Edvard Grieg Edvard Grieg, Sange (Lieder). DG 437 ...

Edvard Grieg Edvard Grieg, Sange (Lieder). DG 437 521-2

LOOS LOOS: Fundamental (Geestgronden 10). Distributie: BVHAAST

Spo Dee O Dee Spo Dee O Dee: Second Coming. Phonogram: 514636-2

Even As We Speak Even As We Speak. Feral Pop Frenzy (Rough Trade/Sarah 614cd)

Doorsnee Wim Ibo presenteert: De familie Doorsnee. Phonogram 514 294-2

Edvard Grieg

Dit jaar wordt de 150ste geboortedag van de Noorse componist Edvard Grieg herdacht. Voor Deutsche Grammophon was dat aanleiding om een "Anniversary Edition' uit te brengen. Behalve natuurlijk aan de eeuwige Peer Gynt en Holberg suite, wordt ook aandacht besteed aan het in ieder geval in minder noordelijke regionen onbekende repertoire, zoals de drie scènes uit de onvoltooide opera Olav Trygvason en de in 1885 georkestreerde versie van het oorspronkelijk voor spreekstem en piano geschreven Bergliot. De orkestwerken zijn opgenomen door het symfonieorkest van Gothenburg onder leiding van Neeme Järvi.

Interessanter zijn echter de "sange', ofwel liederen, gezongen door de voortreffelijke mezzosopraan Anne Sofie von Otter, aan de piano begeleid door Bengt Forsberg. De teksten, op enkele in het Duits na (ondermeer op teksten van Heine en Goethe), zijn in het Noors of een Noors dialect of in het Deens, en daardoor voor mij niet te volgen. Maar de verhalende en zeer zorgvuldige interpretatie van Von Otter maakt dat de sfeer van de muziek direct aanspreekt. Daarmee komt ze dicht bij het doel dat Grieg zich had gesteld, om de tekst als uitgangspunt te kiezen en het zingen van een lied te beschouwen als een soort verheven manier van spreken.

Grieg schreef in een brief dat liederen een speciale aantrekkingskracht voor hem hadden, omdat hij ze alle componeerde voor zijn vrouw. En hij vervolgt: “Ik durf te zeggen dat zij de enige ware vertolkster van mijn liederen is.” Dankzij haar kwamen ze, volgens Grieg, op een volkomen natuurlijke en vanzelfsprekende manier tot leven. De componist heeft Von Otter nooit kunnen horen, maar zij zal mevrouw Grieg ongetwijfeld evenaren.

Edvard Grieg, Sange (Lieder). DG 437 521-2

PAUL LUTTIKHUIS

LOOS

"Ik heb een hekel aan gezellig getoeter' luidde in 1987 de kop boven een interview met rietblazer Peter van Bergen. Dat hij die mening nog altijd huldigt, valt af te leiden uit Fundamental, de eerste cd van zijn vijfmansgroep LOOS. De muziek is niet geschikt als gespreksdécor, men kan er op deinen noch dansen, de verkoop van bier zal er hoogstens door stokken. Van Bergen speelt geen songstandards of vette blueslicks en aan swing doet hij ook al niet. Dat zijn muziek bij vlagen toch jazzy klinkt, ligt niet aan de composities die abstract, exact en vooral heel kaal zijn, met een opvallende rol voor de factor stilte.

Neem Trelas I en III die voor driekwart uit rusten bestaan. Het jazz-achtige van Van Bergens muziek steekt allereerst in de ruimte die hij zijn musici gunt. Zij kunnen de afwikkeling van de partituur beinvloeden door gebruik te maken van free repetition en de prompters die Van Bergen ze biedt. Eerst C, pas dan B, kunnen ze bijvoorbeeld bepalen. Het resultaat hiervan is dat een stuk bij iedere speelbeurt anders kan klinken.

Het tweede kenmerk waardoor Van Bergen toch een beetje bij de jazz hoort is zijn manier van fraseren en de kleur van zijn klank. Wanneer hij tenorsax speelt proeft men de bewondering voor John Gilmore en wijlen Albert Ayler, op basklarinet kan hij nooit helemaal om Eric Dolphy heen. Zij geknor op contrabasklarinet doet natuurlijk aan niemand denken, want wie bespeelt er zo'n onmogelijk ding?

Na Hoketus van Louis Andriessen is LOOS misschien wel het duidelijkste statement van de "Haagse School', in dit geval bestaande uit pianist Gerard Bouwhuis, basgitarist Patricio Wang, slagwerker Paul Koek en slaggitarist Huib Emmer die t.a.v. één compositie, F.001, de credits met Van Bergen deelt. Een formaliteit natuurlijk omdat, zoals gezegd, ook de andere musici bij uitvoering mee-componeren. Het super-onhandige in twaalven gevouwen inlegvel van 50 x 40 herhaalt de boodschap van de muziek: Ik breng u geen zoete koek. Wie mij lief wil hebben gelieve zich in mij te verdiepen.

LOOS: Fundamental (Geestgronden 10). Distributie: BVHAAST

FRANS VAN LEEUWEN

Spo Dee O Dee

Het Amsterdamse trio Spo Dee O Dee rond zanger/gitarist Ross Curry heeft na het debuut Goin' Walkabout (1991) lang genoeg gepauzeerd om voor de opvolger Second Coming een nieuw geluid en een nieuwe stijl te ontwerpen. Goin' Walkabout bood korte melodieuze rocksongs met een aan de Black Crowes verwante rauwe klank.

