Milieubeleid: "te veel mensen, te veel geld'

DEN HAAG, 24 APRIL. Andere ministeries dan dat van VROM maken te weinig werk van milieubeleid. Maar op hun beurt vinden die ministeries dat VROM te veel overhoop haalt en daarbij chaotisch te werk gaat. Dit beeld doemt op uit een ambtelijk rapport over het milieubeleid van verschillende ministeries en lagere overheden. Het rapport is opgesteld onder leiding van drs. M. Sint, ex-voorzitter van de PvdA, die sinds eind 1991 werkt als directeur interbestuurlijke betrekkingen voor het ministerie van binnenlandse zaken.

Hoge ambtenaren van diverse ministeries klaagden in gesprekken met de groep-Sint over de bemoeienis van het directoraat-generaal milieubeheer (DGM) van VROM met andere departementen. In het rapport staat hierover: “DGM wil voortdurend over de schouders meekijken en aanjagen; DGM is wantrouwend en nooit tevreden; DGM bemoeit zich te veel met keuzen en met - vaak technische - details die aan de sector zijn voorbehouden”. Veel ondervraagden wensen DGM meer “voeling met de praktijk” toe. Dit zou “de realiteitszin bij de vele jeugdig enthousiaste medewerkers bevorderen”. Ook de commissie vindt dat DGM-medewerkers “een zekere wijsheid” zouden moeten bezitten, willen ze in staat zijn het milieubeleid bij andere departementen aan de man te brengen. Overigens wijzen sommige ondervraagde ambtenaren er ook op dat DGM, gezien zijn verantwoordelijkheid voor het milieu, vanzelfsprekend “de vinger aan de pols houdt”.

Volgens de commissie is veel irritatie terug te voeren op een “natuurlijke spanning”, die hoort bij beginnend milieubeleid op andere departementen. “DGM heeft tot taak "lastig' te zijn, maar tevens om stimulerend te zijn: de andere departementen mogen niet achterover leunen, de spanning moet leiden tot synergie en niet tot uitdoven. Helaas is dat niet altijd het geval”, aldus het rapport.

Ook kreeg de commissie veel inhoudelijke kritiek op het directoraat-generaal van Alders te horen. De ontwikkeling van het milieubeleid werd door vrijwel alle partijen als chaotisch bestempeld: “DGM stapelt beleid op beleid” en: “Er moet van alles tegelijk”. Bij een aantal genterviewden leeft het beeld dat op grond van meet- en onderzoeksresultaten steeds nieuwe doelen worden geformuleerd, normen worden aangescherpt en aanvullende beleidsmaatregelen worden afgekondigd.

Veel ondervraagden wezen op de sterke groei van DGM: “VROM heeft te veel mensen en te veel geld”. Tussen 1972 en 1992 is het directoraat-generaal gegroeid van 150 medewerkers tot 1.150. De commissie bepleit een interne verschuiving van het personeel bij DGM: minder beleidsmakers en meer medewerkers voor uitvoering en handhaving.

De nauwe banden van DGM met onderzoekende instellingen, in het bijzonder het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in Bilthoven, zouden de oorzaak zijn van veel onrust en onzekerheid. Onderzoekers vinden daarentegen dat onzorgvuldig met hun werk wordt omgesprongen: “Er worden te gemakkelijk conclusies getrokken; waarom worden wij niet betrokken bij de vertaling van ons werk naar beleid?”, aldus een klacht uit die hoek.

Uit alle gesprekken op de ministeries en met de lagere overheden kwam naar voren dat DGM weinig oog heeft voor de “uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid” van voorgestelde milieu-maatregelen. De beleidsmakers vragen zich onvoldoende af hoe hun bedenksels in praktijk moeten worden gebracht. Hierdoor dreigt milieubeleid te falen en krijgt het publiek via de media verhalen te horen over bijvoorbeeld het zinloos scheiden van afval.

De commissie-Sint in haar rapport: “De ervaring leert dat mensen wel willen meewerken als dat effect sorteert en er voorzieningen zijn die meewerken gemakkelijk maken. In geen geval mag een gevoel van machteloosheid ontstaan: "wij zijn maar een klein land'. Het risico bestaat dat het nationale milieuprobleem wordt overschaduwd door internationale vraagstukken, zoals klimaatverandering, broeikaseffect en ozonlaag. Een dergelijk gevoel belemmert het tot stand komen van de steun van onderaf. Een milieubeleid dat de steun van de bevolking ontbeert, zal moeilijk te handhaven zijn.” De commissie pleit voor een uitwisseling van personeel tussen DGM en andere overheden alsook het bedrijfsleven. Dit zou bij beide partijen een "cultuuromslag' teweeg brengen.

Het rapport van de commissie-Sint maakt deel uit van een bredere rapportage over de organisatie van de rijksdienst. De commissie bestond uit vertegenwoordigers van de ministeries van binnenlandse zaken, financiën, justitie en algemene zaken.