Ballet De Châtel ver boven het alledaagse

Voorstelling: Première Concave. Gezelschap: Dansgroep Krisztina de Châtel. Muziek: Le mystère des voix Bulgares en Japans slagwerk. Toneelbeeld: Peter Vermeulen. Kostuums: Rien Bekkers. Licht: Peter Romkema. Gezien: 23/4 Toneelschuur Haarlem, 28/4 Winschoten, 1/5 Amersfoort, 3 en 4/5 Amsterdam, 6/5 Breda, 7/5 Alphen aan den Rijn, 8/5 Helmond, 11/5 Enschede en 13 t/m 15/5 Den Haag. Informatie: 020-6273970.

In oktober ging bij de dansgroep Krisztina de Châtel het werk Paletta in première. Een dubbele choreografie waarin de maakster, de Châtel, drie mannen vrij door de ruimte liet bewegen en drie vrouwen opsloot in doorzichtig smalle cilinders.

Het nu uitgebrachte Concave is een vervolg op Paletta. Ditmaal zijn de mannen gevangen in een object en krijgen de vrouwen de omgevende ruimte tot hun beschikking. Hoewel er dus een zelfde idee aan ten grondslag ligt is de uitwerking van Concave toch geheel verschillend van Paletta.

Zo zijn de vrouwen en mannen niet in aparte onderdelen te zien maar treden zij gezamenlijk op en bevrijden de mannen zich na verloop van tijd uit hun imposante door Peter Vermeulen ontworpen ronde metalen kooien om zich met de vrouwen in een spirituele confrontatie te meten. Gevangen zijn, in zichzelf of in een omgeving, is een regelmatig terugkerend thema in de Châtels werk. Het boeiende is dat zij daar telkens een andere choreografische en ruimtelijke vorm aan weet te geven en zij een grote spanning weet op te bouwen in het zichzelf opgelegde, beperkte bewegingsmateriaal. Waar bij anderen die ook gegrepen zijn door de principe van het minimalisme, al gauw de verveling toeslaat, kom je bij de Châtel volledig in de ban. In de ban van die langzaam verschuivende patronen en de herhalingen van beweging. Iedere kleine verandering daarin veroorzaakt een schok.

Dat is het raadselachtige van waar kunstenaarschap. Waar het bij de een alleen maar tot loos en pretentieus gedoe leidt, worden bij de ander dezelfde "beperkingen' tot een ver boven het alledaagse uitstijgende belevenis. De Chátel is zo'n ware kunstenaar. Iedere vezel in de lichamen van haar dansers vibreert, straalt leven uit. Ook als dat lichaam niet of minimaal beweegt. De vrouwen in Concave, Ann van den Broek, Cathy Dekker en Paula Vasconcelos zijn dan wel niet gevangen in een object, zij zijn toch niet los en vrij. Hun armen zijn vrijwel constant met elkaar verbonden door ineengesloten handen en hun plaats in de ruimte wordt tot op de centimeter bepaald door de strikte formatie waarin zij als trio bewegen. Als drie in ritueel gebed verzonken godinnen beheersen zij in de krachtige lichaamsimpulsen, de langzame verplaatsingen van de voeten, de draaien van de schouders of het hoofd, het speelvlak.

De drie mannen zijn eerst verdeeld. Twee, Pieter-Paul Blok en Oerm Matern, zitten in een glanzende getraliede bol, de ander, Michael Strecker, heeft een eigen kleinere bol tot zijn beschikking. Hun lichaamsgewicht doet die bollen schommelen, draaien en rollen door de ruimte. Zij worstelen er mee, hangen erin als zwevende vogels en het duo voert als het ware een pas de deux in uit waarbij de beweging van de een de andere aanvult, versterkt of juist afzwakt. De muziek, Le mystère des voix Bulgares onderstreept de rituele sfeer van het geheel terwijl de kracht van het opzwepende Japanse slagwerk dat de choreografie begeleidt wanneer mannen en vrouwen gezamenlijk de ruimte vullen en de kooien verlaten zijn, zichtbaar wordt in de kromming van de ruggen, de felheid van de armbewegingen, de naar achter gegooide hoofden of uitschietende benen.

De fraaie dof en helderblauwe kostuums (van Rien Bekkers) hebben dezelfde geraffineerde precisie en soberheid die de choreografie kenmerkt.

De Châtels indrukwekkende creatie wordt door de uitvoerenden met een steeds fascinerende intensiteit, spanning en kunde vertolkt.