Volleyballer van ZVH herstelt na afschuwelijk ongeval: "Ik kom terug, honderd procent'; Wonderlijk, hoe die Rodenburg al weer bezig is'

HUIZEN, 24 APRIL. Volleyballer Brecht Rodenburg springt en slaat er weer lustig op los. Is hier sprake van een klein wonder? Iedereen die de dag na Kerstmis in de Americahal in Apeldoorn het afschuwelijke ongeval van de 25-jarige speler uit Zevenhuizen tijdens de interland tegen de Tsjechen heeft gezien, zal zeggen van wel. Het linker-onderbeen van Rodenburg knapte als een luciferhoutje en bleek op twee plaatsen gebroken. Het bot hing er griezelig bij en Rodenburg kermde het in de verder doodstille zaal uit van de pijn. Een beeld en een geluid om nooit te vergeten.

De eerste reacties toen: dit is het einde van zijn carrière. Daar was Rodenburg de eerste anderhalve week ook vast van overtuigd. De doktoren beweerden anders, maar dat drong nauwelijks tot het slachtoffer door. Het was een logische reactie. Hij deed dagenlang geen oog dicht. Regelmatig spookten er details van die donkere december-zondag door zijn hoofd. En dan waren er die vragen. Hoe kon het gebeuren? Waarom ik? Die periode ligt inmiddels achter hem. Nu twijfelt hij ook geen moment meer. “Ik kom terug, honderd procent. Het gaat steeds harder, ik kan steeds meer.”

Hij speelt nog niet. Daar is het nog veel te vroeg voor. Toch is het maar goed dat zijn naam bij Rentokil ZVH niet op het wedstrijdformulier wordt gezet, zegt hij. Anders zou de verleiding kunnen ontstaan hem in te brengen als het even minder gaat met de ploeg. “Ik ben er gek genoeg voor.” Hij weet echter als geen ander dat hij er nog lang niet klaar voor is. Hij zegt vooral nog “geen hoogte” te hebben. “Ik spring nu misschien dertig centimeter, normaal is dat een meter.” Ook zijn landing mist nog alle souplesse. Hij komt als een bootwerker neer.

Sinds twee weken slaat Rodenburg zich voor een wedstrijd van ZVH met de rest van het team in, gehuld in zijn eigen vertrouwde shirt met nummer elf. Daarmee begon hij voor het cruciale duel tegen Piet Zoomers Dynamo. “Ik was toen zo hot om te spelen.” Dat kon dus niet. “Toen de wedstrijd begon moest ik gaan zitten. Ik had nog nooit gezeten.” Vanaf de bank probeert hij af en toe wat zinnige aanwijzingen te roepen, verder schreeuwt en juicht hij uitbundig na een gewonnen punt. “Aan het einde van een wedstrijd ben ik ook drijfnat.” Vanavond zit hij er weer wanneer Rentokil ZVH in Geldrop tegen Autodrop VCG zijn eerste wedstrijd speelt in de extra driekamp om de landstitel. Rodenburg spreekt zijn waardering uit voor zijn ploeggenoten die de inzinking van zijn langdurige afwezigheid te boven zijn gekomen en op de gedeelde eerste plaats in de eredivisie eindigden.

Zijn eigen herstel kan Rodenburg niet snel genoeg gaan. Sinds hij zijn linkerbeen weer een beetje kan gebruiken traint hij bijna dagelijks. Hij heeft wekenlang gezwommen. Hij vond dat een zeer saaie bezigheid, maar hij wist dat het goed voor zijn been was. Ten minste drie keer in de week zit hij op de krachttoestellen in de sporthal in Zevenhuizen. Verder traint hij gewoon met de selectie mee. Maandag voerde hij voor het eerst een drie-meteraanval uit. Het was het zoveelste succesje van een optimistische patient. Verleden week had hij even een terugslag. Spierpijn weerhield hem ervan te doen wat hij zich had voorgenomen. Hij kon niet eens normaal lopen. Dat ervoer hij als “ontzettend frusterend”. “Ik heb de hele week met zo'n smoel rondgelopen.”

Volgens Rob Duiverman, huis- en clubarts van Rodenburg, geeft het lichaam zelf aan wat wel en nog niet kan. Gevaar op beschadiging bestaat er niet. “Druk zetten op het bewuste been is juist bevordelijk voor de genezing van de fraktuur”, aldus Duiverman. Toch probeert hij de speler af en toe een beetje af te remmen. “Dat is dan gewoon even nodig.” Maar over het algemeen laat men Rodenburg zijn gang gaan. “Hij begon op de trainingen voorzichtig met serveren. Daarna zag je hem steeds dichter naar het net toekomen”, vertelt coach Toon van der Burgt. Bij ZVH hebben ze grote bewondering voor het doorzettingsvermogen van de sterspeler. Ze twijfelen er ook niet aan dat hij op zijn oude niveau zal terugkeren. “Het is geweldig om hem bezig te zien, het is iets wonderlijks ook”, aldus Cees Nobel, manager van ZVH en een soort vertrouwensman van Rodenburg.

