Het Verenigde Europa loopt 200 jaar achter op de Verenigde Staten

Meer dan 200 jaar politieke en economische unie in Amerika heeft de verschillen tussen de deelstaten niet weggepoetst. De Verenigde Staten zijn wél een natie geworden, iets dat in het Verenigde Europa van "Maastricht' nog ondenkbaar is.

MADISON/SALT LAKE CITY, APRIL. In "Café Europe' in Madison serveert men "Gedeckter Apfelkuchen' en "Pflaumekuchen' en op de snelweg naar de hoofdstad van Wisconsin hebben vrachtauto's opschriften als "Koch' en "Brandwein'. Dit deel van het Amerikaanse Midden-Westen draagt een Duits stempel, al is ook de Scandinavische invloed niet te verwaarlozen. Misschien loopt Wisconsin daarom in de Verenigde Staten voorop bij de milieuwetgeving.

Op het Departement van Natuurlijke Hulpbronnen in Madison, vanwaaruit vervuiling en aantasting van de natuur worden bestreden, werken zo'n drieduizend mensen. “We hebben strengere programma's dan andere staten. We benutten zo veel mogelijk de vrijheid die we hebben om de federale wetten aan te scherpen. We liggen voor”, zegt Lyman F. Wible, hoofd van de afdeling Kwaliteit van het Milieu.

Hij vermeldt trots dat Wisconsin (bijna 5 miljoen inwoners) een van de eerste Amerikaanse staten was die een programma voor schoon oppervlaktewater opzetten en als eerste staat in de VS voldeed aan de standaards voor zwem- en viswater die in de federale wet voor schoon water uit 1972 waren opgesteld. Een ander wapenfeit is het fonds dat de volksvertegenwoordiging van Wisconsin heeft ingesteld om bedreigde natuur - gebieden, planten en dieren - te redden. Burgers kunnen er op vrijwillige basis aan bijdragen en mogen dan een aftrekpost voor hun inkomstenbelasting opvoeren.

Hoe het milieu leeft in Wisconsin blijkt later in het nabij, hoog in het centrum van Madison, gelegen capitool. Het mooiste in de Verenigde Staten volgens de inwoners van de hoofdstad, en in ieder geval het enige Amerikaanse capitool met een granieten koepel. Daar wordt met staatssenatoren een hoorzitting gehouden over de aandacht voor het milieu in het onderwijs en de zaal is bijna te klein om de vragenstellers en belangstellenden te kunnen bergen.

De verknochtheid aan de natuur gaat terug op de strijd tegen de "houtbaronnen' die in de tweede helft van de vorige eeuw de staat van een groot deel van zijn wouden beroofden. Uit die tijd stamt ook de "progressieve' oriëntatie en de vooruitstrevende sociale politiek, waar Wisconsin nog steeds prat op gaat, net als de traditie van "clean government'. De overheid is er dieper in het leven van alledag doorgedrongen dan in de meeste andere staten van de VS, wat voor een relatief hoge belastingdruk heeft gezorgd.

Mormonen

Op geheel andere wijze is de geschiedenis bepalend geweest voor de staat Utah, in de Rocky Mountains. Het stratenpatroon van de hoofdstad Salt Lake City geeft dat goed aan. Ook hier een capitool, waar Senaat, Huis van Afgevaardigden en het Hooggerechtshof van de staat zetelen, maar het centrum van de stad wordt gedomineerd door de Tempel, het hart van de Mormoonse kerk. Hier, in het Grote Dal van het Zoutmeer, vestigden de Mormonen in 1847 hun "Sion', nadat de vijandigheid hen elders te groot was geworden.

Het waren de Mormonen - nu te vergelijken met een orthodox-protestantse kerk gekleurd door Amerikaans optimisme - die door hard werken en sober leven Utah tot bloei brachten en hun eigen bestaan opbouwden. Nog steeds is zo'n zeventig procent van de meer dan anderhalf miljoen inwoners van de staat lid van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen van de Laatste Dagen. Hier geen "progressieve politiek', voortrekkend miliebeleid of een leidende rol van de overheid. Wel alle kansen voor het bedrijfsleven en een overheersende invloed van de Mormoonse kerk in moreel getinte kwesties. Het verbaast in Salt Lake City niemand dat Utah de enige Amerikaanse staat was waar Clinton bij de presidentsverkiezingen op de derde plaats eindigde - na Bush en Perot.

Typerend voor Utah is de opwinding die recentelijk is ontstaan nadat de Vereniging voor scheiding van kerk en staat (Society of Separatists) bij het Hooggerechtshof in Salt Lake City een zaak aanhangig maakte waarin het verplichte gebed op scholen en bij officiële bijeenkomsten onwettig wordt genoemd, omdat het niet in overeenstemming zou zijn met de grondwet van Utah. Het pikante is dat Utah's constitutie in explicietere bewoordingen de belangenverstrengeling van kerk en staat afwijst dan elders in de Verenigde Staten het geval is. Deze voorziening, aan het eind van de vorige eeuw opgenomen om iedere verdenking van een theocratisch bestuur weg te nemen en Utah een volwaardige staat binnen de VS te laten worden, breekt de Mormonen nu op.

