Gewone vragen die nooit zijn gesteld

Drie jaar na de val van de Muur vertrok de Nederlandse theoloog en jongerenpastor Arno Brombacher (41) uit Oosterhout naar het dorpje Friedrichroda in het Oostduitse Thüringen. Met zijn uit het westen van Duitsland afkomstige vrouw, Lisa Mahler (40), probeert hij, als directeur van een volkshogeschool, de bevolking te helpen. “Probleem is alleen, dat geen mens in de oude DDR op een voormalige jongerenpastor uit Oosterhout zit te wachten.”

Als ik op het station van Gotha word opgehaald door Brombacher en zijn vijfjarige zoontje Jacob, weet de jongen het leven in de vroegere DDR in drie zinnen neer te zetten. “Je moet een wasknijper op je neus doen, want het stinkt hier naar bruinkool. Je moet een valhelm opzetten want er zitten zoveel gaten in de weg dat je je hoofd elke keer tegen het dak stoot. En je kunt in de winter zonder jas naar buiten, want het is warm genoeg.” De laatste opmerking verwijst naar kilomterslange, ijzeren verwarmingsbuizen die je overal ziet. Voor de jongen is de bosrijke omgeving van Friedrichroda een ware speeltuin, maar voor zijn ouders overwegen de minder aangename kanten.

Arno en Lisa zijn sinds anderhalf jaar bezig met het opzetten van een volkshogeschool. De cursussen die er gegeven worden, zijn bedoeld om de Thüringers te laten praten over het leven in de voormalige DDR. In die voormalige arbeiders- en boerenstaat werden de burgers nauwkeurig in de gaten gehouden. Openlijk je mening geven was er niet bij. Volgens Brombacher, die de school heeft opgezet op uitnodiging van de Evangelische Stichting Reinhardsbrunn, hebben veel mensen nu behoefte om pratend het verleden te verwerken. Bij sommigen zijn de frustraties zo groot dat ze met de huidige situatie haast niet kunnen leven.

“De mensen in de vroegere DDR zijn er volgens mij bij gebaat om antwoord te geven op de vraag "Hoe heb je dit of dat ervaren', "Wat denk je van de dingen'.

Gewone vragen die nooit zijn gesteld. Niet in de tijd van Hitler, niet in die van de DDR en niet na de hereniging'', zegt Brombacher.

“We willen de mensen via de cursussen meenemen op een weg waarvan ze na afloop zeggen: ik mag dan geen betaalde baan hebben - ik heb een hartstikke goed leven, ik ben tevreden met mezelf, ik gedraag me naar christelijke normen en waarden, ik kan goed met mijn buren overweg. We moeten proberen de mensen - ook degenen die wel werk hebben - tevredener te laten zijn, perspectief in het leven te geven. Dat is voor ons de uitdaging in een samenleving die sociaal en structureel heel zwak is.”

“Er lopen hier zoveel mensen rond als zielige en zwakke hoopjes. Het is nog erger dan ik me had voorgesteld. Veel mensen zijn niet in staat tot enig initiatief, ze wachten op een commando. Ze gaan in de supermarkt altijd in de langste rij staan. Dat doen ze niet expres, ze zien die andere rij niet eens. Ze kijken niet rond in hun directe omgeving. Voordat dat over is, is er waarschijnlijk al weer een generatie voorbij.”

Brombacher merkte dat het personeel van de volkshogesshool vooral naar hem luistert omdat hij de directeur is. “Als Lisa iets vraagt, gaat het met pijn en moeite, maar naar mij luisteren ze meteen. Ze doen niets uit zichzelf. Zo verwisselen de klusjesmannen pas een kapotte lamp als ik hen er op attent maak. Ook al lopen ze er tien keer per dag langs en hebben ze voldoende lampen, uit zichzelf zullen ze hem niet gauw verwisselen. En juist die mentaliteit, daar is zo verdomd lastig mee te werken. De mensen denken: wat ik ook doe, ik krijg mijn salaris toch wel. Ook in restaurants. Als je ze probeert uit te leggen dat ze service moeten geven om hun klanten te houden en dat ze anders op straat komen te staan, kijken ze je niet-begrijpend aan. Het gros van de mensen heeft niet door dat de almachtige staat die hen beschermt en geld geeft, weg is en dat ze ontslagen kunnen worden als ze hun best niet doen.”

De cursussen die Arno en Lisa opzetten, zijn bedoeld om mensen te helpen een nieuw begin te maken. Ze hebben betrekking op allerlei onderwerpen, van Alternativen zu Fernsehen und Video tot Kulturelle Identität kontra Nationalismus, van een programma Ich bin ich tot een tweedaagse bijeenkomst over Demokratie wächst von unten.

Een deel van de programma's is bewust op de bovenlaag van de samenleving gericht. Via deze mensen moet de rest van de bevolking worden bereikt. Andere cursussen zijn bedoeld voor werklozen, bejaarden, ongetrouwde moeders en andere kwetsbare groepen.

“Je merkt hoe star en bureaucratisch het systeem hier nog steeds werkt”, zegt Brombacher, die de DDR verscheidene malen bezocht sinds 1982. “Het grootste gedeelte van het werk dat we tot nu hebben gedaan, is het bij elkaar sprokkelen van geld en het uitzoeken bij wie we daarvoor moeten zijn. Steeds sta je achter het verkeerde loket of ben je te laat met je aanvraag. Daarom stap ik ook meestal meteen maar naar de betrokken minister. Maar als je die eenmaal enthousiast hebt gemaakt, krijg je te maken met ambtenaren op het ministerie die elke letter omdraaien en alles wat maar tegen je gebruikt kan worden, tegen je gebruiken. Elke regeling en wet moet je altijd zo negatief mogelijk interpreteren. Als je ondanks alle tegenwerking toch nog geld krijgt voor de cursussen, mag je heel blij zijn.”

Over de belangstelling voor de cursussen kunnen Arno en Lisa nog weinig zeggen. Het blijft een kwestie van aanbod en hopen dat de mensen komen. Niet iedereen ziet het directe nut van de opleidingen. Veel mensen hebben na de vereniging van de twee Duitslanden hun baan verloren en zijn eigenlijk alleen maar gespitst op het vinden van nieuw werk. Ze vragen meteen of ze via de cursussen een baan, meer geld of een diploma kunnen krijgen. Aan alleen maar praten hebben ze niets, vinden ze.

Ook bestaat er wantrouwen tegen het instituut volkshogeschool, omdat het een uitvinding van het Westen is. Vooral in West-Duitsland en in Denemarken zijn de volkshogescholen populair, in de DDR was het begrip volslagen onbekend. “De mensen hier zijn sinds de vereniging helemaal overrompeld door alles wat uit het Westen komt. Daardoor hebben ze een grote antipathie ontwikkeld tegen alles wat daar vandaan komt. Wij zijn in hun ogen óók van die betweters, die de boel wel eventjes komen regelen. Juist daarom proberen we met zoveel mogelijk mensen te gaan praten en presenteren we ons zo bescheiden mogelijk. We willen niet bij de mensen aankloppen en zeggen: Kijk eens jongens, wij weten wat goed voor jullie is. Alsjeblieft zeg, dat zeker niet!”