Hoed u voor de ultramontanen!

Het antipapisme in de Nederlandse politiek, dat in de negentiende eeuw een virulente kracht was in de conservatieve partij (met de liberale partij als goede tweede), heeft zich het langst gehandhaafd in de Christelijk Historische Unie, de partij waaruit de tegenwoordige voorzitter van de Tweede Kamer Deetman afkomstig is.

Dertig jaar geleden beleefde Nederland de laatste eruptie daarvan tijdens de Irene-crisis in 1964 toen de "katholieke staatkunde' zich op haar hoogtepunt bevond: de katholieken beheersten de kabinetsformatie, ze hadden zich voor de rest van de eeuw verzekerd van het premierschap (natuurrechtelijke aanspraak), minister Luns haalde op BZ versneld de achterstand in die de katholieke diplomatie de voorgaande honderd jaar had opgelopen en de socialistische vijand was voorgoed in de oppositie gedumpt.

De jaren zestig hadden hun maatschappelijke gistingspunt nog niet bereikt: de politiek was nog "staatkunde', een minister "excellentie', burgemeesters droegen fier het gezag, en in de katholieke kerk werd de onversneden Latijnse mis gecelebreerd. De geloofsovergang van prinses Irene naar het katholicisme bracht het kabinet-Marijnen in een crisisachtige verlegenheid en een deel van de bevolking kreeg een koliek bij de gedachte dat het protestantse Nederland gevaar liep vermaagschapt te raken aan een vreemde, katholieke dynastie. Premier Marijnen en de andere katholieke ministers verweerden zich niet tegen de oprispingen van antikatholicisme die zij over zich heen kregen uit vrees dat ze die gevoelens alleen maar zouden aanwakkeren. “Dat hebben we ons terwille van uw dochter allemaal laten welgevallen', zei oud-minister Luns later in een nabetrachting van die roerige gebeurtenis tegen de vader van de prinses.

In het licht van latere ontknopingen in de persoonlijke geschiedenis van de prinses waren het politieke tumult waarmee haar geloofsovergang in '64 gepaard ging, en het malle figuur dat Luns c.s. sloegen bepaald ironisch; komiek is misschien een beter woord. Prinses Irene verbrak niet alleen haar banden met de Spaanse carlisten, maar ook die met haar man, en met het rooms-katholicisme. Aan die laatste breuk gaf zij geen ruchtbaarheid om de gevoelens van haar vroegere geloofsgenoten zoveel mogelijk te ontzien. Slechts een enkele prelaat was daarvan op de hoogte. Niet echter de vroegere aartsbisschop, kardinaal Willebrands, die op een feest ter gelegenheid van de geloofsbelijdenis van de katholiek geworden prinses Christina haar vader in voetbaltermen deelgenoot wilde maken van zijn blijdschap over de "gelijke stand' in het protestantse Huis van Oranje (twee katholieke en twee protestantse dochters). Mgr. Willebrands werd door prins Bernhard beleefd uit de droom geholpen. Het was een zichtbare teleurstelling voor de kardinaal dat de katholieken inmiddels weer achterstonden.

(Nadat De Telegraaf Irene's besluit om de kerkrechtelijke annulering van haar huwelijk aan te vragen had bekendgemaakt, reageerde Luns zijn woede over een en ander telefonisch af. Het was “een schande”, zo deelde hij mee, dat de prins zijn medewerking had verleend en hij zou “alles doen wat in mijn macht ligt” om die annulering in het Vaticaan ongedaan te maken. Prins Bernhard - toch al geen vriend van de oud-minister - gaf ten antwoord dat dit geheel en al een zaak van zijn dochter was, en van niemand anders).

Hoewel de godsdienstsocioloog Walter Goddijn er in 1980 nog helemaal niet zeker van was dat het antipapisme in de Nederlandse samenleving was uitgewoed (in de door hem samengestelde Ambo-bundel Godsdienst: r.k.), lijken de anti-katholieke krachten in het CDA tien jar later toch niet meer actief te zijn. Of het in de protestantse delen van de partij geheel is overwonnen of alleen maar is onderdrukt, staat misschien niet vast, maar er is geen vooraanstaande CDA-politicus meer die het de freule Wttewaall van Stoetwegen nazegt dat er op de Nederlandse troon geen plaats is voor een katholiek - of woorden van die strekking.

Dat neemt niet weg dat de inschikkelijkheid waarmee de protestantse bloedgroepen hebben gereageerd op de institutionele invloed van de rooms-katholieke bisschoppen op het beleid van het CDA opmerkelijk genoeg is. Geen enkele politicus uit het protestantse smaldeel van het CDA heeft er kennelijk bezwaar tegen dat de fractievoorzitter en lijsttrekker, de protestant Brinkman qualitate qua periodiek overleg voert met de bisschoppen en dat de katholieke partijgenoten in het kabinet bij gelegenheid door de bisschoppen worden bevraagd over hun wetgevingsplannen. De Volkskrant gewaagde deze week van gesprekken met minister Hirsch Ballin over de euthanasiewetgeving en met staatssecretaris Van Voorst tot Voorst over de geestelijke verzorging in de krijgsmacht. Een ongenoemd katholiek CDA-kamerlid sprak in dit verband van een nog altijd grote invloed van de bisschoppen op het beleid van het CDA - “groter dan van welke belangengroep ook”.

Er zijn geen aanwijzingen dat de bewindslieden niet zouden kunnen functioneren als een bisschop hun de benedictie of consecratie zou onthouden, maar uit het tegendeel kan worden afgeleid dat die gesprekken althans door bisschop Bomers van Haarlem niet als vrijblijvend werden opgevat: hij stapte uit het CDA omdat hij de partij niet langer als christelijk beschouwde. Men zou verwachten dat de protestanten in het CDA tegen deze klerikale betrekkingen in het geweer zouden zijn gekomen, maar die hulden zich in een oorverdovend stilzwijgen. De enige dissident die zijn reputatie gestand deed was oud-fractievoorzitter Aantjes. Deze Richard Nixon van de Nederlandse christen-democratie (wiens gezag bij de nieuwe generatie nog groter schijnt dan het in de jaren zeventig al was) maakte vorige week in de Groene Amsterdammer nog eens duidelijk dat antiklerikalisme niet gepaard hoeft te gaan met antikatholicisme, maar dat een rechtgeaarde protestant, ook in het CDA, met het katholicisme geen gemene zaak kan maken in de sferen van leergezag en democratie.

“Beste bisschop” (tegen Bomers), “wat u wilt, past niet in een democratie. U wilt geen compromissen sluiten (over euthanasie), dat komt neer op geestelijke dwang”. Met het standpunt van het Vaticaan over de geboortebeperking liet Aantjes weten nog minder op te hebben. “Een paus die de geboortebeperking afwijst, kiest voor de hongerdood in de derde wereld”. De reformatorische kritiek in het CDA mag in de kamerfracties verstomd zijn, in de buitenwijken van de partij behoudt ze een spreekbuis die zich niet de mond laat snoeren. Voor de anti-revolutionairen geldt nog steeds: wees goed voor de katholieken, maar hoed u voor de ultramontanen!