar huis wordt gebracht of samen met een studiegenoot de wasautomaat om de hoek wordt volgestopt. Die keuzes zijn klein en groot, maar ze horen erbij. Of broedt het departement in Zoetermeer nu al op een plan om in plaats van de OV-studentenkaart een gratis abonnement voor wasserettes te distribueren voor gedupeerde studenten? Of wat te denken van een PTT-kaart onder het motto: wie niet reist laat wat van zich horen!?

De OV-studentenkaart was een bestuurlijk-technische vondst die een departement met de naam Onderwijs in zijn vaandel eigenlijk onwaardig was.

Studenten krijgen als het goed is een vergoeding voor studie en de daarbij komende kosten van levensonderhoud. (Van wie zij die krijgen, is weer een heel andere, politieke kwestie). Bij die kosten hoort vervoer en zoals bij alle kosten is het een kwestie van prioriteiten en keuzes van de individuele student.

De kans bestaat dat de OV-studentenkaart nu verdwijnt. Deze kaart is op verkeerde gronden ingevoerd en jammer is alleen dat deze dan wellicht ook weer om verkeerde redenen verdwijnt, namelijk door onenigheid over de overheveling van middelen van de ene naar de andere instantie. Achter deze korte episode van gecollectiviseerde vindingrijkheid kan beter een punt worden gezet.