Met één hobby kom je je tijd niet door

In het Veluwse kasteel De Essenburgh worden cursussen georganiseerd voor oudere werknemers die met pensioen of met de vut gaan. Deelnemers worden samen met hun partner voorbereid op “de vakantie die opeens te lang duurt.”

HIERDEN, 24 APRIL. Aan een groepje ouderen wordt in de plaatselijke sporthal uitgelegd dat vooral de spieren die neigen te verstijven opgerekt dienen te worden. Een ronde langs de toestellen in de gymzaal doet wonderen. Iedereen wil zijn hartslag meten tijdens het fietsen en er zit meer kracht in de armen dan men dacht. Aan het einde van de les zijn er vijf mensen die zeggen “op seniorfitness” te gaan.

De groep bestaat uit oudere wernemers die door hun bedrijf op cursus mochten. Het werk hebben de meesten neergelegd of doen dat binnenkort. Met z'n zeventienen nemen zij deel aan de cursus Pensioen in zicht. De cursus is bedoeld voor oudere werknemers en hun eventuele partner ter voorbereiding op de nieuwe fase in hun leven - die van de vut of het pensioen.

Eind jaren zestig bleek uit onderzoek dat het ziekte- en sterftecijfer onder mensen die net gestopt waren met hun werk heel hoog was. De Hoogovens begonnen eind jaren zestig al met het opvangen van pensioengerechtigden. In 1967 is daar de cursus Pensioen in zicht uit ontstaan. Nu stellen meer dan 200 bedrijven hun oudere werknemers in de gelegenheid om in de laatste maanden van hun diensttijd aan de cursus deel te nemen.

Een van de grootste leegtes die ontstaan na de vut zijn de collega's die wegvallen. “Je vrouw weegt thuis niet op tegen alle sociale contacten die je had op je werk.” Na tweeëndertig jaar bij VSW in Veenendaal gewerkt te hebben en daarna dertien jaar bij de Landbouw Universiteit in Wageningen ging Wim met de vut. Hij wilde nog helemaal niet ophouden met werken maar licha melijk ging het niet goed (ziekte van Parkinson en een schildklierafwijking) en thuis was hij hard nodig om zijn lichtgehandicapte vrouw te helpen. Samen doorlopen zij nu de cursus om van anderen te horen hoe zij de vut ervaren.

Het heeft ook wel iets vakantie-achtigs vinden de deelnemers. Vijf dagen lang logeren zij in het zeventiende eeuwse kasteel De Essenburgh in Hierden op de Veluwe. Vroeger was het een Norbertijns klooster, nu is het al meer dan twintig jaar een Instituut voor training, vorming en scholing. De cursisten worden als hotelgasten ontvangen maar moeten ondertussen deelnemen aan een vol dagprogramma. Een arts geeft aanwijzingen om gezond ouder te worden, een psychologe geeft een assertiviteitstraining (“laat je niet steeds zeggen dat het door de ouderdom komt”), de cursusleider doet iets aan communicatietechnieken en 's avonds is er meestal een onderwerp voor een rollenspel.

Op de vierde dag is een notaris uit Harderwijk uitgenodigd. De cursisten schrikken van zijn verhalen en van zijn enigszins "cynische' toon. “Als je geen testament hebt dan kunnen de kinderen alles opeisen,” begint hij aftastend. Al gauw blijkt dat alle cursisten wel een testament hebben, maar dat dat niet geheel overeenkomstig is met het ideale vruchtgebruiktestament dat de notaris voorstaat. Met de ouderlijke boedelverdeling zit je volgens hem fout want dan “kun je geen kant op”. Een enkele cursist heeft wel zo'n verdeling gemaakt en voelt zich zichtbaar in de steek gelaten.

De notaris beantwoordt vele vragen en legt uit dat er ieder jaar opnieuw veranderingen in de wet opgenomen worden met alle gevolgen van dien (“Zet nooit het huis op de naam van je kinderen, dat was vroeger slim maar dat is nu veranderd”). Zijn boodschap is duidelijk. Volgende week gaat iedereen naar de eigen notaris om het testament te laten herzien.

Afscheid nemen van werk is een ingrijpende verandering in het leven van de meeste mensen. Hoe ingrijpend die verandering is hangt vaak samen met de manier waarop iemand is gestopt met zijn werk: zelf gekozen voor de vut of verplicht uitgetreden door reorganisatie of arbeidsongeschiktheid. De cursus informeert beide groepen over de mogelijkheden en de gevolgen van het uit dienst treden. “Er moeten nieuwe antwoorden gegeven worden op een aantal vragen die tijdens het werk gewoon waren,” zegt cursusleider Jaap van Oven, “je inkomen verandert, sociale contacten worden minder, je moet thuis opnieuw de taken verdelen en je hebt opeens zoveel tijd. Het lijkt een lange vakantie, maar opeens duurt die te lang.”

“Met één hobby kom je je tijd niet door,” pepert hij de cursisten tijdens de middagsessie in “je kunt niet de hele dag lezen of de hele dag fietsen.” Alle deelnemers vertellen wat hun "favoriete tijdsbesteding' is en wat zij daaraan beleven. Bijna iedereen fietst, tuiniert en doet wat aan sport. Een enkeling “hongert naar informatie” en wil daar in de komende tijd wat evenwichter mee omgaan. De meesten denken dat zij met hun huidige hobbies een heel eind zullen komen. De fanatieke loper Han (58) hoopt zelfs dat hij nu meer tijd vindt om al zijn gewonnen bekers te poetsen.

Van Oven legt uit dat je niet krampachtig naar hobbies hoeft te gaan zoeken maar dat men rekening moet houden met de enorme hoeveelheid tijd die opeens vrijkomt. Jan (59), assistent landmeter bij de gemeente Ede, heeft niet zoveel hobbies (“televisie kijken wordt een hobby”). Hij gaat zijn huis nog een beetje opknappen en zijn zoon heeft binnenkort waarschijnlijk een nieuw huis - er is genoeg te klussen. Het werk benauwde hem. Zijn collega's berekenen alles met de computer en hij heeft daar geen zin in. Geen omscholing of herscholing voor hem. “Gewoon ophouden en het werk doorgeven aan de jonkies” is zijn devies. Over “kennis” en “een schat aan ervaring” wil hij niets horen. “Als je op je veertigste nog niet weet hoe je het land moet meten zul je nooit een goede landmeter worden.”

Jan vergelijkt het tekort wat dreigt te ontstaan om de AOW te bekostigen met de “portemonnee van moeder de vrouw”: “Als die op is moeten we ook ingrijpen”. Hij vertrouwt de regering dit probleem wel toe maar zijn vut zou hij er voor geen cent voor willen opgeven.

Er heerst bij tijd en wijle een opgeluchte stemming. "Ik ga lekker vutten', "Eindelijk geen baas meer aan m'n hoofd', "Zo lang hebben we toch niet te leven' en "Veertig jaar werken vind ik wel genoeg' zijn veel gehoorde reacties. Maar een enkeling ziet ook wel tegen het pensioen op en zegt somber: “Als je op onze leeftijd in de put raakt, dan kom je er niet meer uit. Je moet dus oppassen dat je niet achter het gordijn gaat zitten want dan word je al gauw depressief.”