Aanslag op "groeiprovincie' Flevoland

Zeven jaar geleden werd de provincie Flevoland bij wet ingesteld. Als doel had de regering daarbij voor ogen dat “in een zelfstandige provincie met een eigen provinciaal bestuur een evenwichtig beleid gevoerd zal worden dat bijdraagt tot een harmonische ontwikkeling van het gebied als geheel, waarbij de specifieke eisen van het gebied en zijn sterk groeiende bevolking de volle aandacht krijgen.”

Nu, zeven jaar later, ontvangt het provinciaal bestuur van deze nieuwe provincie een brief van staatssecretaris mevrouw De Graaff-Nauta, waarin wordt aangekondigd dat de provincie in stukken wordt gehakt. En dat kan men letterlijk nemen. Almere moet naar de nieuw te vormen provincie Amsterdam. De overige steden in de provincie moeten hun toevlucht gaan zoeken bij delen van de aangrenzende provincies Overijssel en Gelderland. Dat komt in de visie van de staatssecretaris goed uit want zij vindt dat daar ook nog enkele draagvlakproblemen zijn op te lossen.

Wat is dit voor een staatkundig beleid? Men stelt een nieuwe provincie in, houdt verkiezingen, brengt een proces van maatschappelijke en bestuurlijke organisaties op gang en na zeven jaar besluit men de zaak weer op te heffen, alles en iedereen in verwarring en chaos achterlatend.

Inmiddels heeft de provincie de van haar in 1986 gevraagde ontwikkelingstaak in de stedebouw, de volkshuisvesting en de sociaal-economische ontikkeling ter hand genomen. Daarbij werd in 1986 een klein apparaat ter beschikking gesteld met weinig middelen en veel liefde en energie van de medewerkers en bestuurders. Deze medewerkers waren voor een groot deel afkomstig van organisaties die de nieuw in te stellen provincie (rijksdiensten, gemeenten, provincies) mede hebben opgebouwd. Hierover is destijds zorgvuldig nagedacht.

Bij de instelling van de provincie in 1986 bedroeg het aantal inwoners 177.000. Dit aantal deed destijds sommigen twijfelen aan het draagvlak van de provincie. Door de regering echter werd toen al onderkend dat in deze twijfel miskenning lag van de groeimogelijkheden van het nieuwe gebied. Dit verkeert immers nog in volle ontwikkeling. Met een bouwprogramma van vierduizend woningen per jaar komen er jaarlijks circa tienduizend nieuwe inwoners in de provincie bij. Daarmee komt het aantal inwoners dit jaar op tweehonderdvijftigduizend. Het streekplan houdt rekening met een uitgroei tot ruim vierhonderdduizend. De provincie kan uiteindelijk vijfhonderdduizend inwoners bevatten.

Het is niet te begrijpen waarom een goed georganiseerd en met minimale middelen werkend bestuur willens en wetens wordt afgebroken om elders weer iets nieuws op te bouwen. Een nieuw gebouwd huis wordt nog voor het voltooid is afgebroken om de bouwmaterialen voor weer een ander huis elders te gebruiken.

In bestuurlijke taal heet dat vernietiging van maatschappelijk kapitaal en verspilling van menselijke energie. De parallel met de provincie Rijnmond (eerst instellen, dan weer opheffen, dan weer instellen) gaat niet op. In het geval van Rijnmond ging het om inlijving van het gehele gebied in de provincie Zuid-Holland. Een moeizame operatie, dat zeker, maar nog wel in de constructieve sfeer. In de visie van de staatssecretaris echter gaat het in Flevoland om verbrokkeling van de eenheden en daarmee ontstaat een destructieve sfeer. Dit is waarachtig niet de geest waarin de betrokken gemeenten, tal van provinciale instellingen en organisaties en het provinciaal bestuur zich de afgelopen jaren hebben toegelegd op de ontwikkeling van dit nog zo jonge gebied.