Op de nieuwe cd duren de nummers lang: vier van de twaalf langer dan vijf minuten, één zelfs zeven minuten. De songs zijn niet toegankelijk, eentonig en hoewel in opbouw gedurfd, te geforceerd. Second Coming is "open' gemixed en muzikaal sober. Zo is het ruige gitaarspel van de debuut-cd vervangen door spaarzame aanslagen die Hawaii-achtig zinderen. Met lange intro's en intermezzo's wordt voor de spanningsopbouw uitgebreid de tijd genomen maar de beoogde broeierigheid blijft uit omdat tussen gitaar, de stramme drums en de nadrukkelijk rollende bastonen geen eenheid bereikt wordt.

Met overgave zingt Ross Curry zijn begerige teksten waarbij hij de woorden aan elkaar rijgt, zo verstaanbaarheid opofferend aan de uiting van zijn hunkering. In 20.000 Miles wordt met transparante gitaarakkoorden en gevoelvolle zang een spanning opgeroepen die de andere songs ontberen.

Spo Dee O Dee: Second Coming. Phonogram: 514636-2

HESTER CARVALHO

Even As We Speak

Zoals andere Australische bands al eerder deden (Nick Cave, The Go-Betweens) heeft ook het zes-koppige gezelschap Even As We Speak het vaderland verlaten voor een muzikale carrière in Engeland. Een maand na de verhuizing naar deze strategische lokatie verscheen hun debuut-cd, Feral Pop Frenzy.

Net als die van een andere Australische band, met de al even onbegrijpelijke naam Not Drowning, Waving, hebben de pop-liedjes van Even As We Speak rijke arrangementen, die toch voornamelijk in dienst lijken te staan van de vaart en de stroomlijning van de songs. Voorzichtig gebruik van samples, mooi langs elkaar geplooide banjo's en akoustische gitaren, koortjes die opgewekt "Oooh' en "Aaah' roepen, een incidentele mondharp en de ruimtelijke produktie sieren de nummers. Maar het betoverendst is de stem van zangeres Mary Wyer. Haar volle geluid wendt zich, af en toe hees of brekend aan het eind van een uithaal, met gretigheid door de teksten.

Observerend en ironisch, zoals I don't know what the question is, but 'love' is the answer' (in Love is the Answer). De "Feral .. Frenzy' ("woeste razernij') van de cd-titel spreekt slechts uit de korte, hard vervormde gitaar-uitbarstingen die de nummers zo onverwacht doorbreken als storing bij het luisteren naar de radio.

Even As We Speak. Feral Pop Frenzy (Rough Trade/Sarah 614cd)

HESTER CARVALHO

Doorsnee

Twee langspeelplaten bestonden er ooit, alles bij elkaar nog geen dertig van de honderdvijftig liedjes die Annie M.G. Schmidt en Cor Lemaire tussen 1952 en 1958 schreven voor de VARA-radioserie De familie Doorsnee. Het zou de moeite waard zijn nog eens iets te horen van alles wat destijds aan de vergetelheid is prijsgegeven (de recente VPRO-remake wekte de indruk dat ook dáár nog veel moois tussen zit), maar voor pas verschenen cd-compilatie stonden producer Wim Ibo alleen die twee platen ter beschikking.

Bij het afluisteren heeft hij, volgens zijn informatieve en anekdotische verhaal op het hoesje, “blije en melancholieke momenten” beleefd. Dat is begrijpelijk: wat hier is te horen, heeft weliswaar tijdloze kwaliteit, maar brengt tegelijk op ongeëvenaarde wijze de overzichtelijke knusheid van de jaren vijftig tot leven - toen alles, tien jaar na de bevrijding, weer op zijn pootjes terecht leek te komen en de grootste levensvraag was of er naar Australië moest worden geëmigreerd.

Met haar onnavolgbare oor voor typisch Hollandse zinswendingen en haar prachtige rijmen vatte Annie Schmidt de gevoelens samen, op aansprekende en vaak zachtjes swingende muziek gezet door Cor Lemaire. De liedjes werden gezongen door een keurkorps van acteurs, met de zingzeggende Cees Laseur en Sophie Stein als de ouders, Lia Dorana en Kees Brusse als romantische chansonniers in de rol van de twee opgroeiende kinderen en Hetty Blok en Joop Vischer als de rondborstig kwinkelerende werkster en haar man. Het stemt tot weemoed, de mannenklacht over de jaarlijkse grote schoonmaak (“Ze zijn weer aan het vegen / tot 's avonds hallef negen”), de onbekommerde ode aan de binnenlandse vakantie (“Ik hoef niet naar het Largo Masjore”), het komische duet over emigratie (“Wil joe hef a kup of tie”), het twistlied over Amsterdam en Rotterdam en zo'n pareltje als het chanson dat de vader zingt over zijn opgroeiende dochter. “Voor je het weet, heet je dochter De Vries,” zegt Annie Schmidt ter inleiding, want ook zelf is ze - jong en energiek - op deze verzameling te horen.

Wim Ibo presenteert: De familie Doorsnee. Phonogram 514 294-2

HENK VAN GELDER