Järmann is Bugno in sprint de baas

MAASTRICHT, 26 APRIL. Op de Halembaye, met een stijgingspercentage van vijftien, dacht Gianni Bugno zaterdag de Amstel Gold Race in zijn voordeel te beslissen. De Italiaanse wereldkampioen vloog de honderdvijfenvijftig meter hoge Waalse heuvel op, loste Adri van der Poel en Jens Heppner, die de “man met de hamer” tegenkwamen. Maar hij kon zich niet ontdoen van zijn derde mede-vluchter Rolf Järmann, de beresterke Zwitser. Nog twintig kilometer scheidden het duo van de finish in Maastricht, waar Järmann de nerveuze en onhandig sprintende Bugno de baas bleef.

Bugno sloeg van woede op zijn stuur, koersdirecteur Herman Krott maakte hetzelfde gebaar in de eerste volgauto. De Amsterdammer had zo graag eens een Italiaan op het hoogste trapje van het ereschavot gezien. Nu werd het - ook voor het eerst in zesentwintigjarige bestaan van de topklassieker - een Zwitser. Terwijl Bugno zijn wonden likte vierde de 27-jarige Järmann een feestje op de Maastrichtse Maasboulevard. De renner van het Italiaanse Ariostea, eerder dit jaar winnaar van twee wedstrijden, kon terugkijken op een bijzonder sterke dag.

In de slotfase had hij gesoleerd alvorens hij, op vijfenveertig kilometer van de aankomst, gezelschap kreeg van de ouderwets offensieve Van der Poel en Heppner. Na een knappe achtervolging werd het trio ingelopen door Bugno, die voor de eerste keer dit seizoen echt van zich deed spreken. Voor Järmann was het pas de tweede maal dat hij aan de Amstel Gold Race meedeed. In het verleden moest hij, als lid van een kleine ploeg uit eigen land, bijna altijd voorrang geven aan de Ronde van Noord-West Zwitserland, die één dag na Nederlands belangrijkste wielerwedstrijd wordt afgewerkt.

Bij Ariostea ontbreekt een kopman, de coureur die het sterkste is krijgt de steun van de anderen. Toen Moreno Argentin en Rolf Sörensen (tot deze competitie) nog bij de stal reden was dat anders. Järmann: “Als Argentin zei dat hij wilde winnen, moest iedereen voor hem werken. Ik voel me beter bij het huidige systeem.” De Zwitserse renners doen het dit jaar goed. Ook Alex Zülle, de trainingsmaat van Järmann, en Rominger timmeren aan de weg. Järmann daarover: “De Zwitsers die nog in het peloton rijden, worden gewaardeerd. Ze hebben een struggle for life achter de rug, alleen de besten krijgen een profcontract. In het buitenland wel te verstaan, want in Zwitserland is er geen sponsor meer sinds Helvetia van Paul Köchli er eind vorig jaar mee stopte.”