HET VLESELIJKE MYSTERIE DER BRITSE ZEDEN

Sex and the British. A Twentieth Century History door Paul Ferris 337 blz., Michael Joseph 1993, f 62,80 ISBN 0 7181 3141 X

Het is niet aardig om te zeggen, maar het is denkbaar dat een boek met de titel Sex and the British door de gemiddelde lezer buiten het Britse continent een omvang toegedacht krijgt, gelijk aan die van het spreekwoordelijke standaardwerk over ""Duitsers en humor''. Het cliché wil immers dat Groot-Brittannië qua klimaat even nat en koud is als zijn burgers stijf en benepen zijn. Britse seks is in die verwachting als de Britse keuken, met bangers and mash - worst en puree - als in vervoering brengend hoogtepunt.

Niets van dat alles. Zoals de Britse keuken al lang tot geraffineerde hoogten is gestegen.... Nee, die vergelijking laat zich niet langer veilig doorzetten. Moge de verzekering dat Britten óók weten wat seks is, ja zelfs zich daaraan altijd hebben overgegeven als menige andere sterveling van over Het Kanaal, voldoende zijn. Weliswaar stiekem, weliswaar met excuses, weliswaar ondanks zichzelf en gelijktijdig hun onschuld betuigend, maar voldoende om niet langer te kunnen ontkennen dat seksualiteit ook in Groot-Brittannië bestaat, bij mannen én bij vrouwen.

Lang, heel lang was het genoeg om te doen of het euvel van de vleselijke aandrang van het continent kwam. De "Dutch cap' (pessarium) en de "French letter' (condoom) zijn in het hedendaagse taalgebruik bewaard als verwijzingen naar de pretentie dat de zonde van overzee kwam aangewaaid. Paul Ferris, de auteur van Sex and the British (toch nog 300 bladzijden), heeft een aardige manier gevonden om zijn landgenoten op dit punt op de korrel te nemen. Zijn ironische beschrijvingen van een eeuw waarin de Britten langzaam de overtuiging moeten afleren dat hun zedelijke gedragingen beter zijn dan die van hun broeders op het vasteland van Europa, zijn soms zo vederlicht geformuleerd, dat je er bijna overheen zou lezen. ""Foreign devils'' die uit zijn op ""the dirtiest deed'' waarbij ""the English rose'' bezoedeld dreigt te raken, krijgen dezelfde licht-afstandelijke behandeling toebedeeld als de hypocrisie waarmee kerk en staat officiëel volhielden seksuele gedragingen te negeren of te verhullen.

DEVIATIES

Ergens in zijn boek schrijft Paul Ferris dat seksuele ""deviaties'' (incest of homoseksualiteit) natuurlijk wel werden gepraktiseerd, maar dat er lang geen wetgeving werd ontworpen om de verboden bezigheden illegaal te verklaren, omdat niemand aan Koningin Victoria durfde uitleggen om welke activiteiten het ging. En zelfs dan zou ze het misschien nog niet begrepen hebben. De koningin idealiseerde immers het romantische beeld van het grote, gelukkige gezin, waarin moeder opkeek naar vader, ook al was zij Vorstin van een Brits Imperium waarover de zon nooit neerging, en hij slechts Albert, de Prins-Gemaal.

Misschien was het ook moeilijk omdat Victoria een vrouw was en seksualiteit heel lang het exclusieve domein van de man werd geacht. Vrouwen werden tot halverwege de eerste helft van de twintigste eeuw geacht geen seksualiteit te hebben. Zij waren slechts instrument voor voortplanting, object ter bevrediging van de echtgenoot, dan wel - buiten het huwelijk - schandelijk stimulante van ""het beest in de man''. Van Victoria's premier Gladstone weten we inmiddels uit andere bron dat hij de latere obsessie van de Edwardians met prostitutie al in haar tijd deelde. Zozeer, dat hij voortdurend gevallen vrouwen ging opzoeken om ze te bekeren van de dwalingen huns weegs. Thuis, in het grote huis op Carlton House Terrace dat nu aan de Buitenlandse Pers Vereniging in Londen toebehoort, flagelleerde de staatsman zich dan tot bloedens toe, maar of dat was om de lustgevoelens eruit te ranselen dan wel de kick te vergroten, blijft een groot geheim. Maar het is moeilijk er niet over te speculeren, telkens wanneer Gladstones strenge blik die van buitenlandse bezoekers ontmoet, wanneer ze in het monumentale trappenhuis omhoog kijken naar zijn geschilderd portret.

