Na blessures is de rationele mens in Van Basten opgestaan; "Komt het ooit nog wel goed?'; "Briljant' en "beste' zijn woorden van anderen. Dat kan een speler nooit van zichzelf zeggen'; "Steeds die kwellende vragen als: komt het nog wel goed?'; "Het k...

Marco van Basten ontving dit jaar zijn derde Gouden Bal, het attribuut dat is verbonden aan de uitverkiezing tot voetballer van het jaar. Sir Stanley Matthews (78) kreeg in 1956 de eerste. Over zijn verlegenheid met roem. Over zijn gazons die namen dragen als "Wembley' en "Stoke City'. Over de rechtsbuiten als balartiest.

UDINE, 26 APRIL. In 1988, tijdens het EK in Duitsland, stond reeds de rationele mens op in Marco van Basten. Zijn revanche op Rinus Michels in het duel met Engeland en de wonderschone goal in de finale tegen de Sovjet-Unie waren onvergetelijke momenten. Terwijl iedereen op de zaterdagavond van de eindstrijd in een feestzaal van het Hilton hotel in München de polonaise danste, zonderde Marco zich af in een donker hoekje waar tafels en stoelen waren opgestapeld. En hij dacht maar aan één ding: “Voor mij telt alleen dat mijn enkel het prima heeft gehouden en dat m'n loopbaan als voetballer geen gevaar meer loopt.”

Anno 1993 is Marco van Basten weer herstellende van een enkeloperatie. Opnieuw heeft hij een moeilijke periode achter de rug. Anders dan destijds twijfelde hij de afgelopen vier maanden minder aan de voortzetting van zijn carrière, die in principe nog tot 1996 in Milaan een vervolg krijgt. Het uitzichtloze gevoel is er echter wel geweest. “De eerste twee maanden na de operatie dacht ik: dit heeft tijd nodig. De derde maand zag ik nog geen enkele vooruitgang. Het gebeurde wel dat ik naar bed ging met kwellende vragen als: komt het nog wel goed? Hoe zal het morgen gaan? Dat waren rottige momenten. De afgelopen weken waren beter op te brengen. Ik zag weer vooruitgang, ik liep buiten weer lekker te zweten, ik kon wat met de bal doen. Maar de pijn is er nog steeds. Het genezingsproces heeft tijd nodig. Het kan wel een jaar duren voordat die enkel en de rest van het lichaam weer hun volledige kracht terug hebben. Zo lang blijft de onzekerheid.”

Marco van Basten heeft leren leven met pijn. Het begon met problemen aan zijn linkerenkel na een sprong met de keeper in de bekerwedstrijd van Ajax tegen RCH in 1986. In december van dat jaar blesseert hij zichzelf in een duel met Edwin Olde Riekerink van FC Groningen ook aan zijn rechterenkel. Aan de linker wordt hij geopereerd door de Zwitserse chirurg René Marti, de rechter moet met rust genezen. Van dat laatste komt weinig terecht in een jaar, 1987, dat Ajax de Europa Cup II wint en Van Basten een contract bij AC Milan afdwingt. In november, eenmaal in Italiaanse dienst, moet hij dan ook opnieuw onder het mes. In maart '88 is hij net op tijd hersteld om in de belangrijkste periode van het seizoen triomfen te vieren.

Aan de martelgang met de enkels leek een einde gekomen, maar dat was slechts schijn. Het gewricht bleef de zwakke plek van San Marco. “Ik heb sinds '87 altijd klachten gehouden aan die rechterenkel”, onthult hij nu. “Maar in de wedstrijden, in de vuur van het spel, voelde ik de pijn niet eens. Pas de laatste twintig minuten kreeg ik problemen. Zeker op natte velden was het lastig. En dan waren de dagen erna zwaar. Ook na een keer hard trainen moest ik mezelf ontzien. In december van het vorig jaar tegen Ancona ging het weer mis. Ik verdraaide die enkel toen ik bij een voorzet werd geblokt. Kort voor de operatie heb ik gezegd: maak het nu zo goed mogelijk schoon. Desnoods moet het herstel maar wat langer duren.”

