Dasa krijgt met Fokker in recordtempo wat zij begeert

MÜNCHEN, 26 APRIL. Met de handtekening morgenochtend van Dasa-voorzitter Jürgen Schrempp in het Kurhaus-hotel van Scheveningen onder de overeenkomst van de officiële overname van de Nederlandse vliegtuigbouwer Fokker, heeft de hoogste baas van het Duitse lucht- en ruimtevaartconcern Deutsche Aerospace in betrekkelijk korte tijd alles gekregen wat zijn hart begeert.

Uiteindelijk is het nog niet eens vier jaar geleden (19 mei 1989) dat onder de eendrachtige samenwerking tussen de topman van Daimler Benz, Edzard Reuter, en een aantal Duitse overheden in recordtempo een vliegtuigconcern uit de grond werd gestampt. Door het samenvoegen van Motoren und Turbinen Union (MTU), electronicaconcern Telefunken en de vliegtuigbouwers Dornier en Messerschmidt Bolkow Blohm, ontstond Deutsche Aerospace (Dasa). Dasa maakt op haar beurt voor 37,9 procent deel uit van het Airbus-consortium, waarin naast de Duitsers het Franse Aérospatiale (37,9 procent), British Aerospace (20 procent) en het Spaanse Casa (4,2 procent) de andere vertegenwoordigers zijn.

Alles konden de Duitsers binnen hun mammoet-organisatie aanbieden. Rompen, vleugels, propellervliegtuigen, motoren en elektronica. Op één ding na. Een compleet straalvliegtuig. Maar met de overname van Fokker, dat een leidende rol is toegezegd in het marktsegment van straalvliegtuigen met 65 tot 130 stoelen, wordt ook aan die wens voldaan. Bovendien krijgt DASA met de "after sales' kennis van Fokker en zijn grote marketing-expertise van de vliegtuigmarkt de beschikking over belangrijke gegevens.

De overname van Fokker is bij de ambitieuze Duitse plannen om uit te groeien tot één van de belangrijkste exponenten van een Europese vliegtuigindustrie in feite het tweede belangrijke succes in korte tijd. In München laat Airbus-woordvoerder Benien tenminste doorschemeren dat de Fransen ruim twee jaar hebben tegengesputterd, maar toch niet hebben kunnen verhinderen dat de eindassemblage van één toestel, de Airbus 321, inmiddels naar Hamburg is verhuisd. Temidden van de andere Airbus-modellen die allemaal als eindprodukt in Toulouse uit de fabriek rollen weliswaar nog een bescheiden succesje, maar het streelt de Duitse ijdelheid en verstevigt het zelfvertrouwen.

De vliegtuigbouw vormt met 44 procent van de 17,2 miljard mark omzet de grootste activiteit van de Dasa-groep die ruim 80.000 werknemers telt, waarvan er tot 1995 nog 7500 dienen af te vloeien. In de vliegtuigsector werkt de helft van het totale aantal werknemers. Maar de winstvoorspellingen voor de komende jaren zijn door de totale recessie in de wereldluchtvaart, waardoor orders worden uitgesteld, uiterst somber. Dat vertaalt zich ook in de betrekkelijk geringe activiteit op de werkvloer van de verschillende Dasa-complexen rond München, waar ook de teruggelopen defensie-opdrachten zich laten voelen.

Niettemin wijst Dasa-woordvoerder Christian Poppe ieder doomsday-scenario voor Fokker-Dasa bijna blijmoedig van de hand. Hij weet dat de “autojongens van Mercedes in Stuttgart” aanvankelijk niet al te enthousiast waren om geldverslindende en kapitaalintensieve industrieën als de vliegtuigbouw en ruimtevaart financieel op sleeptouw te nemen. Maar evenals iedereen bij Dasa gelooft hij rotsvast in de ideeën van Edzard Reuter, de voorzitter van Daimler Benz, die de Amerikanen en Japanners in Europa buiten de deur wil houden. Reuter is daarbij heilig overtuigd van de kansen van een Europese vliegtuigindustrie, het liefst met Duitsland in een leidende rol.

Daimler Benz is volgens Poppe bereid daarvoor nog veel meer miljarden uit te trekken dan het tot nu toe al heeft gedaan. De ironie wil dat die uitspraak wordt gedaan op de dag dat Mercedes Benz een paar honderd kilometer verder in Stuttgart bekend maakt dat het dit jaar nog eens 7000 banen wil schrappen. De deal met Fokker, die ook de nieuwe Dornier 328 in zijn verkooppakket zal opnemen, is echter voor Dasa van strategisch belang. Ondanks het feit dat de nog te ontwerpen Fokker 130 een regelrechte concurrent voor de Airbus 319 zou betekenen. Het is een synergie-probleem dat volgens Poppe in de praktijk wel zal worden opgelost.

Dat de "uitverkoop' van Fokker in Nederland tot hooglopende, bijkans emotionele discussie heeft geleid, verbaast hem niets. Hij pareert de opwinding met een voorbeeld uit de autoindustrie. “In Duitsland is de overname van Fokker door Dasa geen big deal. Maar wanneer je als groter land zaken doet in een kleiner land, kun je dit soort reacties verwachten. Je zag het ook toen Ford een meerderheidsbelang verwierf in Jaguar. De Amerikanen vonden dat een volstrekt normale zaak. Maar in Engeland schreeuwde men moord en brand over het verkwanselen van een industrieel erfgoed. Zo gaan die dingen.”

Dat het Dasa ernst is blijkt ook uit de activiteiten van dochter MTU. De motorenleverancier heeft nauwe toenadering gezocht tot Pratt & Whitney, met Rolls Royce en General Electric de drie belangrijkste fabrikanten voor vliegtuigmotoren. Er wordt zelfs een aandelenruil tussen het Amerikaanse en Duitse bedrijf overwogen. Met Pratt & Whitney maakt MTU nu al dertien verschillende soorten motoren, zowel in de civiele als militaire sector. Een samengaan van MTU met BMW liep daardoor stuk. BMW eiste in de nieuw te vormen vennootschap een meerderheidsbelang. Maar dat was wel het laatste waar MTU mee wilde instemmen. Tot irritatie van de Duitse overheid, die twee elkaar beconcurrerende nationale motorenfabrikanten - BMW werkt nu samen met Rolls Royce - als een zaak beschouwt die op termijn de Duitse luchtvaartbelangen niet ten goede komt.