Paul Ferris heeft de verleiding weerstaan zijn boek een opsomming te maken van low standards in high places. Dat maakt Sex and the British veel aantrekkelijker dan de titel op het eerste gezicht suggereert: het is meer sociale geschiedschrijving dan een opeenhoping van schandaalverhalen, al gebruikt hij de allerberoemdste (van Lady Chatterley's Lover tot Profumo, maar NIET de kuren van de Windsor-prinsekinderen) ter illustratie. En het terugkerend thema is telkens weer: de werkelijkheid is de schijn (ver) vooruit als het om de seksuele moraal gaat.

Twee oorlogen in één eeuw deden wonderen voor de emancipatie van de burger en dus voor de erkenning van de verandering van de seksuele moraal. In de Eerste Wereldoorlog nog kon generaal Kitchener tienduizenden Britse soldaten de slagvelden in Frankrijk en Vlaanderen insturen met niet meer dan de aanbeveling dat ze weerstand moesten bieden aan wijn en vrouwen. Een betere bescherming tegen geslachtsziekten, in de vorm van door de legerleiding verstrekte condooms, kon de Britse regering zich niet veroorloven te verschaffen. Dat veranderde pas in '40-'45 en ook toen gebeurde dat geruisloos. Evenmin stond zij in '14-'19 toe dat er Britse bordelen achter de linies opereerden. Goddank hadden de Fransen minder scrupules en met toestemming van de generaals mocht het Britse leger in Franse bordelen zijn syphilis of gonorroe opdoen, terwijl in Londen een Royal Commission na lange studie op het hoogtepunt van de oorlog besloot dat ""het aanbod om onkuisheid veilig te maken, een slag voor de zedelijkheid van het land zou betekenen.''

NAAKTE PROSTITUÉES

Eén van de beste voorbeelden in Ferris' boek van dubbele moraal heeft met deze episode te maken. Niet alleen was de Britse zedelijkheid er één van dit-zeggen-maar-anders-doen, maar ook was zij dubbel in de zin dat er één moraal voor de hogere- en géén moraal voor de lagere klassen was. Ferris haalt in zijn beschrijving van het bovenstaande regeringsbeleid Philip Ziegler aan, de biograaf van de latere koning Edward VIII en Duke of Windsor. Die beschrijft hoe de koning-in-spe met collega-officieren in mei 1916 een bezoek aan een bordeel in Calais brengt en zonder zijn hand naar ze uit te steken naakte prostituées gadeslaat terwijl zij erotische poses aannemen. De 21-jarige prins vond de aanblik ""weerzinwekkend, maar wel interessant, want het was voor het eerst dat ik in dit soort dingen enig inzicht opdeed''. Later dat jaar besteedden zijn adjudanten hem uit aan een ervaren Franse madame in Amiens, Paulette geheten, en daar verloor hij zijn maagdelijkheid in een roes van alcoholische overdaad.

Tot Marie Stopes in de jaren twintig de eerste kliniek voor geboortebeperking opende - uiteraard alleen voor getrouwden - waren er voor de lagere klassen maar twee mogelijkheden geweest om met de gevolgen van seks om te gaan: grote gezinnen tolereren of een abortus trachten op te wekken. De betere standen wisten hun weg te vinden tot hetzij voorbehoedmiddelen - die de London Rubber Company vooral uit het zondige Duitsland importeerde - hetzij tot willige specialisten die voor veel geld gekocht konden worden. Stopes' boeken, eerst Liefde in het huwelijk en daarna Verstandig ouderschap, werden een gids voor miljoenen, die helemaal niet over seks durfden praten, laat staan over de gevolgen ervan. Onze Nederlandse Dokter Van der Velde met zijn Het volkomen huwelijk (1926) volgde Stopes trouwens in populariteit op de hielen. Miljoenen exemplaren zijn er in Groot-Brittannië van zijn werk verkocht en kort geleden werd het hier volgens Ferris nog steeds gedrukt.