Net als in 1987 verwijderde professor Marti wat kraakbeen in het gewricht. Dit keer waren de enkelbanden niet aangetast. Toch duurde de revalidatie nog vier maanden. De rentree werd zo lang mogelijk uitgesteld. Gezien de omstandigheden was zijn terugkeer in Milan, dat steeds meer terrein verliest in de Serie A, afgelopen weekeinde onvermijdelijk. In de 51ste minuut tegen Udinese (0-0) stond hij weer binnen de lijnen. Het gaf de Milanezen het gevoel alsof de Verlosser was teruggekeerd. “Ik ben eigenlijk pas twee weken voluit in training. Als Papin, Gullit of Rijkaard bij de groep waren geweest, was ik niet eens meegegaan naar Udine. Ik kan nog niet lopen of sprinten zoals ik wil. Ik ben hoogstens in staat een positieve bijdrage te leveren aan het combinatiespel. En ik heb natuurlijk mijn positionele inzicht.”

Engeland-Nederland komt woensdag net iets te vroeg voor Van Basten. Anderen beslissen of hij ooit nog een WK speelt en of een tijdelijke hereniging met Johan Cruijff, zijn vurige wens, wordt gerealiseerd. Maar Marco van Basten zit daar niet mee. Hij houdt zich liever bezig met Milan. “Mochten we ons niet kwalificeren dan is dat al geen zware klap meer. De positie van het Nederlands elftal ziet er heel onzeker uit. Het zal nog een zeer zware job worden om Amerika te halen. Maar als het lukt zou ik het mooi vinden om nog één keer met Johan te werken. We hebben regelmatig contact.”

Het cruciale duel op Wembley heeft begin deze maand nog wel even door zijn hoofd gespookt. “Ik was weer met trainen begonnen. Als het genezingsproces snel verloopt haal ik 't nog, dacht ik. Zo hoop je elke keer weer op wonderen. Tegen de Noren wil ik er begin juni bij zijn. Dan moet het goed gebeuren.”

De dreiging dat anderen in de brede selectie van Milan zijn plaats zouden innemen, heeft Van Basten nooit gevoeld. Ook niet toen Papin meer dan tien wedstrijden een moyenne van een doelpunt per duel in stand hield. “Wat Gullit aan het begin van het seizoen is overkomen, kan mij ook gebeuren. Dankzij zijn eerzucht en hard trainen keerde hij terug bij de hoofdmacht. De selectie is omvangrijk, de besten spelen. Daarom moet je waakzaam blijven. Maar het niveau dat ik de afgelopen jaren bij Milan heb gehaald, heeft mij een bepaald vertrouwen gegeven. Daardoor weet ik dat mijn plaats normaal gesproken geen gevaar loopt. Trouwens bang ben ik überhaupt niet gauw. Het kan best zijn dat ik nooit meer mijn oude niveau haal. Maar als je er alles voor doet, kun je jezelf niets verwijten.”

Hij brengt het onderwerp van gesprek zelf weer terug op het Nederlands elftal. Doelpunten maken in het Oranje-shirt is bij hem gestokt. In dertien interlands bleef hij steken op één treffer. Van Basten onderkent de situatie. “Vraag me niet naar de oorzaak. Als ik die wist had ik er al lang wat aan gedaan. Misschien heeft het met het spelsysteem te maken. Ik speel bij Milan al zes jaar in een 4-4-2-concept. Aan de andere kant was ik bij Ajax toch ook gewend met drie spitsen te opereren.”

Dick Advocaat is in zijn ogen een capabele bondscoach. “Hij is een goede trainer en zorgt voor discipline in de groep. Dat zijn belangrijke zaken.” Het feit dat de Hagenaar afgelopen weekeinde de belangen van Milan doorkruiste met zijn oproep voor Gullit en Rijkaard, doet hier niets aan af. Van Basten zou als trainer net zo hebben gehandeld, maar stoort zich uitermate aan de regelgeving in dit opzicht. “Het is ongelooflijk dat je als speler in zo'n situatie niet zelf kunt beslissen. Je wordt in feite als een pakketje opgestuurd. Meer niet. Je moet als speler kunnen zeggen: 'Ik kom maandag'. Dan is het aan de trainer om daar consequenties uit te trekken. Als ik Advocaat was geweest had ik gezegd: 'Als je er in het weekeinde niet bent, hoef je maandag ook niet meer te komen'. Maar dat is een ander verhaal. Nu word je als voetballer volkomen monddood gemaakt.”

