Gangbaar aanbod van galeries in Kunsthal

Tentoonstelling: Verwandtschaften. T/m 16 mei in de Kunsthal Rotterdam. Open di-za 10-17u, zon- en feestdagen 11-17u. Catalogus fl 29,50

"Waar is de kunstenaar? Geen adres. Geen woonplaats. De kunstenaar is onvindbaar." Op het schilderij van Thomas Huber waarbij hij deze toelichting schreef, is een hoge ruimte afgebeeld met blauwe, rode en gele wanden. Er is geen levende ziel te bekennen, alleen een paar bankjes en de achterkant van een schilderij op een ezel. Op de tentoonstelling Verwandtschaften in de Rotterdamse Kunsthal staat dit schilderij van Huber ook op een ezel. Deze herhaling verwijst naar de kunstmatigheid van exposities, waar werken tijdelijk bij elkaar zijn neergezet.

De tentoonstelling over verwantschappen tussen 22 jonge kunstenaars uit Rotterdam en Düsseldorf is duidelijk zo'n gelegenheidsconstructie. Op initiatief van het Kulturamt van Düsseldorf gingen vier tentoonstellingsmakers en conservatoren uit beide steden op atelierbezoek. Zij stelden vast dat er sprake was van "gemeenschappelijke motieven." Anders dan de Neue Wilden die zich aan het begin van de jaren tachtig presenteerden met bewogen, expressionistische schilderijen, reageren de kunstenaars die nu in de Kunsthal exposeren "niet zo direct of spontaan op hun omgeving"; aldus de samenstellers in de catalogus. De kunstenaars "analyseren op afstand allerlei verschijnselen en kwesties die samenhangen met waarneming, met het artistieke ontstaansproces, met schaal en karakter van tentoonstellingsruimten, of met de wisselwerking tussen het intieme en het openbare." Deze inventarisatie van thema's is niet specifiek voor Düsseldorf of Rotterdam. Ook elders houden jonge kunstenaars zich met deze onderwerpen bezig. Huber heeft gelijk: Geen adres of woonplaats.

En hoe zit het met de kunstenaar, is hij of zij ook onvindbaar? Bij sommigen is dit het geval. Zij blijven anoniem: hun werk onderscheidt zich niet of nauwelijks van het gangbare aanbod in galeries of op exposities. De bleke polyester-poppen van Maria Anna Dewes bijvoorbeeld kan men tegenwoordig in veelvoud in allerlei standen aantreffen. De Global Human AG van Club Orchidee die in de Kunsthal en in het Beursgebouw op de Coolsingel aandelen te koop aanbiedt, is een niet bijster originele variant van de zogenaamde Business Art.

Anderen, zoals Axel van der Kraan en Mels van Zutphen, verrassen door eigenzinnig werk. Van der Kraan toont een serie houtsnedes van fortificaties die sterk doen denken aan kerncentrales. Op kleine schaal hebben ze hetzelfde effect als een luguber decor in een griezelfilm. Van Zutphen heeft op vernuftige wijze het door de mens bedreigde uitspansel letterlijk in een broeikas gevangen.

Verwandtschaften biedt een doorsnede van de huidige kunstproduktie. Interessante en minder geslaagde bijdragen houden elkaar in evenwicht. Om enige structuur in de tentoongestelde werken te brengen zijn twee filosofen en een kunstcriticus uitgenodigd om voor de catalogus een essay te schrijven over respectievelijk het landschap, de "menselijke conditie' en de dingen. Het is een aardig idee om hiervoor generatiegenoten van de deelnemende kunstenaars te vragen, maar lezing van de moeizaam geschreven teksten levert weinig nieuwe gezichtspunten op. Een van de auteurs merkt aan het eind van een quasi-diepzinnig betoog zelfs doodleuk op: "Veel meer dan een impressie van een intutie is in het voorgaande niet beoogd()'.

De gekozen driedeling werkt bovendien eerder verwarrend dan verhelderend. Het onderscheid tussen de verschillende categorieën is niet altijd even scherp te maken. Bij de werken op de tentoonstelling valt op dat objecten vaak de fysieke aanwezigheid de mens suggereren. De menselijke figuur daarentegen is nogal eens gereduceerd tot een ding - beide zijn inwisselbaar geworden. Een voorbeeld hiervan zijn de fotowerken van Lidwien van der Ven en van Ine Lamers. Op de gefotografeerde stadsgezichten van Beat Streuli krijgen mensen evenveel aandacht als een berg bouwafval. Paul Cox maakte een betonnen afgietsel van de bodemplaat van een urinoir. In combinatie met de zwart wit foto's van Streuli levert deze "archeologische vondst' een grauw en somber beeld op van het leven aan het eind van de twintigste eeuw.