De moraal van Stopes en Van der Velde is: ""Seks is een mysterie waartoe alleen oprechte liefde - en die bestaat alleen binnen het huwelijk - toegang biedt.'' Dat mag zo wezen, maar The Times vond het schandelijk genoeg om een geboorteadvertentie van een kind van Stopes te weigeren. En de machtige eigenaar van de Daily Express, Beaverbrook, die de kwaliteiten van overtuigd christen en persistent hoereloper in zich verenigde, sprak schande van de activiteiten van Stopes onder de kop ""Moederland moet moederschap trouw blijven''. Ach, als Beaverbrook de Daily Express van vandaag eens zou kunnen zien - in navolging van The Sun en de Mirror meer gewijd aan zijn tweede- dan aan zijn eerste hobby.

PATHETISCHE DAMES

Prostitutie is trouwens in Groot-Brittannië nooit verboden geweest. Niet dat dat wat uitmaakte: er waren door de jaren heen manieren genoeg om het verschijnsel te onderdrukken op andere gronden. Nu het zich vrijwel geheel verschuilt achter telefoonnummers en nauw verhulde advertenties, stoort vrijwel niemand zich meer aan die paar pathetische dames op straathoeken en is alleen recent de overtreding van ""kerb crawling'' (langzaam rondjes rijden door de buurt) gentroduceerd, om overlast van passerende auto's voor de buurt te beperken.

Is dat niet opmerkelijk liberaal? Vraag dat maar aan Sir Allan Green, de hoogste justitiële ambtenaar in het vervolgend apparaat in Engeland, vergelijkbaar met onze procureur-generaal. Toen hij eind 1991 door de politie betrapt werd bij het aanspreken van een prostituee achter King's Cross Station, waar hij net een pakje chocoladebiscuitjes had gekocht, zag Sir Allan in dat feit alleen aanleiding om ogenblikkelijk zijn ontslag aan te bieden. Sindsdien heeft de man zijn status en zijn vrienden verloren en enkele maanden geleden pleegde zijn van hem gescheiden vrouw zelfmoord omdat ze, naar wordt vermoed, het stigma dat haar omgeving op haar plaatste niet langer kon verdragen.

Ferris merkt zonder commentaar op dat in het buitenland wordt gedacht dat Britten bijzonder seksueel gevoelig zijn voor vormen van kastijding, omdat het systeem van public schools dat erin heeft geheid. Over die andere als typisch "Brits' beschouwde seksuele hang up die maakt dat homoseksualiteit hier zo'n beladen onderwerp is, schrijft hij uitvoeriger. Tot 1967 nog konden mannen - want vrouwen bestaan niet in de wetgeving over homoseksualiteit - voor sodomy of buggery (seks met penetratie) levenslang de gevangenis indraaien. Dat is de reden dat Amsterdam voor Engelse homoseksuelen de rol ging vervullen die Brighton traditioneel voor Engelse heteroseksuelen inneemt: de plaats voor het dirty weekend.

Sinds 1967 staat de wet toe dat homoseksuele mannen, mits met niet meer dan z'n tweeën en ouder dan 21, met hun liefdesleven kunnen doen wat zij willen. Dat neemt niet weg dat het hebben van een homoseksuele geaardheid nog steeds een chantabele eigenschap is: rechters treden af als zoiets aan de grote klok wordt gehangen en in het Britse Lagerhuis is er maar één MP - de bewonderenswaardige Chris Smith - die er openlijk voor uitkomt dat hij een vriend heeft. Mevrouw Thatcher en haar morele agenda hebben ervoor gezorgd dat de lokale overheid materiaal kan verbieden dat homoseksualiteit lijkt te propageren. Het is, als zo vaak, een schijnbeweging gebleken. Ron en John hebben een kindje ligt weer gewoon in de schoolbibliotheek van zelotische deelgemeenten en geen hond - hoewel? - die er opgewonden van wordt. Integendeel, toen onlangs een groep homoseksuele mannen door de politie werd gearresteerd vanwege sadomasochistische praktijken, besloot de hoogste rechtbank dat het aan een muur nagelen van elkaars voorhuid moest kunnen, zolang dat niet onder dwang gebeurde en wel in de beslotenheid van de eigen woning.

De seksuele revolutie heeft, ondanks het almaar uitblijven van de Kanaaltunnel, dus ook Groot-Brittannië bereikt. Zozeer, dat ook hier nu de vraag aan de orde is of de omwenteling bevrijding heeft gebracht, dan wel toch onverhoopt te ver is gegaan.