Rjazan wil liever niet door het Kremlin gestoord worden

RJAZAN, 24 APRIL. Uit Rjazan geen nieuws. Voor de staatswinkels, met hun waar van Russische bodem, staan de bejaarden in de rij die zich geen vrije prijzen kunnen veroorloven. Op de markt doen de Kaukasiërs en boerinnen matige zaken met de middenklasse. Het vaderlandse vlees slepen ze over de vieze grond van de hal, maar het is tenminste vlees en geen onverteerbare staatsworst. Langs de rand hebben de bedelaars zich opgesteld. Bij de particuliere kiosken daartegen meldt zich de hoop van Rusland, de jeugd die in de handel zit, voor tweederangs likeur uit Schiedam en snoep uit Veghel, omdat dat in die kring zo hoort. Dit zijn de vier categoriën consumenten van Rjazan.

In de centrale winkelstraat is een "ingenieur' onderwijl in een putje bezig iets uit te hakken. Volgende maand zal hij daar ook nog wel mee bezig zijn, zegt hij desgevraagd. Twee blokken verder zijn soldaten in het gelid in de weer om zand weg te scheppen bij de bouwput van flats die straks aan hun dakloze officieren uit Oost-Europa, het Balticum en Moldavië zullen worden opgeleverd. Van enthousiasme is geen sprake. Deze jongens in hun lange jassen, met spade in de hand en pet op het hoofd, hebben eerder iets kolderieks.

Bij de redactie van de lokale avondbode Vetsjerni Rjazan is de chef van de commerciële afdeling het magazijn met sigaretten, chocola en drank op orde aan het brengen voor het winkeltje dat de krant uitbaat om de kosten te dekken. Hier zijn de klassieke producenten van Rjazan aan het werk.

In restaurant Moskou aan het Revolutieplein gieten de zuipschuiten zich vol, om vervolgens op straat hun bijdrage te leveren aan de meest massale openbare dronkenschap die ik tot nu toe in Rusland heb kunnen waarnemen. In bar Tsjarli laven de racketeers en hun vriendinnnen zich tegelijkertijd aan Pepsi Cola, champagne en Pink Panther-tekenfilms. En voor het opleidingskamp van de paratroepers iets verderop verzamelen zich 's avonds de meisjes uit de stad voor een bont avondje in de militaire club met de zoals altijd zeer mannelijk uitgedoste en bewegende recruten. Zo rusten de inwoners van Rjazan uit van de dagelijkse beslommeringen.

Van enige politieke activiteit is niets te merken. Geen bijeenkomsten, geen affiches, geen pamfletten, niets wijst er op dat hier morgen een referendum wordt gehouden waarvoor het plaatselijke bestuur 227 miljoen roebel (vandaag 511.262 gulden) zal uitgeven om de tweehonderd stembureaus en vierhonderd waarnemers te kunnen betalen. Alleen de rode borden aan de gevels van de stemlokalen herinneren aan het plebisiciet.

Kortom, het is in alle opzichten het gebruikelijke beeld van de Russische samenleving. Ook in Rjazan, een provincieplaats ter grootte van Den Haag, tweehonderd kilometer ten zuidoosten van Moskou, verandert er dit weekeinde dus niets. Of Jeltsin wint, verliest of gelijk speelt tegen de oppositie in het parlement, de lokale politici én de bevolking hier zullen zich er niets aan gelegen laten liggen. Althans, zolang er bij en na het referendum maar niet vals wordt gespeeld.

De politici in de uitgestorven gangen van het Huis der Sovjets (de gemeenteraad) en het gebouw van het voormalige communistische Uitvoerend Districtscomité aan de Leninstraat regeren de stad en het district onderling nu al anderhalf jaar in alle rust en willen dat zo houden. Ze hebben zich tot nu toe niet gek laten maken door het steeds verder escalerende conflict in Moskou en zijn dat ook na morgen niet van plan.

Noch de gouverneur, noch de voorzitter van de lokale volksvertegenwoordiging heeft de bevolking zelfs maar een stemadvies gegeven. “Wij hebben in de districtsraad besloten dat politieke propaganda tijdens werk verboden is. Dit gesprek met u is voor mij werk”, zoals voorzitter Viktor Prichodkin van de districtsraad (zeg maar: de regionale Chasboelatov) het vrolijk zegt. Zelfs vice-voorzitter Valeri Dykin van de gemeenteraad - een aanhanger van de politicus Gari Kasparov, beter bekend als wereldkampioen schaken - die met een paar democratische organisaties uit voorzorg enige voorbereidingen getroffen heeft om het tellen der stemmen zondagavond in de gaten te houden, wil de gebeurtenissen in Moskou “niet naar Rjazan extrapoleren”.

De burgers rommelen op hun beurt eveneens gewoon door. Net als elders in Rusland is hun motto dat het hen “allemaal om het even is” wat Jeltsin en Chasboelatov uitspoken, zolang het de burgers maar niet “stoort”, zoals de arts Alla het uitdrukt.

