Ontroerende verhalen van joodse oorlogskinderen

Kind in twee werelden, zondag Ned.2, 21.26-22.20u.

Donderdag zond de EO zijn film uit over het getto van Warschau, zondag vertoont de TROS zijn drieluik over joodse oorlogspleegkinderen en over tien dagen wordt, eveneens bij de TROS, zijn reis naar de goeddeels verdwenen joodse gemeenschappen in Polen herhaald. Willy Lindwer raakt niet uitgefilmd over de oorlog - en waarom zou hij ook?

Kind in twee werelden, de film van zondag, oogt als een mozaëk over vijf mensen die in het reine moesten komen met hun onderduiktijd en daarvoor elk een andere weg bewandelden. Chronologisch worden de verhalen opgebouwd: de zusjes Riwka en Lea Overste werden bij Friese pleegge

zinnen ondergebracht, de broers Isaac en Alex Lipschits kwamen eveneens in christelijke plattelandsgezinnen en het meisje Halinka Rubinstein werd als baby over de muur van het getto van Warschau geworpen en opgevangen door een Poolse politie-agent en zijn vrouw. Na de oorlog ging ze naar een joods pleeggezin in Den Haag. Het zijn stuk voor stuk ontroerende en aangrijpende verhalen, over kinderen die niet konden uitkomen voor hun werkelijke identiteit - sterker nog: kinderen die noodgedwongen een paar jaar liegend door het leven moesten.

Het zijn, als altijd, de details die de verwarring van de oorlog het meest tot leven wekken - en Lind

wer is opnieuw de aandachtige luisteraar die zijn gesprekspartners terugbrengt naar de lokaties uit hun jeugd en honderduit laat vertellen. Maar in deze documentaire gaat het vooral ook over het naoorlogse vervolg. Riwka koos uiteindelijk een orthodox-joods bestaan, terwijl haar zus Lea zegt zich veel meer thuis te voelen in de christelijke omgeving die haar tijdens de bezetting vertrouwd werd. Isaac ontvoerde zijn broertje Alex uit diens christelijke pleeggezin en reisde met hem naar Israel, waar Alex zich onder zijn nieuwe naam David permanent heeft gevestigd. En het weeskind Halinka besloot pas nu naar Warschau te gaan om naar sporen van haar oorspronkelijke bestaan te zoeken.

Het duurt even voordat men greep op ieders geschiedenis krijgt, want Lindwer springt telkens tussen zijn vijftal heen en weer. Misschien zijn het er, achteraf bezien, te veel om werkelijk in hen te kunnen doordringen. Misschien staat het verhaal van Halinka te zeer los van dat van de anderen om in het kader van deze film te passen; terwijl de twee zusjes en de beide broers na de bevrijding ten prooi vielen aan vervreemding en een gevoel van verscheurdheid tussen hun christelijke pleegouders en hun joodse afkomst, zocht Halinka vooral naar de feiten over haar verleden.

Ik denk dat Willy Lindwer zich zelf het meest verwant voelde met Riwka Overste, die uiteindelijk maar één ding voor ogen stond: de voortzetting van de joodse traditie. De film eindigt met een vrolijk joods trouwfeest, als teken van hoop. Riwka danst volop mee, terwijl haar volstrekt geassimileerde zusje een beetje stijfjes en hoogst protestant terzijde staat. Dat beeld - van twee levens die samen begonnen, en door de oorlog zó uiteenliepen - zal ik niet gauw vergeten.