Houding Clinton jegens Bosnië wekt verzet ministerie

WASHINGTON, 24 APRIL. Amerikaanse functionarissen zijn in opstand gekomen tegen de afwachtende houding van president Bill Clinton ten opzichte van de slachtingen in Bosnië.

Twaalf gefrustreerde Balkan-specialisten van het departement van buitenlandse zaken hebben hun minister in een ongebruikelijke petitie opgeroepen tot militaire actie. Ze spraken over een “Westerse capitulatie voor de Servische agressie”.

Madeleine Albright, de Amerikaanse gezant bij de Verenigde Naties, heeft de president zelfs opgeroepen om zonder steun van de bondgenoten tot bombardementen op Servische stellingen over te gaan.

President Clinton zei gisteren op een persconferentie dat hij bombardementen op de Servische artillerie ernstig overweegt. Eenzijdige Amerikaanse actie sloot hij uit. “We moeten niet alleen optreden. Ik geloof ook niet dat dat hoeft”, zei hij.

Ook in Londen is de publieke opinie aan het schuiven. “Ik kan u vertellen dat de andere naties hun positie aan het herzien zijn”, zei Clinton gisteren. De Britse minister van Defensie, Malcolm Rifkind, heeft deze week in Washington over Bosnië overlegd.

Er is een kans, aldus welingelichte kringen, dat Clinton dit weekeinde een besluit over Bosnië neemt. Hij had gisteren nog veel reserves tegenover eventuele maatregelen. “Amerika zal niet, kan niet betrokken raken bij een oorlog”, zei hij. Hij noemde de beslissing over Bosnië de “zwaarste” tot nu toe.

Warren Christopher, de minister van buitenlandse zaken, en Colin Powell, Amerika's hoogste militair, zijn tegen Amerikaanse inmenging in het conflict.

Pag.4: President is bang voor een politiek moeras

Clinton heeft al veel van zijn tijd aan Bosnië besteed, maar hij twijfelt zo lang omdat hij als militair onervarene geen blunder wil maken. Clinton wekte steeds hoge verwachtingen om vervolgens met een bescheiden maatregelen te komen. Enerzijds wil Clinton laten zien dat hij harde beslissingen niet uit de weg gaat, anderzijds is zijn relatie met het Pentagon moeizaam. Een militair moeras is het laatste dat hij bij zijn huidige politieke moeilijkheden kan gebruiken.

Tot nog toe heeft Clinton bij zijn overwegingen over Bosnië de positie van zijn Russische ambtgenoot Jeltsin voor laten gaan. Drastisch Westers optreden zou de positie van Jeltsin bij het referendum morgen in gevaar kunnen brengen. Rusland voelt zich sterk verwant met Servië. De besluitvorming bij de Veiligheidsraad was deze maand herhaaldelijk op verzoek van Jeltsin uitgesteld. Als morgen het referendum in Rusland achter de rug is, heeft Clinton een vrijere hand.

Toch heerst er grote verdeeldheid over Bosnië binnen de regering Clinton. De immer voorzichtige minister van buitenlandse zaken, Warren Christopher, en de topgeneraal van het Pentagon, Colin Powell, zijn gekant tegen Amerikaanse militaire inmenging in Bosnië. Christopher staat in zijn mening steeds eenzamer in zijn departement. Vorige week kreeg hij bezoek van zijn eigen kritische ondergeschikten, die zich met het Balkangebied bezig houden. De bijeenkomst was zeer nuttig en “een gezond onderdeel van het beleidsproces”, liet de onbewogen Christopher weten. Generaal Powell is bang dat een militaire missie met een open einde tot een nieuw Vietnam leidt. Wat moet er gebeuren als de Serviërs na de bombardementen opstaan en gewoon harder doorgaan? Is daar een plan voor?

Aan de andere kant staat de minister van Defensie, Les Aspin, die vindt dat de Servische militaire capaciteit schromelijk wordt overschat. Met vice-president Albert Gore en Clintons veiligheidsadviseur, Anthony Lake, wil hij dat de Amerikaanse regering moet beginnen met bombardementen op Servische artilleriestukken. Als dat niet helpt, moeten wegen, bruggen en vliegvelden worden aangevallen. Ook 47 vooraanstaande Democratische en Republikeinse Congresleden hebben opgeroepen tot bombardementen of tot opheffing van de wapenboycot.

Speciaal in deze herdenkingsweek van de holocaust hebben president Clinton en zijn medewerkers met hun geweten geworsteld. Donderdag, bij de emotionele opening van het Nationale Holocaustmuseum, wees Elie Wiesel op de etnische zuiveringen in Bosnië. “Ik kan niet slapen na wat ik heb gezien”, zei hij over zijn bezoek aan voormalig Joegoslavië. “Ik zeg dat als jood. We moeten iets doen om aan het bloedvergieten in dat land een einde te maken”, zei hij, waarop een applaus uitbrak.

Clinton keek aangedaan maar ging er bij zijn latere toespraak niet op in. Wel wees hij op de parallellen tussen etnische zuiveringen nu en de massamoorden op de joden in de Tweede Wereldoorlog. Hij herinnerde er zelfs aan dat Amerika de gaskamers en de spoorlijnen voor de transporten naar de concentratiekampen in de Tweede Wereldoorlog niet wilde bombarderen. Deze stelling wordt bestreden door historici. Toen het Westen in 1944 overwicht had in het Duitse luchtruim was 90 procent van de moorden op joden al voltrokken. Bovendien waren de geallieerden later niet helemaal passief. Door hun ingrijpen werden de transporten uit Hongarije stopgezet. Maar de beschuldiging van geallieerde passiviteit indertijd hield de door koude wind en regen geteisterde aanwezigen bij de opening van het museum in hun greep.