Het Hooggerechtshof heeft de zaak aangehouden. Maar om op alles voorbereid te zijn heeft de volksvertegenwoordiging, daartoe genspireerd door de Mormoonse kerk, al plannen gemaakt om de grondwet van de staat aan te passen mocht het oordeel negatief voor het gebed uitvallen. “Het geeft aan hoe een meerderheidsreligie via de volksvertegenwoordigers in het juridische proces kan binnendringen”, aldus Palmer DePaulus, woordvoerder van Utah's minister van justitie.

Natie

Wisconsin en Utah - het zijn willekeurige voorbeelden maar ze geven aan hoe groot de verschillen binnen de Verenigde Staten kunnen zijn, en ook hoe groot de vrijheid van handelen van deelstaten is. Er zijn meer verschillen: veertien staten, waaronder Wisconsin, hebben een strafrecht zonder doodstraf, de overgrote meerderheid van staten in de VS denkt daar echter anders over; de meeste deelstaten heffen een eigen inkomstenbelasting, negen staten - waaronder Alaska, New Hampshire en Florida - niet; bijna alle staten hebben een volksvertegenwoordiging die uit twee kamers bestaat, maar in Nebraska geeft men de voorkeur aan één kamer.

Toch zijn de Verenigde Staten, ondanks de 51 constituties, één natie. Geen enkele Amerikaan zal als naar zijn identiteit wordt gevraagd in de eerste plaats zijn verbondenheid met de staat waar hij woont noemen. Nee, hij is voor alles Amerikaan en op elk deelstaat-capitool wappert de federale Stars and Stripes boven de vlag van de staat.

“Jullie in Europa lopen tweehonderd jaar op ons achter”, grapt Jon Felde. Hij behartigt in Washington de belangen van de volksvertegenwoordigers van de deelstaten en zijn National Conference of State Legislators probeert te bereiken dat de federale regering zich niet nodeloos met de deelstaten bemoeit.

Felde heeft het historische gelijk aan zijn kant: de VS hadden hun "Maastricht', en meer dan dat, al in 1787. Toen werd in Philadelphia een grondwet geschreven die de "confederatie' (waarin de dertien vroegere kolonieën als vrijwel onafhankelijke staten opereerden) omvormde tot een federatieve unie met een centralistische regering. Net als aan de Europese integratie lagen aan de Amerikaanse eenwording economische én politieke factoren ten grondslag. De soevereine staten richtten onderling handelsbarrières op, wat de economische ontwikkeling belemmerde, hadden gebiedsaanspraken over en weer, waardoor de politieke spanning opliep, en stonden bloot aan dreigingen van buitenaf, waartegen ze zich onvoldoende teweer konden stellen.

“Een economische unie was geboden, maar men begreep heel goed dat die pas echt iets kon betekenen als er ook een politieke unie tot stand was gekomen”, zegt Joseph R. Marbach van het Centrum voor de Studie van Federalisme van de Temple Universiteit in Philadelphia. En zo werd het in de grondwet vastgelegd.

Dat in Maastricht eind 1991 werd besloten zowel een Europese politieke unie als een economische en monetaire unie op te richten, is afgemeten aan de Amerikaanse ervaring dus niet meer dan logisch.

Federatie

Een parallellie tussen Philadelphia 1787 en Maastricht 1991 is ook dat de dertien toenmalige Amerikaanse staten evenveel moeite hadden met de ratificatie van de nieuwe grondwet als de lidstaten van de Europese Gemeenschap met goedkeuring van het Verdrag van Maastricht. Maar er is op dit punt een opmerkelijke afwijking. Waar in Maastricht het woord federatie angstvallig werd vermeden om de toekomstige ratificatie niet in gevaar te brengen, fungeerde datzelfde woord meer dan tweehonderd jaar geleden in Amerika juist om de zeer onafhankelijke staten achter de constitutie te krijgen. In een federatie zouden ze een machtsfactor van belang blijven en “zo kan de federatie worden gezien als de prijs die voor de Unie moest worden betaald”, aldus John F. Bibby, hoogleraar in de politieke wetenschappen aan de Universiteit van Wisconsin.

