Bundesbank zorgt voor veranderd rente-sentiment

ROTTERDAM, 26 APRIL. De Nederlandse obligatiemarkt sloot de afgelopen week nagenoeg onveranderd af. In het begin van de verslagperiode steeg de lange rente nog. Direct verantwoordelijk voor het veranderde sentiment was de Duitse Bundesbank, die afgelopen donderdag na haar tweewekelijkse vergadering twee officiële rentetarieven (Lombard en disconto) verlaagde. Het daaropvolgende rondje Europese renteverlagingen ging voorbij aan het Verenigd Koninkrijk en aan Spanje. In dit laatste land werden de officiële tarieven zelfs verhoogd.

Bundesbank verruimt. Hoewel de economische problemen in Duitsland ondertussen wereldwijde bekendheid genieten, kwam de renteverlaging van de Bundesbank toch nog onverwacht. Gedurende de aanloop naar de Buba-vergadering op donderdag werd het sentiment op de Duitse kapitaalmarkt verstoord door de bekendmaking dat de geldgroei (M3) bij onze oosterburen in maart met 3,2 procent toenam. Daar de markt slechts met een stijging van ongeveer 1,5 procent rekening had gehouden was de reactie dan ook negatief. Toch leek deze reactie enigszins overtrokken. Weliswaar viel het cijfer hoger uit dan de eerste twee M3-cijfers van 1993, de doelzone van de Bundesbank (4,5-6,5 procent) wordt echter nog steeds niet bereikt. De tweede reden voor het negatieve sentiment was meer van technische aard. Door een communicatiestoring verscheen aanvankelijk op de beeldschermen van de internationale dealingrooms de mededeling dat de Duitse rentes onveranderd zouden zijn gebleven. Nadat enige tijd later bekend werd dat de Buba toch de tarieven had verlaagd zagen handelaren zich genoodzaakt eerder aangegane short-posities af te dekken middels aankopen.

Met een bescheiden verlaging van de Lombard rente werd nog wel enigszins rekening gehouden. Dit tarief geldt als het plafond voor de Duitse geldmarktrente en heeft in een omgeving van dalende rentes meer een signaalfunctie. Desalniettemin was de omvang van de renteverlaging verrassend: 0,5 procent tot een niveau van 8,5 procent. Bovendien werd ook het disconto verlaagd. Dit bodemtarief voor de geldmarktrente daalde met 0,25 procent naar 7,25 procent. Het disconto en de Lombard rente zijn vrij grove instrumenten. Voor de "fine tuning" wordt in Duitsland, evenals in Nederland, de speciale beleningsrente gebruikt. Dit tarief bleef, in tegenstelling tot haar Nederlandse evenknie, onveranderd.

De Nederlandsche Bank kon dankzij de kracht van de gulden ten opzichte van de D-mark, het speciale beleningstarief met 0,2 procent verlagen tot 7,7 procent. De 10-jaars rente steeg per saldo met 3 basispunten tot een niveau van 6,55 procent.

Spaanse renteverhogingen. De Spaanse monetaire autoriteiten besloten afgelopen week, tot twee keer toe, de rente te verhogen vanwege de steeds verder wegzakkende peseta. Spanje kent grote economische problemen. De werkloosheid staat momenteel op een niveau van 16 procent terwijl de OESO verwacht dat de Spaanse economie in 1993 met slechts 0,7 procent zal groeien. De roep om renteverlagingen is hierdoor groot, naar wordt gefrustreerd door de zwakke positie van de peseta binnen het EMS. Na het begin van de EMS crisis, in september 1992, is de peseta al twee keer gedevalueerd, met in totaal 11 procent. Een derde devaluatie heeft echter een zware politieke lading, aangezien premier Gonzales vervroegde verkiezingen heeft uitgeschreven voor 6 juni. Of de recente renteverhogingen zijn electorale positie hebben versterkt valt echter eveneens te betwijfelen. Vandaar dat de geruchten steeds sterker worden als zou de peseta, in navolging van het pond en de Italiaanse lire, het EMS verlaten.

Negatief Brits sentiment. Beleggers in Britse vastrentende waarde hebben een matige periode achter de rug als gevolg van hoopgevende berichten over een aantrekkende economie in het Verenigd Koninkrijk. De detailhandelsverkopen stegen in het eerste kwartaal met 2 procent en de produktie in de verwerkende produktie steeg in februari met 2,1 procent (op jaarbasis). Bovendien daalde de werkloosheid in maart met 26.000 arbeidsplaatsen; meer dan waarmee de markt rekening hield. De inflatievrees die dit type cijfers opwekt werd bewaarheid in de vorm van een, hoger dan verwachte, prijsstijging van 0,4 procent in de maand maart, waardoor de jaarlijkse inflatie uitkomt op 3,5 procent. De hoop op een spoedige verlaging van de Britse base rate vervloog door deze cijfers. Bezorgdheid omtrent het begrotingstekort zorgde nog voor extra druk op de obligatiekoersen. De Britse lange rente staat momenteel op een niveau van 7,87 procent.

Bron: Institute for Research and Investment Services, Joint Venture Rabobank/Robeco