De chaos van een mooie zomeravond; Profiel van DRIES ZEE

"De rotzooi' in Amsterdam heeft niet zozeer met de grote criminaliteit te maken alswel met het "massaal overschrijden van kleine maatschappelijke spelregels'. Dat vindt de nieuwe districtschef van het Amsterdamse bureau Warmoesstraat, Dries Zee (54). Ruim zes jaar was hij in Amsterdam verantwoordelijk voor het verkeersvraagstuk.

“Mensen leven in een roes van onkwetsbaarheid. Elke Nederlander heeft ongeveer zestig procent kans om in zijn leven betrokken te raken bij een verkeersongeluk en dan licht of zwaargewond te raken. De belangrijkste doodsoorzaak voor jongeren tussen 16 en 25 jaar is verkeersonveiligheid. Als je spreekt in termen van verloren levensjaren ligt verkeersonveiligheid tussen hart- en vaatziekte en kanker in.

Achteraf snap ik niet waarom ik er vroeger niet meer oog voor had. Een medewerkster hier op het bureau heeft vorig jaar een ernstig auto-ongeluk gehad in Frankrijk. Voor de statistiek is het één streepje. Ze is niet dood, voor de statistiek is ze zelfs niet zwaargewond, maar haar hele leven is sindsdien dramatisch veranderd. Het was een vrouw die veel hobby's had, zong, muziek maakte. Nu heeft ze, zoals ze dat zelf zegt, een "kunstkop' - een gedeelte van haar hoofd is kunststof omdat ze daar ernstige was gewond - en een "scharreloog' dat lager hangt en waar ze slecht mee kan zien. En dan heb ik het nog niet eens over alle ellende met verzekeringsmaatschappijen, de martelgang van de ene specialist na de anderen en alle problemen met het werk.

Verkeersonveiligheid heeft bij de meeste mensen absoluut niet de prioriteit die het zou moeten hebben. In Nederland hebben we zo'n 1500 doden per jaar en 60.000 geregistreerde gewonden - het werkelijke aantal gewonden ligt overigens veel hoger, een verantwoorde schatting komt op zo'n 400.000. In Amsterdam: 35 doden en 3230 gewonden. Als je het over heel Europa bekijkt: 55.000 doden per jaar en een miljoen gewonden. Een stadje als Purmerend wordt jaarlijks van de aardbodem weggevaagd, en allemaal door dezelfde oorzaken: altijd is het snelheid, altijd is het alcohol, altijd is het rood licht, geen gordel, geen helm.

Soms hoor je mensen met een vreemd soort weemoed praten over de goede oude tijd, toen ze nog op de bon geslingerd werden als ze door rood licht reden. Opeens was dat voorbij.

De politie heeft het probleem van de verkeersonveiligheid stomweg uit haar vingers laten glippen. We hebben ons zo laten meevoeren door de waan van de dag dat we uit het oog verloren welke schade die verkeersonveiligheid wel niet geeft, zowel in menselijk als in economisch opzicht.

Toen ik in 1959 bij de politie kwam stonden verkeersactiviteiten nog centraal in ons werk. Maar daarna hebben we in snel tempo grote openbare-orde en criminaliteitsproblemen over ons heen gekregen, er ontstond een omvangrijk drugprobleem, er kwam zoveel op ons af dat wij als politie van de ene dag op de andere onze aandacht voor verkeers onveiligheid verloren. Je kon niet meer iemand opschrijven voor rood licht. Zo iemand zei: "Komaan, kun je niet beter eerst eens die junk van de straat halen en die tasjesdief pakken?'

Pas sinds een paar jaar proberen we daar verandering in aan te brengen, en dat begint aan te slaan. Alleen kun je aan veel verkeersgedrag met politieoptreden weinig of niets veranderen. Het heeft te maken met heel andere dingen, met het denken van mensen over mobiliteit, met agressie en macho-gedrag, en ook met pure onwetendheid.

U vindt waarschijnlijk 120 kilometer op een autosnelweg normaal, maar hebt u wel eens een kettingbotsing gezien, hebt u voor uw ogen die hele handel wel eens op elkaar zien klappen? De meeste mensen hebben geen idee van de krachten die in hoge snelheden verscholen liggen.

