QUIBUS

Potjeslatijn door Michael Macrone 168 blz., geïll., Bruna 1993 (By Jove! 1992), vert. Peter de Rijk, f 19,90 ISBN 90 229 8100 2

De invloed van het Latijn en het Grieks op de Nederlandse taal is bijzonder groot. Kijk maar eens naar de woordenlijsten die in sommige etymologische woordenboeken zijn opgenomen. Je zou dan ook verwachten dat over de invloed van de klassieke talen op het Nederlands al lang een gepopulariseerde studie zou bestaan.

Nu zijn er wel verschillende boeken en boekjes die in de buurt komen. Zo publiceerde Jan Verheggen vorig jaar bij uitgeverij Contact Non scholae sed vitae. Latijn in het Nederlands. Hierin bracht Verheggen zoveel mogelijk ""gangbare, zuiver Latijnse woorden'' bijeen zoals "alias', "alumnus' en "amamuensis'. Zijn toelichtingen zijn echter zo beknopt dat de waarde van dit werkje gering is.

Het onlangs verschenen boek Potjeslatijn van Michael Macrone vult dus in zekere zin een gat in de markt. Dat wil zeggen, het draagt daar een paar steentjes toe bij. ""Verwacht van Potjeslatijn geen uitputtende behandeling van alle Nederlandse termen met een klassieke oorsprong'', relativeert de inleiding. ""We hebben slechts een vrij willekeurige greep gedaan uit een enorm reservoir''.

Even voelt de lezer zich bedonderd als hij ontdekt dat Potjeslatijn een vertaling is van een Engels boek dat in 1991 onder de titels It's Greek to Me! en By Jove! op de markt is gebracht, maar om twee redenen blijkt dit onnodig. In de eerste plaats behandelt Macrone klassieke woorden en uitdrukkingen die in de meeste westerse talen voorkomen en in de tweede plaats heeft de vertaler, Peter de Rijk, zijn werk uitstekend gedaan. Met behulp van het Woordenboek der Nederlandsche Taal en enkele andere standaardwerken citeert hij veelvuldig uit Nederlandse bronnen. De opzet van Potjeslatijn is chronologisch, niet alfabetisch. Macrone begint met de behandeling van woorden en uitdrukkingen die hun oorsprong vinden in de Griekse en Romeinse mythologie. Via de geschriften van Griekse en Romeinse filosofen, dichters, historici en toneelschrijvers eindigt hij bij het begin van onze jaartelling met een kort hoofdstuk over de namen van onze maanden en dagen.

Heel plezierig is dat Macrone een nieuw hoofdstuk steeds van een korte inleiding voorziet. Zo kom je eerst iets te weten over de voornaamste bronnen waarin de Griekse en Romeinse mythologie is vastgelegd, voordat woorden en uitdrukkingen worden toegelicht als "chaos', "atlas', "venerisch', "furieus', "vulkaan' en "de doos van pandora'. En voordat hij een aantal begrippen noemt die zijn ontleend aan de Ilias en de Odyssee - woorden als "mentor', "windbuil' en "sirene' - is er een samenvatting van die boeken en wordt er ingegaan op de vraag of Homerus nu eigenlijk echt bestaan heeft.

Macrone behandelt niet veel woorden maar zijn toelichtingen zijn over het algemeen bijhoorlijk uitgebreid - soms een paar bladzijden. Zijn toon is populariserend, maar gelukkig schrikt hij er niet voor terug uit klassieke teksten te citeren en bronnen te noemen. Zo nu en dan zijn de stukjes niet erg helder en valt er iets af te dingen op de stijl, maar desondanks vind ik Potjeslatijn het leukste en het beste boek dat er er op dit moment te krijgen is over de invloed van de klassieke talen op het hedendaagse Nederlands. Het wachten blijft nu op een uitputtend boek over dit onderwerp.