Ontwikkelingssamenwerking in de greep van onderzoek naar de uitgaven; Accountants maakten even de dienst uit

DEN HAAG, 24 APRIL. In de parkeergarage van het ministerie volgden ambtenaren van Ontwikkelingssamenwerking ze de laatste maanden met gepaste argwaan: de poenige lease-BMW's die accountants van het bureau KPMG met soepele hand naar binnen stuurden.

Ze symboliseerden de sfeer die het directoraat-generaal internationale samenwerking (DGIS) vanaf medio vorig jaar domineerde. Sindsdien ging nagenoeg alle aandacht van de ambtenaren zitten in geld, in het op orde brengen van de boeken. Overal op de gangen stonden met archiefstukken volgeladen supermarktkarretjes, voortdurend zaten ambtenaren met hun hoofd in duimendikke dossiers van jaren geleden, omdat de "BMW-boys' van KPMG een betere “verantwoording” van gemaakte uitgaven eisten. Ambtenaren die er wat van zeiden - bij voorbeeld dat ze bij dit ministerie in dienst waren getreden in de gedachte dat hier aan de noden van de Derde Wereld werd gewerkt - hadden het niet begrepen: tijdelijk was de wil van KPMG wet, in ieder geval zolang minister Pronk geen goedkeurende accountantsverklaring aan de Tweede Kamer kon overleggen.

Gisteren was het dan zover. Althans: gisteren overhandigden de accountants van het ministerie de bewindslieden het rapport waarop alle inspanning van het afgelopen jaar was gericht. Een “goedkeurende verklaring op hoofdlijnen” had Pronk de Tweede Kamer november vorig jaar beloofd. De accountantsdienst geeft nu een “verklaring met beperkingen” af: 6 procent van de uitgaven (377 miljoen gulden) is onvoldoende verantwoord en 1,2 procent (79 miljoen) wordt als “onrechtmatig” gekenschetst. De Tweede Kamer moet bepalen of de minister daarmee zijn belofte heeft ingelost. Maar volgens secretaris-generaal drs. D.J. van den Berg van Buitenlandse Zaken is er sprake van een groot onrecht indien “dit resultaat niet als een goedkeurende verklaring op hoofdlijnen wordt gezien”.

Van den Berg, nog maar acht maanden geleden op deze post begonnen, vindt dat de verklaring moet worden gezien in het licht van de geschiedenis: zolang DGIS bestaat heeft het ministerie het überhaupt nog nooit zover gebracht dat een accountant in staat was zich een oordeel te te vormen. “Dit ministerie is pas enkele jaren serieus bezig het financieel beheer op orde te brengen. Vorig jaar nog onthield de accountantsdienst zich van een oordeel. De jaren daarvoor achtten de accountants zich door de administratieve chaos niet eens in staat een verklaring af te geven. Nu ligt er een positieve verklaring, zij het met een beperking, die om nog maar op 7,2 procent van de uitgaven betrekking heeft. Ik kan me niet voorstellen dat de Kamer daarop negatief reageert.”

Begin vorig jaar, zo blijkt uit het jaarverslag van de accountantsdienst, zag het er nog zeer somber uit voor DGIS. Weliswaar liep al vanaf 1989, op de golven van de hernieuwde aandacht bij het rijk voor uitgavencontrole, het Beheersproject Ontwikkelingssamenwerking, maar voorjaar 1992 “bleken de verbeteringen in de uitvoering van het financieel beheer te stagneren”, zo schrijft de accountantsdienst. Dat was vooral het geval bij de programma's van DGIS, en gezien de toch al groeiende twijfel in de maatschappij over de effectiviteit van ontwikkelingshulp, besloot Pronk medio vorig jaar tot een zware ingreep. Via een "urgentieprogramma' moesten binnen één jaar de boeken van het departement op orde zouden raken. Koste wat kost.

Aldus trad vanaf augustus vorig jaar een tien koppen tellend "KPMG-veegteam' aan. De vuile was uit het verleden - dat wilde zeggen: álle ooit gedane en niet (volledig) verantwoorde uitgaven - moest tegen het licht worden gehouden, zodat in de toekomst geen nieuwe lijken uit de kast konden vallen. Het zorgde ervoor dat het afgelopen najaar volgens Van den Berg “duizenden” dossiers door DGIS-ambtenaren zijn doorgeploegd. “Dat was pokkelen”, zegt de secretaris-generaal. “Het had iets van gekkenwerk. Wij hebben ons hier wel afgevraagd of dit nog redelijk was. Maar we hadden geen keus.”

De zwoegende ambtenaren kregen inmiddels te horen dat zo'n beetje alle buitenlandse dienstreizen werden geschrapt. Tegelijk groeide bij de medefinancieringsorganisaties de irritatie, want bij voorbeeld aanvragen uit de pot "additionele fondsen' bleven vaak maar liggen. “Zelfs als we al een mondeling akkoord over de steun van DGIS aan een project hebben”, klaagde L. Schout van HIVOS enige weken geleden, “moeten we nog máánden wachten voordat we een schriftelijke bevestiging krijgen, omdat de ambtenaren worden gedwongen tot onnutte regelneverij, tot controle op het kinderachtige af.”

Eenzelfde ervaring hadden DGIS-ambtenaren die een claim op een ministerieel potje legden. “Of je nu een een ton van of tien miljoen aanvraagt maakt niet uit”, zegt er een. “Over het project zelf kan je in je aanvraag tegenwoordig nog twee A-4tjes kwijt, vervolgens moeten minimaal vier A-4tjes over de financiering gaan, en daarna blijft het zolang liggen dat de boeren in Afrika waarvoor het project is bedoeld, allang achter de horzin zijn verdwenen tegen de tijd dat ik mijn geld binnen heb.”

Maar het ministerie, zegt Van den Berg, hoopt de eigen organisatie nu zodanig te hebben verbeterd dat er in de toekomst soepeler gewerkt kan worden dan de laatste acht maanden. “Wij moesten een inhaalrace maken. Die is nu voor een groot deel geslaagd, maar we hebben nog altijd geen volledig goedkeurende verklaring. We zitten op een groeilijn, we zijn er nog niet. We zijn geschoven van inhoudelijk naar financieel beheer. Dat was nodig en dat zal niet meer veranderen. De controle op uitgaven zal scherp blijven.”

Nog is niet alle leed geleden. Na de departementale accountants volgt nu de Algemene Rekenkamer, waarmee het ministerie een conflict heeft over de controle op uitgaven in Derde Wereld-landen. De minister laat deze controle over aan lokale accountants, maar let er onvoldoende op of daar ook de hand aan wordt gehouden, meent de Rekenkamer. Van den Berg: “De Rekenkamer vraagt van ons dat we onze eigen accountants nog eens loslaten op de lokale controleurs. Dat gaat te ver, vinden wij. Maar die discussie loopt nog. We zullen zien hoe het afloopt.”