Wij geven sinds vorig jaar op alle Amsterdamse scholen voor voortgezet onderwijs verkeersvoorlichting. Er gaat een wereld voor die kinderen open. Die jongens denken dat als je op een brommer veertig rijdt, dat je dan na twee meter stil kunt staan. Ze zijn er echt van overtuigd. Ja, na afloop gaan ze het uitproberen en dan komen ze erachter dat die remweg vijftien tot twintig meter is. Hela, nooit gedacht.

Als er zoiets aan de hand is, kom je er niet met alleen maar contrôles en boetes. Wij proberen daarom zoveel mogelijk in de fase ervoor te doen, zodat het restant met bekeuringen kan worden opgelost. Na 1 januari volgend jaar worden er bijvoorbeeld alleen nog maar snorfietsen verkocht die vrijwel niet meer op te voeren zijn - ja, tenzij je er een fortuin aan besteedt. Voorlichting is ook heel belangrijk. De meeste mensen gaan, als je maar genoeg op ze in blijft praten, op den duur wel overstag. Veel is ook een kwestie van ingeslopen fouten, ingesleten gewoontes. We werken altijd met andere partners samen, met scholen, gemeentebedrijven, belangenorganisaties, noem maar op. En we kiezen heel zorgvuldig onze doelen. Maar als we een project hebben, dan kluiven we dat ook tot op het bot af.

Wordt het dan in Amsterdam niet hoog tijd voor, bijvoorbeeld, een taxiproject?

We hebben die taxiclub tegenwoordig inderdaad stevig op de korrel. De Consumentenbond heeft ooit een onderzoek gedaan naar Amsterdamse taxichauffeurs. Er kwam uit dat zeven van de tien taxichauffeurs systematisch door rood licht reden. Dat alle taxichauffeurs systematisch te hard reden. Dat praktisch niemand van de taxichauffeurs zich houdt aan de voorgeschreven snelheid waarmee je tramhaltes passeert.

Ik hoorde laatst de geschiedenis van een New Yorkse taxichauffeur die zestienduizend dollar meer tip ving dan zijn collega's omdat hij het volgende deed: hij stelde zich voor, zodra hij een passagier in zijn wagen kreeg; hij hielp de bagage in de kofferbak zetten; hij vroeg naar rookgewoonten en muziekvoorkeuren van de passagier; hij reed alsof hij een stapel eieren in zijn auto had; en tenslotte hielp hij zijn passagier correct uit zijn taxi en gaf na afloop zijn kaartje. Allemaal dingen die nauwelijks moeite kosten, en een wereld van verschil uitmaken.

Zo'n verhaal wil ik die Amsterdamse taxichauffeurs nog wel eens vertellen. Als je hun werkkanaal afluistert schrik je je wezenloos over wat ze tegen elkaar zeggen. Het anti-democratische gehalte van hun praatjes, het gebrek aan integriteit, het lachen om verkeersveiligheid. Als je ziet hoe sommigen erbij lopen. Ik weet zeker dat heel veel taxichauffeurs het met me eens zijn dat er op een hele andere manier hier in Amsterdam gereden moet gaan worden. Dat soort dingen kost alleen veel tijd.

Het klinkt gek, maar veel meer dingen dan je denkt hebben met elkaar te maken. Als fietsers gewoon maar door een voegangersgebied mogen rossen, dan is een cafébaas ook al sneller geneigd een illegaal terras te maken op een mooie zomeravond en zich niets aan te trekken van verordeningen en sluitingstijden. Dan wordt alles gemakkelijk. De rotzooi in de stad, waar mensen zo over klagen, heeft niet zozeer met de grote criminaliteit te maken, maar met het massaal overschijden van kleine maatschappelijke spelregels.

Dat geldt ook voor de overheid zelf. Overal zijn nu in Amsterdam vrije bus en trambanen aangelegd om de doorstroming van het openbaar vervoer te bevorderen. Wat zie je vervolgens? Iedereen jakkert daar maar over. Politieautos en brandweerwagens, ook als ze boodschapjes moeten doen, drinkwaterbedrijven, gemeentediensten, iedereen maakt er grof misbruik van, terwijl het openbaar vervoer moet wachten op allerlei autos die er niks te maken hebben.

