Oliver Tambo 1917-1993; Jarenlang drijvende kracht ANC

JOHANNESBURG, 24 APRIL. Oliver Tambo, nationaal voorzitter van het Afrikaans Nationaal Congres (ANC), is vannacht in een ziekenhuis in Johannesburg op 75-jarige leeftijd overleden na een zware beroerte. Tambo had na een eerdere beroerte in 1989 een zwakke gezondheid. Hij is na de vermoorde Chris Hani de tweede belangrijke leider die het ANC binnen twee weken verliest.

Oliver Tambo, zeer geliefd bij de zwarte bevolking, heeft het ANC tijdens dertig jaar ballingschap in leven gehouden. Het ANC-hoofdbestuur stuurde hem in 1960 naar het buitenland, toen de zwarte bevrijdingsbewegingen door het apartheidsbewind werden verboden. Hij woonde in Tanzania, Lusaka en Londen, van waaruit hij het ANC leidde.

Tambo organiseerde niet alleen intern de beweging en haar militaire verzet tegen de apartheid, via de gewapende vleugel Umkhonto we Siszwe, hij was ook de drijvende kracht achter de internationale diplomatieke druk op Pretoria. Terwijl zijn oude vrienden Walter Sisulu en Nelson Mandela - die hem wel betitelde als “de grootste held van Afrika” - in de gevangenis zaten, sprak hij meermalen de Verenigde Naties en de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid toe.

Toen het ANC in 1990 uit ballingschap kwam, was Tambo voorzitter, maar wegens zijn slechte gezondheid, ondanks langdurige behandeling in Londen en Stockholm, kon hij die taak niet aan. Vice-voorzitter Nelson Mandela nam het voorzitterschap min of meer over. Die situatie werd bestendigd tijdens de ANC-conferentie in juli 1991: Mandela werd gekozen tot voorzitter, Tambo kreeg de titel "nationaal voorzitter'. Het was vooral een symbolische functie voor Tambo, die zich steeds moeilijker voortbewoog en niet meer in het openbaar kon spreken.

Tambo werd in 1917 geboren in de Oostelijke Kaapprovincie. Hij studeerde rechten aan de Fort Hare Universiteit, samen met andere persoonlijkheden van Afrikaans nationalisme als Mandela, Anton Lembede, Robert Sobukwe en Walter Sisulu, en opende in 1952 met Nelson Mandela het eerste zwarte advocatenkantoor in Zuid-Afrika. Hij was met Mandela betrokken bij de oprichting van de ANC Jeugdliga in 1944. In december 1949 trad hij toe tot het ANC-hoofdbestuur.

Na vijf jaar als secretaris-generaal werd de diep religieuze Tambo in 1958 benoemd tot tweede voorzitter, omdat voorzitter Albert Luthuli zijn huis in Natal niet mocht verlaten. Zelf kreeg Tambo twee keer een banning order, die hem verbood politieke bijeenkomsten bij te wonen en vastgestelde gebieden te verlaten. In 1967, in het buitenland, volgde hij Nobelprijs-winnaar Luthuli na diens dood op als ANC-voorzitter.