"Legerleiding weigert zich te schikken naar democratie'; Venetiaan botst met legertop over benoeming Gorré op Defensie

PARAMARIBO, 26 APRIL. De Surinaamse president Ronald Venetiaan "kon zijn oren niet geloven', tijdens een gesprek met de legertop vorige maand over de kritiek op het beleid van zijn minister van defensie, S. Gilds. De hoge militairen, onder wie waarnemend bevelhebber I. Graanoogst en chefstaf B. Sital, spraken over het ministerie als "het administratief deel' van het leger. Ze wilden er niet aan dat in een democratie de verhoudingen precies omgekeerd zijn en het leger "de werk-arm' is van het ministerie, aldus Venetiaan afgelopen vrijdag op een persconferentie.

De president haalde het voorval aan om de voortdurende spanningen te illustreren tussen zijn regering en de legertop, die het vertrouwen in Gilds heeft opgezegd en zich met hand en tand verzet tegen de installatie van de door Venetiaan benoemde nieuwe bevelhebber, A. Gorré. Gilds, die zich met zijn plannen voor een drastische reorganisatie van het leger de haat van de militaire top op de hals heeft gehaald, kreeg vrijdag onvoorwaardelijke steun van Venetiaan. Over de benoeming van Gorré wordt verder gepraat nadat het parlement zich deze week op verzoek van de president over de kwestie heeft uitgesproken.

Kern van het probleem, onderstreepte Venetiaan, is dat een deel van het leger zich nog altijd weigert te schikken naar democratische verhoudingen. “Het leger moet overschakelen van wat zij zelf noemden een "voorhoederol' - lees: alles voor het zeggen hebben in het land - naar wat zij aanduiden als "werken binnen de structuren' - lees: een ondergeschikte rol vervullen”, aldus Venetiaan vrijdag.

Met de poging Gilds onderuit te halen als minister maakt de legertop zich schuldig aan een “bedreiging van de democratie”, zei hij. De klare taal van de president komt na drie weken van koortsachtig overleg om een uitweg uit de problemen te vinden. Nadat 22 officieren op 2 april wegliepen uit een gesprek met Venetiaan over de benoeming van Gorré, heeft de president overlegd met Gorré, Gilds, de regeringspartijen en met de legertop. Daarnaast voerde hij afzonderlijke gesprekken met de militairen die zijn kantoor waren uitgemarcheerd - een actie waarvoor zij hun excuses hebben aangeboden. Op het eerste gezicht vergeefse moeite: na het vruchteloos doornemen van allerlei compromissen zitten regering en legertop volgens Venetiaan nu weer "met blanco velletjes' tegenover elkaar. Vandaar dat hij het parlement heeft gevraagd zich over de zaak te buigen. Spreekt de Assemblée het vertrouwen uit in het regeringsbeleid, dan kan Venetiaan de legertop verder onder druk zetten. Krijgt de regering dat vertrouwen niet - wat gezien de meerderheid van de regeringspartijen vrijwel uitgesloten is - “dan dient zich een nieuwe politieke situatie aan”, aldus de president. Haast lijkt in elk geval geboden, want Venetiaan heeft al laten weten vooralsnog niet van plan te zijn vertrek voor een staatsbezoek aan Venezuela, woensdag, uit te stellen.

De afgelopen dagen deden geruchten de ronde dat de president in zijn beraad met de militairen bereid is geweest vergaande concessies te doen, zolang de legerleiding maar het principe van politieke leiding door het ministerie van defensie wilde accepteren. De legerleiding zelf bracht het bericht naar buiten dat Venetiaan had aangeboden Gilds te vervangen door minister van sociale zaken W. Soemita. Het nieuws, mogelijk onderdeel van een desinformatie-campagne van de legertop, zaaide onrust binnen de regeringspartijen, maar mist volgens de regeringswoordvoerder elke feitelijke grond. Venetiaan had louter genformeerd wie de militairen nu wèl acceptabel achtten als minister van defensie.

Onduidelijker is de positie van Gorré, nu al drie weken bevelhebber zonder commando. Voor de legertop, Bouterse-getrouwen, is Gorré - die in 1987 uit onvrede het leger verliet - onaanvaardbaar. In de besprekingen is Venetiaan de militairen een eind tegemoetgekomen: Gorré zou slechts voor een korte periode worden benoemd, mogelijk slechts voor drie maanden en zou voornamelijk ceremoniële taken krijgen op het ministerie. De dagelijkse leiding in het kampement zou door een ander worden waargenomen.

Deze optie kwam te vervallen na heftige protesten vanuit de regeringscoalitie die voorzag dat Gorré op die manier zou worden gedegradeerd tot een schertsfiguur. Vrijdag herhaalde Venetiaan dat de duur van Gorrés benoeming nog bespreekbaar is, mede om het "carrière-perspectief' van andere militairen niet te frustreren.

Aangenomen wordt ook dat Venetiaan, gelet op zijn ferme taal aan het adres van de legerleiding, door de gesprekken met individuele hoge militairen gesterkt is in de opvatting dat het verzet tegen Gilds en Gorré in feite het werk is van een zeer kleine minderheid. Slechts "een enkeling' had onoverkomelijke bezwaren tegen de minister en de nieuwe bevelhebber, zo was Venetiaan gebleken. Daarbij gaat het, uiteraard, om de oude companen van Bouterse als Graanoogst, Sital en Mijnals, die niet alleen een riant leven hebben opgebouwd als ondernemers dankzij hun positie in het leger, maar ook moeten vrezen dat zij, eenmaal van hun troon gestoten en terug in de burgersamenleving, worden vervolgd voor hun aandeel in de decembermoorden van 1982.