Als iedereen vanaf nu wacht voor rood licht en niet kris-kras over vrije trambanen en door voetgangersgebieden rost, dan geeft dat iets van ordening, rust en veiligheid, een gevoel dat wellicht doorwerkt naar andere dingen.

Als u praat over ordening: in Amsterdam zijn ongeveer 400.000 fietsen, waarvan er naar schatting 160.000 per jaar worden gestolen. Dat gaat nu al jaar-in jaar uit zo door.

Dat is het resultaat van jarenlange verwaarlozing van zo'n probleem. Door de politie, en door de rest van de samenleving. Op die scholen waar we komen zegt iedereen: als drie keer je fiets is gejat, pak je er zelf ook eentje. Verwaarlozing tussen de oren. Maar niets weerhoudt je om al pratend met je kinderen of je leerlingen de normen weer wat te herstellen.

Henk Hofland heeft wel eens tegen me gezegd: "Maak je geen illusies, Amsterdam wordt een rauwe wereldstad. Alleen de schaal zal altijd veel kleiner zijn dan overal elders.' Vanwege die kleinschaligheid zal de fiets hier dan ook altijd een ideaal vervoermiddel blijven. Er is in Amsterdam de laatste jaren al veel energie gestoken in fietspaden, maar het zou nog veel meer kunnen gebeuren. Ik ben een groot voorvechter van goede en goedkope fietsenstallingen. Wat ik ook graag zou zien zijn een aantal gekleurde fietsroutes die iedereen kent en die als een comfortabel slagadersysteem door de stad lopen. Iedereen weet dat, zeg maar, de paarse route van het centrum naar Zuid loopt, en dan door naar Buitenveldert. Die routes geef je op allerlei manieren voorrang en prioriteit boven het andere verkeer. En waarom overdek je bepaalde gedeelten niet, om te beginnen de plekken waar veel fietsers moeten wachten op een stoplicht? Waarom krijgt de auto altijd prioriteit en is de fiets altijd de sluitpost? We willen toch zoveel mogelijk het woon- werkverkeer per auto in Amsterdam terugdringen?

U gaat nu naar het bureau Warmoesstraat, een van de ruigste politiedistricten van Nederland. Is het verkeer binnen de politieorganisatie ook niet jarenlang het ondergeschoven kind geweest, omdat voorlichting en verkeerscontroles natuurlijk lang niet zo spectaculair zijn als de dingen die op zo'n district gebeuren?

Die Amerikaanse politieseries, ik vind ze vreselijk. Het is een fakewereld. En het gevaar dreigt dat politiemensen dat gaan overnemen, ook hier in Nederland. Dat ze met grote schouderholsters om verbalen gaan zitten typen, of direct het zwaailicht aanzetten als ze een wetsovertreder zien. Er bestaat bij sommige agenten natuurlijk nog altijd het idee dat het echte politiewerk uit boevenvangen bestaat. Terwijl het natuurlijk om iets heel anders gaat. Wij willen Nederland veilig maken. Veilig van boeven, maar ook veilig van alles wat met drugs te maken heeft, met verkeersonveiligheid, milieuverontreiniging.

Als politie moet je een gevoel van veiligheid, betrouwbaarheid en professionaliteit uitstralen. Als je een aanrijding opneemt en er is niet onmiddellijk levensgevaar moet je als politie niet met een noodvaart aan komen scheuren en de surveillanceauto op te stoep flikkeren. Je moet correct parkeren, je moet het voorbeeld zijn. Een diender die zonder noodzaak veel te hard rijdt is niet goed bezig met zijn vak. Het is toch te gek dat als het niet-dragen van een gordel een belangrijke ongevalsoorzaak is, dat ik dienders zonder gordel in de auto zie rijden?

De Amsterdamse binnenstad is iets wat ons allemaal aangaat. Met vele anderen zorgen we ervoor dat de mensen in de binnenstad kunnen doen wat ze er willen doen. In dat krachtenspel is de politie een van de deelnemers. Niet minder, en niet meer. De kenmerken van iedere stad zijn variatie en specialisatie. Teveel van het een maakt dat het ander weggaat. Het beschermen van die varieteit, dat is misschien wel ons belangrijkste werk.''