Beiden weten zich in Rjazan bovendien bekeken door een van de weinige nog resterende serieuze factoren in de Russische samenleving: het leger. Want het district-Rjazan is, het einde van de Koude Oorlog en het begin van de conversie ten spijt, nog steeds volledig gemilitairiseerd. Er leven in Rjazan en omstreken (een gebied zo groot als Nederland) ruim negentigduizend militairen. Weliswaar is in de kazernes elke vorm van “politieke agitatie” door minister van defensie Gratsjov verboden omdat hij de “neutraliteit” van de krijgsmacht niet te grabbel wil gooien, maar op een bevolking van nog geen anderhalf miljoen zielen maken zij wel tien procent van de kiesgerechtigde bevolking uit.

Zestig procent van de rest verdient bovendien zijn brood in het "militair industrieel complex', een sector die het in deze dagen van economische hervormingen weliswaar niet makkelijk heeft en dus lage lonen uitbetaalt, maar verder nog geen veer heeft hoeven laten omdat niemand de oorlogsproduktie echt durft aan te pakken.

Misschien maakt dit Rjazan zo rustig. De strijdkrachten bepalen hier behalve het straatbeeld ook de politiek. Zo is gouverneur Lev Basjmakov, die na de mislukte staatsgreep van augustus 1991 door president Jeltsin is benoemd als "bestuurshoofd' voor het hele district en zich alleen al daarom met het staatshoofd moet identificeren. Hij heeft zijn carrière gemaakt in de militaire industrie, eerst in de Oekrane en het Siberische Krasnojarsk en de laatste acht jaar als directeur van de wapenfabriek Het rode vaandel in Rjazan. Zijn natuurlijke tegenspeler, Sovjet-voorzitter Viktor Prichodko, is een luitenant-kolonel die tot augustus 1991 docent "politieke economie' was op een in Rjazan gevestigde militaire opleidingsschool.

Hoewel beiden verschillende loyaliteiten hebben met Moskou beweren Basjmakov en Prichodko min of meer hetzelfde over het referendum. “Ik kan de politiek in Rjazan verdragen. Conflicten zijn niet aan de orde. Er zijn hooguit normale tegenstellingen die in niets lijken op wat er in Moskou gebeurt. Ik ben een aanhanger van de president. Maar ik wil de rust hier niet verstoren. Niemand kan zo'n strijd gebruiken”, aldus Basjmakov.

Prichodko: “Als een chirurg een operatie uitvoert, doet dat pijn. Maar hij doet dat wel om een organisme te redden. Ook wij begrepen best dat onze economie doodziek was. Het enige probleem is dat de regering van Jeltsin vooraf de diagnose niet helemaal juist heeft gesteld. Ik dus vóór Chasboelatov? Kom zeg, ik ben voor de eigen bevolking! Uiterst rechts (de communisten) en uiterst links (de democraten) schreeuwen in Moskou nu maar wat tegen de macht aan. Hier in Rjazan is het niet zo absurd. Wij gaan verder met onze hervormingen. Ik ben er niet van overtuigd dat de uitslag van het referendum ons hier persoonlijk zal benvloeden. Het zal na het referendum zijn zoals het was.”

De enige met min of meer expliciete opvattingen is de persoonlijke vertegenwoordigiger van Jeltsin in Rjazan. Wat Nikolaj Molotkov doet is niet geheel duidelijk. Vanuit de kamer van de vroegere tweede partijsecretaris moet hij het werk van de MVD en de staatsveiligheidsdienst namens Moskou coördineren en zicht zien te houden op de trends van de economische hervormingen. “De grootste fout van de regering is geweest dat ze onder het volk geen propaganda voor de hervormingen heeft gemaakt. Jeltsin zou nu snel moeten werken aan een hervorming van het bewustzijn. Het veranderen van de psychologie van de mens is zeer moeilijk maar juist nu noodzakelijk”, aldus Molotkov.

Maar dat is nu net datgene waaraan de burgers van Rjazan niet willen denken. “Het is me allemaal om het even”, sombert Igor Popov van de Vetsjerni Rjazan bijvoorbeeld. “Een paar jaar geleden wilde ik nog iets. Maar eigenlijk ben ik m'n illusies bij de aardbeving in Armenië al kwijtgeraakt. Je kreeg daar tweehonderd roebel als een familielid was omgekomen. Ik heb er zelf mensen zien jagen op ledematen van willekeurige slachtoffers louter om die premie te incasseren. Zelfs het leger heeft in die dagen gouden tanden van slachtoffers gejat. Ik heb mijn geloof in goed en kwaad verloren. Het gaat in Rusland nog steeds om functies. De bestuurders hier zeggen dat ze Jeltsin steunen. In feite maakt het hun niets uit.”

“Wat moet ik zondag doen”, vraagt ex-officier Nikolaj Zaitsev ons ongevraagd op straat. “Ik ben dronken. Moet ik gaan stemmen of juist niet? We hebben in Rusland een baas nodig. Daarom heb ik twee jaar geleden op Jeltsin gestemd. Maar dat zal ik niet meer doen. Maar stemmen op die Tsjetsjeen [Chasboelatov] dat nooit.”