Twee geloven op één kussen (3)

Wie zijn pensioen wil aanvullen tot een acceptabel niveau (dat is voor iedereen verschillend) denkt bijna als vanzelf aan een lijfrentekapitaalverzekering die op de einddatum een bedrag uitkeert om een tijdelijke of levenslange lijfrente (pensioen) mee te kopen. De premies voor die verzekering zijn aftrekbaar van het belastbare inkomen en tijdens de rit is het eindbedrag in opbouw vrij van vermogensbelasting.

Er zijn meer manieren om een voorziening voor de oude dag op te krikken, maar die ontberen de IB-aftrek en meestal de VB-vrijstelling. Daar staat tegenover dat men vrij kan beschikken over een eigen reserve en die niet hoeft om te zetten in een lijfrente, zoals bij de genoemde kapitaalverzekering.

Verzekeraars en hun bemiddelaars besteden heel veel geld aan publiciteit om ons hun weg naar het derde leven te wijzen. Er komen steeds meer constructies gebaseerd op die aftrek, vrijstelling en lijfrenteplicht. Verzekeraars proberen daarmee de geldstroom van consument naar aanbieder op peil te houden en liefst uit te breiden.

Wie kan door de bomen het bos nog zien? Het onlangs ingediende wetsvoorstel van staatssecretaris Ter Veld, om de voorlichting aan werknemers/deelnemers in pensioenregelingen te verbeteren, dient ook mensen te helpen die overal zelf voor moeten zorgen. Zeer vele werknemers worden toch wel verzorgd van wieg tot graf, ongeacht de intensiteit van de voorlichting.

Sommige producten combineren twee strijdige geloven op één kussen: verzekeren èn beleggen. In grote lijnen komt dat neer op de fiscale en juridische vorm van een verzekering, aangevuld met het risico van een (niet gegarandeerd) lager of hoger eindkapitaal, want het resultaat van een belegging(sfonds) in aandelen, onroerend goed of vreemde valuta valt immers niet te voorspellen.

Ze zijn op ten minste één belangrijk punt vergelijkbaar met een spaarverzekering die ook belegt en evenmin zekerheid biedt: het fiscale voordeel. De kapitaalpolis biedt nu aftrek van de premies en koopsommen, maar dwingt de verzekerde later in een belaste lijfrente. De uitkering op een spaarverzekering is voor een deel onbelast en de inleg is niet aftrekbaar. Beide polissen vallen tussentijds buiten de vermogensbelasting.

Wat is er tegen beleggen via een verzekering? Alleen dit: de wetgever belast geen koerswinst op beleggingen. Zelfs niet als je binnen een dag koopt, verkoopt en flink wat verdient. Voor particulieren een gunstige regeling (niet alle landen bieden dat) waarmee velen in de mooie beursjaren de basis van hun vermogen hebben gelegd. Door die faciliteit onder het fiscale regiem van een verzekering te brengen, doe je afstand van het voordeel.

Wie wil beleggen zonder rompslomp kan toch rechtstreeks, dus niet via de knellende omweg van een verzekering, deelnemen in beleggingsfondsen. Enkele voordelen zijn: vrij beschikken over het saldo en bij overlijden valt dit toe aan de nabestaanden. Nadelen: wellicht vermogensbelasting, inkomstenbelasting over inkomsten als rente en dividend en de onzekere afloop, net als een verzekering. Dat losse eind is voor de aanvulling op een pensioen misschien nog acceptabel, maar niet voor de oudedagvoorziening zelf.

Meer zekerheid dan een belegging in aandelen biedt het eigen huis: een mooie appel voor de dorst. Veel Nederlanders zijn asset rich, cash poor: ze bezitten een prachtig huis en hebben geen geld om van te leven. Al hun vermogen zit in dat (bijna) onbelaste huis. Het nest van de familie, zelfs als de jongen al jaren zijn uitgevlogen. Oók een beetje twee geloven op één kussen.

Bij het bepalen van de financiële behoeften voor nu en later blijft dat kasteel vaak buiten beschouwing. Is dat verstandig? Bereken eens de voordelen van een verkoop en een huurwoning. Onderhoudskosten, belastingen en hypotheekkosten zijn in een klap verdwenen. Je hebt een vermogen, een vaste bron van inkomsten die door blijft vloeien als je dat geld gewoon, zonder risico te nemen, op de bank zet of er obligaties voor koopt.

Beschouw die belaste (dat wèl) inkomsten als alternatief voor de uitkeringen uit een aanvullende verzekering. Is er nog een extra arbeidsongeschiktheidsverzekering nodig? Een verzekering voor lijfrenten? Een voorziening voor nabestaanden? En als dat niet aan de orde is, kan je er dingen mee ondernemen die eerst niet mogelijk waren: een boot kopen en op een mooie plaats een huis(je) huren of laten bouwen. Of iets weggeven aan de kinderen. Kortom: je vermogenspositie verandert ten gunste. Zo pak je financiële planning aan.