Rectificatie etc.

Eind maart schreef ik over een rampzalige overval, begin 1945, op het hoofdkwartier van de Gestapo te Rotterdam, waaraan de zojuist uit Engeland teruggekeerde Marinus van der Stoep ("Mission Scrape') meedeed en die hem het leven kostte. Ik werd gebeld door een van de deelnemers aan de overval (""acht kogelgaten in de regenjas''), die me op een paar punten corrigeerde en aanvulde, en me vroeg een en ander recht te zetten.

1. De overval was niet op het hoofdkwartier van de Gestapo maar op het hoofdkwartier van de Abwehr.

2. De groep (een van de namen is fout gespeld) verzamelde zich in het huis van oud-zeekapitein Croll aan de Van Somerenweg - de man die ik beschreef, wiens lucifer uit de hand geschoten werd.

3. Men vluchtte voornamelijk naar het huis van Wentges.

4. Het verraad werd niet door de groep gepleegd, maar door iemand die contacten had met een kapitein van de Abwehr (Deze is later, na de oorlog, geliquideerd in een geruchtmakende zaak. De dader is vrijgesproken. De verdediger vroeg de rechters of ze wel eens in hun jeugd met een stoommachientje hadden gespeeld. Ja, dat was het geval. ""Wel, wat gebeurt er als men de stoom afsluit. Inderdaad, dan loopt het vliegwiel nog even door...'')

Ik ontving ook een kaart van "Bram' (Mission 'Draughts 2' en "Backgammon') met wat aanwijzingen voor verdere informatie.

Dan schreef er een mevrouw uit Rotterdam, de schoondochter van L.J. Gillet (waarvan er nu drie blijken te zijn!), die directeur was van Gilda toffees aan de Korenaarstraat (en na de oorlog aan de Spaansepolder). Haar schoonvader woonde al in 1942 in Woerden en was dus niet de door mij bedoelde L.J. Gillet. De laatste, schrijft mevrouw Gillet, was directeur van Clever toffees aan de Admiraliteitskade. Ik herinner me de fabriek, maar die heette Cliever Toffees (""Geef mij maar liever / toffees van Cliever'' was de slogan). De jongste Gillet was een ex-rallycollega van me, vul ikzelf maar even aan.

Rectificatie 3

Omdat mijn laptop kapot ging kon ik niet meer corrigeren in het laatste stuk. Er stond: ""(...) in totaal hoorde ik slechts van twee gevallen, waarvan een Fransman die teveel gegeten had.'' Dit moet natuurlijk luiden ""waaronder een Fransman (...).'' Ik schreef ook: ""Paul en ik gingen te water en al duwend en trekkend kregen we de kadavers vrij en duwden ze uit het net (...).'' Dit moet worden ""(...) kregen we de kadavers vrij en we duwden ze uit het net (...).''

Uitleg

Ik schreef dat mensen zelden of nooit ziek worden in een vliegtuig, hoewel de omstandigheden daarvoor optimaal zijn: besloten ruimte; benauwde atmosfeer, het niet-weg-kunnen; ander eten, teveel drinken; starre houding gedurende lange tijd; besmetting; verstoord bioritme; jet-lag en ga maar door. Nu lees ik (Condé Nast) dat piloten daarentegen precies zo reageren als we altijd dachten: ze vallen wel eens in slaap. De Herald Tribune meldde al eens dat piloten die vanuit westelijke richting bij Miami aankwamen, door slaap overmand de stad misten en pas ruim boven de Atlantische Oceaan wakker werden gemaakt door een stewardess. En dat schijnt schering en inslag te zijn, zo erg zelfs dat NASA voorstelt om dat dan maar te reguleren, en een van de piloten te laten slapen op momenten waar ons dat het beste uitkomt, nl. midden onderweg - dus niet tijdens de landing. Dit geldt dan alleen voor crews van meer dan twee.

Ga maar na, een piloot meldt zich bijvoorbeeld tegen zes uur 's avonds op de luchthaven (we tellen dan niet eens de tijd dat hij van huis onderweg was en hoe laat hij opstond).

Om 23.18 is hij terug van een, twee of drie vluchten, waarbij hij misschien maar 3 1/2 uur in de lucht was.

Hij wacht nu zes uur.

Om half zeven 's ochtends vertrekt hij weer en landt om 7.05.

Totale werktijd: 13 uur en 6 minuten.

Een anonieme piloot schreef aan NASA: ""Het toestel stond op handbesturing... toen ik in slaap sukkelde. Het vliegtuig bleef doorcirkelen tot de luchtverkeersleiding me wakker riep en tevens de captain wekte, die ook in slaap was gevallen.''

Slot Pelikaan

Zoals gezegd redde ik een pelikaan uit het net, en later, met Paul, nog een, misschien, want we konden niet zien of hij nog bij kennis ronddreef.

De laatste dag zat ik aan het water toen er een jonge pelikaan over het dak cirkelde en neerstreek op het terras.

Dit was nog nooit gebeurd.

Normaal vlogen alle pelikanen die eventueel op de steiger zaten op, als je binnen twintig meter afstand kwam, maar deze jonge ging op het terras zelf zitten. Paul riep dat ik de camera moest pakken. Ik pakte hem en toen de pelikaan me zag, waggelde hij langzaam in mijn richting en bleef op handafstand zitten, draaide zich naar zee, maar boog de nek om en keek me peinzend aan, daarna maakte hij zijn veren schoon.

Na een kwartiertje vloog hij op.

's Avonds kwam hij weer langs, althans dat denk ik, want ik woof, en hij streek neer in het water. Mensen van het huis verderop dachten dat ik gek was. Wie wuift er nou naar een pelikaan.

De foto die ik van de pelikaan op het terras nam is wazig want de afstand is te kort. Het aanwaggelen heb ik gelukkig wel. Heel scherp. Ik zie het nog.

Rectificatie 1 en 2