Het is de bedoeling dat Rodenburg straks volwaardig aan de voorbereiding op het nieuwe seizoen begint. In de zomermaanden wil hij aan het strandvolleybal meedoen. Het springen in het zand zal goed voor zijn been zijn. Hij zegt niet met grote angst voor een herhaling van het ongeval rond te lopen. Het is gelukkig niet zo dat het bij elke actie door zijn hoofd spookt. Natuurlijk denkt hij er af en toe wel aan. Hij is voorzichtiger dan anders, vindt hij. “Als er een bal op twee meter van me komt sla ik 'm niet.” Onbewust landt hij momenteel meer op het andere been. Al eerder was Rodenburg maanden uitgeschakeld door gescheurde enkelbanden aan het linkerbeen. Hij heeft zwakke enkels, dat was al lang duidelijk.

Aan zijn manier van lopen valt niet op te maken welk been aan het herstellen is. Als je goed kijkt zie je dat het linker van boven dunner is dan het rechter. Hij heeft er een ijzeren pin van veertig centimeter inzitten die van net onder zijn knie naar beneden loopt. Die gaat er pas volgend jaar uit. Rodenburg vindt het best. Hij heeft er niet veel last meer van. Hij wijst aan waar ter hoogte van de enkel de schroeven zitten. Kleine littekens zijn zichtbaar. Uit zijn portefeuille haalt hij een dikke bout die onlangs uit zijn been is gehaald. “Ik lijk wel een auto.” Op Schiphol zal hij niet zonder problemen door de metaaldetector komen.

Het moment dat hij zijn krukken mocht wegdoen ervoer hij als een bevrijding. “Met die dingen voelde ik me echt invalide.” Hij vond het “verschrikkelijk” dat de mensen die hem thuis kwamen opzoeken zelf hun koffie moesten inschenken. Eén keer kwam hij met krukken naar een wedstrijd, daarna nooit meer. Hij werd gek van al die mensen die met goed bedoelde vragen naar hem toekwamen. Pas toen hij weer volledig op eigen kracht mocht lopen liet hij zich weer in de zaal zien.

Hij moet in het, zoals hij het zelf noemt, rouwproces op weg naar volledig herstel nog één heel belangrijk moment meemaken. Hij wil de beelden van het ongeluk zien. “Dat móet ik doen.” De videoband ligt bij hem thuis. Hij durft hem nog niet op te zetten. Hij zegt zijn been nog te veel te voelen. Dat moet eerst slijten. Hij verwacht dat hij er na zijn eerste wedstrijdje op het strand wel klaar voor is. “Maar misschien dat ik die band er op een zaterdagavond met een bakkie-op ineens instop. Ik bepaal dat moment helemaal zelf.” Hij zal dan in ieder geval het geluid afzetten. De NCRV draaide op de radio al eens het geluid van de band af. Rodenburg kon zijn eigen gekerm niet aanhoren. Hij is heel benieuwd naar de beelden en dan vooral naar de vertraagde opname. Hoe is het precies gegaan?

Met praten over het ongeluk heeft hij geen moeite. Hij herinnert zich dat hij na een geslaagde aanvalsactie bij de landing op iets stapte. Dat moet de voet van ploeggenoot Bas van de Goor zijn geweest. “Ik voelde mijn onderbeen wegzakken.” Hij maakt er een krakend geluid bij, gggrrrt. Hij weet ook nog dat hij ondanks de helse pijn in de lach schoot toen hij, 2.03 meter lang, niet in de ziekenwagen leek te passen. Het deed hem aan een humoristische speelfilm denken waarin zo'n soortgelijke scene te zien was. “Gek, hè, zo'n reactie.”

Het duel tegen Tsjechoslowakije betekende zijn debuut in de nationale ploeg, eindelijk. Rodenburg was al jaren kandidaat voor Oranje. Hij werd ook uitgenodigd, een paar keer zelfs, maar hij wilde zijn club niet verlaten en alleen trainen en spelen met Zwerver en consorten. Hij noemde het Nederlands team destijds een sekte. Die uitspraak is hem niet in dank afgenomen. Toch heeft hij er geen spijt van. “Ik neem m'n petje af voor hetgeen die jongens hebben bereikt. Maar voor mij was het niets geweest om dag in dag uit tegen dezelfde twaalf duffe koppen aan te kijken.”

De veranderde situatie bij het nationale team was dé kans voor Rodenburg. Hij kon nu ook bij ZVH blijven spelen. Zijn eerste optreden in Oranje duurde uiteindelijk maar vier minuten. “Het lijkt wel me of het me niet is gegund”, zegt hij vier maanden later. Hij was als invaller in het veld gekomen voor clubgenoot Tinkhof.

Rodenburg stond niet in het basis, omdat hij zich pas op de dag van de wedstrijd - de eerste van het toernooi in Apeldoorn - bij de rest van het team had gevoegd. Hij had samen met zijn vriendin Mieke een kleine week in een vakantiehuisje in de buurt van de Frans-Belgische grens doorgebracht. Het was de prijs voor de uitverkiezing als beste eredivisiespeler van het voorgaande seizoen. Hij moet er nu om lachen. Van een ideale voorbereiding was zeker geen sprake. Maar of dat dé oorzaak was van zijn ongeluk zal hij nooit weten.