In het voetbalparadijs van Italië voelt Van Basten zich aanzienlijk beter thuis dan in Nederland. Bij Milan staat hij nog tot 1996 onder contract. Hij heeft leren leven met de dagelijkse spanning. Journalisten die hem zelden met rust laten. Nooit over straat kunnen lopen zonder herkend te worden. Het geleefd worden binnen en buiten de hekken van het Milan-bolwerk. “Ondanks die blessure heb ik nog steeds heel veel plezier in mijn werk. Profvoetballer is een heerlijk beroep. Het liefst zou ik tot mijn veertigste doorgaan, als ik daartoe fysiek in staat ben. Ik blijf nu voetballen tot ik het niet meer te doen is met die enkel. Of totdat ik het mentaal niet meer kan opbrengen. Ik moet het idee hebben dat ik nog wat waard ben in het veld.”

Van Basten is in de loop der jaren aanzienlijk minder nukkig geworden. Misschien dat twee dochters de grillige kanten van zijn karakter hebben weggenomen. Hij trekt dat in twijfel. “Ik ben dezelfde gebleven. Die gezinssituatie brengt hoogstens een kleine verandering met zich mee. Je houdt wat meer rekening met elkaar. Zoals ik me af en toe gedraag, die afstandelijkheid, dat is slechts een pose. Ik ben eigenlijk een heel gevoelig mens. Maar hoe meer je jezelf geeft, des te kwetsbaarder stel je je op naar de buitenwereld. Ruud Gullit komt misschien wat spontaner over. In interviews zegt hij echter ook niets. Waarom moeten wij ons altijd blootgeven? Er lopen altijd wel een paar slechteriken rond die bepaalde gevoelsuitingen heel erg opblazen.”

“Ik heb hier leren omgaan met de pers. Je wordt wat gewiekster in het geven van antwoorden. Naarmate ik ouder en bekender ben geworden, is de belangstelling van de media alleen maar toegenomen. De Italiaanse media hebben aan een paar zinnen genoeg om een heel verhaal te maken. In Nederland willen ze elke dag een uur over je gezin praten. Ik schiet niets op met een interview. Elke keer steek ik weer m'n nek uit. Zeg je twee dingen die verkeerd vallen dan wordt het in de weken daarna heel vermoeiend en vervelend. Dan krijg je interviews over interviews. Ga je energie steken in verkeerde zaken. Een voetballer is gebaat bij rust zodat hij zich kan concentreren op zijn vak en zijn tegenstander.”

Dennis Bergkamp en Wim Jonk moeten deze woorden maar in hun oren knopen. Als zij in de Serie A net zoveel succes oogsten als het Milanese trio, kunnen ze ook uitgroeien tot wereldsterren. Het is Van Basten echter een raadsel waarom met name Dennis Bergkamp voor Inter Milaan heeft gekozen. “Hij kon ook bij Milan een contract krijgen. Maar Dennis eiste een basisplaats en dat ging natuurlijk niet. Je moet jezelf zo sterk voelen dat je je over die grote groep bij ons niet druk maakt. Dat hoeft ook niet met de kwaliteiten die hij heeft. Als het hem in augustus niet was gelukt, dan had hij die vaste plaats in het eerste team wel in september of oktober verworven. Dennis wilde op een gegeven moment niet meer met Milan praten. Ik had me in zijn positie toen gewend tot FC Barcelona. Vanwege Johan, vanwege het soort voetbal en vanwege de club. Dat hij voor Inter koos heeft mij en iedereen geweldig verrast. Juventus viel ook af. Maar die club heeft toch betere spelers dan Inter. En ik zou alleen voor het sterkste elftal willen spelen.”