Grafisch ontwerpers Bons en Wissing: leden van vergrijzende herenvakverbond; Bonte affiches, strakke bewegwijzering

Tentoonstelling: Bons en Wissing; t/m 9/5 in het Stedelijk Museum, Amsterdam. Geopend: ma. t/m zo. 11-17 uur. Catalogus Benno Wissing door Ben Bos: ƒ 10,--.

De beroepsvereniging van de grafisch ontwerpers BNO eert haar juist benoemde ereleden Jan Bons (1918) en Benno Wissing (1923) met een opstelling in de nieuwe vleugel van het Stedelijk Museum. Op het eerste gezicht hebben ze weinig meer gemeen dan de letters AG1 achter hun naam, teken van een langlopend lidmaatschap - dat ze trouwens met samensteller Ben Bos delen - van de Alliance Graphique Internationale, een roemrucht, niettemin vervaarlijk vergrijzend herenvakverbond.

Jan Bons lijkt de meest toegankelijke ontwerper. In de luwte van het culturele bedrijf in Nederland ontstond zijn expressieve oeuvre. Zie bijvoorbeeld zijn affiches met de Z-stoel (Rietveld-tentoonstelling 1959), het Hieronymus Bosch-beest (voor de ter ziele gegane toneelgroep Studio, 1969) of de bijna menselijke camera (Internationaal Documentair Filmfestival Amsterdam, vanaf 1991). De nog steeds groeiende reeks affiches voor toneelgroep Appel heeft al vele hoogtepunten bereikt, waarbij Bons' handschrift een hoofdrol vervult.

Zonder twijfel vormt het affiche de kern van zijn werk, maar Bons heeft, zich opwerpend als een ontwerper die met vaste hand zijn voorwaarden stelt, bijvoorbeeld ook postzegels ontworpen en een reeks prestigieuze kalenders voor de reder Van Ommeren, steeds de zeethematiek toegewijd. Een van zijn merkwaardigste opdrachten, hier onder het glas bijgezet in schetsen en foto's, is de feestverlichting die hij in 1956 voor het Leidseplein ontwierp in opdracht van het GEB.

Zulke schetsen ontbreken helaas in het overzicht van Benno Wissing, een grafisch en industrieel ontwerper met op de achtergrond een opleiding tot kunstschilder. Dat is vooral jammer omdat Wissing zowel in Nederland - waar hij in 1963 een van de oprichters van het legendarische bureau Total Design was - als in Amerika (vanaf 1978) overwegend in teamverband heeft gewerkt, en alleen al om die reden een minder herkenbare ontwerperspersoonlijkheid is dan Bons. In de vitrines liggen zijn catalogi en affiches voor het Boymans-van Beuningen (pré-TD) en de "re-styling' van de Haagse Post en Gard Sivik, het literaire "tijdschrift voor nieuwe lezers' van Sleutelaar en Vaandrager. Wissing trok met zijn conceptuele benadering en technische perfectie opdrachten aan uit het hogere, mondaine zakenleven. Succesvolle resultaten daarvan zijn de "bewegwijzering' van Schiphol en de "corporate identity' voor Pam olie/benzine. Een veel kleinschaliger voorbeeld is zijn brochure voor de Clark-Michigan - een "krachtige motorlaadschop op luchtbanden' - die qua behandeling zó tot zijn mooiste kunstcatalogi zou kunnen horen en toch niet vervreemdt van het onderwerp.

Toch hindert de vrijblijvende nevengeschiktheid van deze tentoonstelling. Een mogelijke ontsnapping biedt de gedeelde Bauhaus-achtergronden van Bons en Wissing. De eerste, aan de Nieuwe Kunstschool gevormd door een aantal uitgeweken Bauhäusler, verwerkte de Bauhaus-erfenis in een ambachtelijke en individualistische, immer heldere vormtaal. Diezelfde mentaliteit leidde bij Wissing juist tot gestroomlijnde Zwitserse typografie, hartstochtelijk wars van iedere "individualiteit', "handschrift', "expressiviteit'. In het gemproviseerd boekwinkeltje van de BNO stuit de bezoeker echter onverhoeds op vrij werk van Wissing, een vijftal in deze context wat verweesde schilderijtjes uit de afgelopen halve eeuw, gesigneerd met die fameuze naam die hij slechts kende uit drukwerken, gezet uit een moderne schreefloze onderkast. Zo blijft deze tentoonstelling zich tegen iedere interpretatie verzetten, vanaf de volmaakte blanke titel "Jan Bons, Benno Wissing, twee ontwerpers' tot aan dit dubbelzinnige slot.