De constitutie legde vast op welke terreinen de centrale regering zich kon doen gelden, zoals defensie, de handel tussen de deelstaten en met het buitenland, het slaan van munten en de verdediging van het algemeen welzijn van de Verenigde Staten. De bevoegdheden van de staten waren niet precies gedefinieerd. “Het zou echter tot de Burgeroorlog (1861-1865) duren voordat de Verenigde Staten echt een modern voorbeeld werden van een federalistisch systeem met een sterke centrale overheid,” betoogt Joseph Marbach van het Centrum voor de Studie van federalisme. De Burgeroorlog, waarbij de Unie bloedig maar met succes tegen op afscheiding beluste Zuidelijke staten werd verdedigd, was de vuurdoop voor de jonge federatie.

Sindsdien is de macht van de centrale regering toegenomen, met een versnelling in de jaren dertig, toen Roosevelts beleid om de economische crisis aan te pakken ("New Deal') de federale overheid met veel taken optuigde. Tegelijkertijd groeide de macht van de staten mee, deels doordat er ook op deelstaatniveau meer te besturen viel en de wetgevers in de staten professioneler werden, deels door de grote wil in de staten om problemen aan te pakken die Washington niet kon oplossen.

Tegelijkertijd wist de regering in Washington de staten steeds meer aan zich te binden door de uitvoering van haar politiek in hun handen te leggen, met de bijbehorende fondsen. Juist die geldstroom uit het centrum - waar tweederde van de belastingopbrengsten en heffingen terecht komt - is in ieder staatscapitool zó welkom dat beperkende voorwaarden verbonden aan federale programma's, weliswaar soms knarsetandend, worden aanvaard.

Zo zijn deelstaten bevoegd de snelheidslimieten op hun wegen vast te stellen, net als de minimumleeftijd van personen aan wie alcohol mag worden verkocht. Maar als ze in aanmerking willen komen voor federaal geld om hun net van snelwegen te onderhouden en uit te breiden, hebben ze de snelheidslimiet van 55 mijl per uur en de leeftijdsgrens van 21 jaar voor het consumeren van sterke drank te aanvaarden die het Congres in Washington aan de overdracht van de fondsen hebben verbonden.

De armslag van de staten hangt sterk af van de kleur van de machthebbers in Washington. Republikeinse regeringen hebben de neiging de staten meer de vrije hand te geven en de sturing vanuit het centrum te beperken. Onder Nixon, maar vooral onder Reagan, beleefden de deelstaten gouden tijden. Onder Bush zette de recessie door, waardoor de grote ambities moesten worden bijgesteld en veel staten financieel aan de grond kwamen te zitten.

Van de Democratische regering-Clinton wordt weer een actiever centraal bestuur verwacht, vooral ook gezien de ambitieuze binnenlandse politieke doelstellingen van de president. Aan de andere kant putten deelstaatregeringen troost uit het feit dat Clinton gouverneur was van een staat en hun problemen dus bij uitstek kent. Ze hebben hun hoop gesteld op "partnership' en de eerste tekenen zijn bemoedigend: anders dan zijn voorganger Bush aanvaardde Clintons regering onlangs het experiment van de staat Oregon op het gebied van gezondheidszorg, waarbij de kwaliteit van de zorg wat werd beperkt om de armen, die nu veelal onverzekerd zijn, van het stelsel te laten profiteren.

Model

Toen de Europese Gemeenschap aan het eind van de jaren tachtig het beginsel van "subsidiariteit' uitvond - maatregelen moeten op het laagst mogelijke bestuursniveau worden genomen - hadden de Verenigde Staten daar dus al tweehonderd jaar ervaring mee. En omdat de uitvoering van het principe aan politieke modes onderhevig is, waren het ook tweehonderd jaar van strijd en van voortdurende beweging van macht van het centrum naar de staten en omgekeerd.

Europa zou kunnen leren van de Verenigde Staten “maar vooral waar het om details gaat, want een model kunnen de VS voor Europa niet zijn”, zegt Arend Lijphart, de Nederlandse hoogleraar in de politieke wetenschappen, die aan de Universiteit van San Diego (Californië) doceert. “In Europa moeten verschillende naties met verschillende talen en culturen bij elkaar worden gebracht en dat is in Amerika nooit zo geweest”, onderstreept hij. Vandaar dat de Europese Gemeenschap volgens hem hoogstens een halve federatie is met een gedeeltelijke overdracht van soevereiniteit naar "Brussel'. Meer volgens het Zwitserse model.

Zoals de Amerikaanse constitutie uit 1787 begint met "WIJ HET VOLK' had het Verdrag van Maastricht dan ook nooit kunnen beginnen. Dat laatste is formeel een besluit van de koningen, koninginnen en presidenten van de betrokken landen. Werd in Philadelphia een natie geboren, na Maastricht zal op een enkele Eurofederalist na geen enkele inwoner van EG-landen zich allereerst "Europeaan' voelen, al zou de verleiding daartoe onder het nuttigen van gebak in Madisons "Café Europe' wel groter kunnen worden.