Jeltsin bevestigd

TENZIJ BIJ HET tellen van de gisteren op het Russische platteland uitgebrachte stemmen nog roet in het eten wordt gegooid, heeft Boris Jeltsin gisteren het mandaat gekregen dat hij wilde hebben.

Maandenlang heeft het parlement hem vernederd en gesoleerd. Maandenlang heeft Jeltsin in zijn lange worsteling met het parlement moeten toezien hoe hem zijn volmachten werden ontnomen, hoe zijn bondgenoten hem in de steek lieten en hoe zijn beleid werd ondergraven. Nu smaakt hij de voldoening dat hij na al die tegenslagen uiteindelijk toch verre van alleen blijkt te staan. Een boven verwachting ruime meerderheid van de Russen heeft duidelijk gemaakt dat ze hem verkiest boven het door luidruchtige conservatieven en nationalisten gedomineerde parlement.

Maar of dat Jeltsin in de dagelijkse praktijk veel helpt is de vraag. Het referendum van gisteren heeft niet veel praktische consequenties.

Om te beginnen is nog onduidelijk hoe groot de meerderheid is waarmee de kiezers Jeltsins economische beleid hebben goedgekeurd. Die meerderheid is zonder twijfel kleiner - wellicht veel kleiner - dan die waarmee Jeltsin zelf het vertrouwen heeft gekregen. Verder staat vast dat er geen vervroegde parlementsverkiezingen komen, niet althans op grond van de volksstemming van gisteren. Om die af te dwingen had Jeltsin immers een absolute meerderheid van alle ingeschreven kiezers nodig en die zat er bij voorbaat niet in. En ten slotte kan Jeltsin het gisteren verkregen mandaat niet zomaar van toepassing verklaren op "zijn' nieuwe grondwet, de grondwet die hij liever vandaag dan morgen wil invoeren.

DE UITSLAG VAN het referendum is een belangrijke indicatie, maar meer ook niet. Het parlement zou zich de uitslag van het referendum moeten aantrekken. Maar het hoeft dat niet te doen en het zal dat waarschijnlijk ook niet doen. Deze Opperste Sovjet heeft in de verbitterde worsteling met Jeltsin tot nu toe geen morele of politieke scrupules getoond en het zou verbazing wekken als hij dat nu opeens wel zou doen. Eerbied voor een democratische uitspraak van het volk wordt niet van de ene op de andere dag bijgebracht.

Zolang het parlement en de president niet tot een modus vivendi komen, gaat de oorlog aan de top dus gewoon voort. Roeslan Chasboelatov, de voorzitter van het parlement en de leider van de anti-Jeltsin-coalitie, riep gisteren dat “het Rusland van morgen niet anders zal zijn dan het Rusland van gisteren”. In een echte democratie zou hij dat niet hebben kunnen zeggen, maar de uitlating tekent zijn instelling en, helaas, zijn Russische gelijk.