Het mes gaat in de bijstand door vereenvoudiging

DEN HAAG, 24 APRIL. Wat luttele jaren terug nog onmogelijk leek, gebeurt nu plotseling wel. Het mes gaat in de bijstand. Een jaar terug sprak het kabinet nog louter over vereenvoudiging en betere uitvoering. Eind vorig jaar verschoof de klemtoon naar fraudebestrijding. Uiteindelijk ging het allemaal gepaard met een doodgewone bezuinigingsoperatie.

Staatssecretaris Ter Veld, die ooit als Tweede-Kamerlid de belangen van “echte minima” onmder wie de bijstandsmoeders fel verdedigde, wil nu het wettelijk vastgelegde inkomensminimum voor zo'n bijstandsmoeder, indien zij jonger is dan 27 jaar, verlagen van 1584 naar 1232 gulden per maand. Dat is bijna een kwart minder. Als de betrokkene méér wil moet ze aankloppen bij de gemeente. Die heeft dan de mogelijkheid haar een toelage te verschaffen.

Hoe wrang het ook moge klinken, het is een onvermijdelijk gevolg van het streven naar eenvoud. De afgelopen twintig jaar werd de bijstandswet steeds ingewikkelder. Er zijn inmiddels vier categorieën leefvormen, vijf leeftijdsgroepen, en een aparte norm voor schoolverlaters. De complexiteit lokt misbruik en fraude uit.

De stroom fraudeberichten die eind vorig jaar uit Groningen, Rotterdam, Amsterdam en andere steden binnenstroomde gaf de doorslag. PvdA-leider Kok zei in Rotterdam dat mensen die de sociale dienst oplichten, net als hoogleraren die in werktijd à raison van 1250 gulden per uur bijklussen, “de samenleving naar de verdommenis jagen”.

Van de jongeren tot 21 jaar in de bijstand zegt een opmerkelijk groot aantal, in de grote steden bijna allemaal, dat men alleen woont. Dus krijgen deze calculerende burgers een uitkering van 1232 gulden. Maar velen wonen in feite samen met een verdienende partner. Controle ter bestrijding van deze partnerfraude blijkt in de praktijk bijkans onmogelijk. Ter Veld wil de bijstand voor 21 tot 27-jarigen daarom individualiseren. Wie recht heeft op bijstand krijgt niet meer dan 925 gulden, of men nu samenwoont of niet.

De directeur van de sociale dienst in Amsterdam, Van Dijk - hij is tevens waarnemend voorzitter van Divosa, de vereniging van directeuren van sociale diensten - toonde zich in een voorlopige reactie gematigd positief over de plannen. Hij vindt het een voordeel dat de gemeenten meer beleidsvrijheid krijgen. Maar hij betwijfelt of de voorgestelde maatregelen toereikend zijn om fraude te bestrijden.

De partnerfraude bij ouderen blijft voorlopig voortbestaan. Een aanpak zou vereisen dat de bijstand voor alle leeftijdsgroepen wordt gendividualiseerd - iedereen dezelfde uitkering, of men nu samenwoont of niet. Het kabinet trok echter de grens bij 27 jaar. Voor de jongeren was een uiktering beneden het bestaansminimum nog wel te verdedigen, voor de ouderen blijkbaar niet.

Anders dan wel eens wordt gedacht is het aantal mensen in de bijstand de afgelopen jaren niet gestegen maar gedaald. In 1985 waren het er nog 620.000, dit jaar naar schatting 510.000. Maar dat neemt niet weg dat vooral in de grote steden hele wijken op de bijstand drijven. De kosten bedragen dit jaar omstreeks 12 miljard gulden.

Ter Veld wil nu op dit bedrag 845 miljoen gulden bezuinigen. Afschaffing van de bijstand voor 18-21-jarigen levert 345 miljoen op, de korting op de bijstand voor 21-27-jarigen moet 310 miljoen gulden opleveren. Een derde maatregel, waardoor mensen op één adres, ook als ze kamerhuurder zijn, niet meer dan 925 gulden kunnen krijgen, moet 190 miljoen opbrengen.

Van de opbrengst van 845 miljoen wordt ruim 400 miljoen weer teruggesluisd naar de gemeenten (295 miljoen), naar het jeugdwerkgarantieplan (35 miljoen) en naar extra kinderbijslag (75 miljoen). De netto-bezuingiging bedraagt dus 440 miljoen gulden. Los hiervan krijgen de gemeenten 150 miljoen gulden uit het Fonds Sociale Vernieuwing om mensen in de bijstand weer aan het werk te krijgen.

Het departement van sociale zaken en werkgelegenheid stond voor het blok. Volgens Ter Veld hadden minister van financiën Kok en premier Lubbers voor 1994 een duidelijke voorkeur voor bezuinigingen die niet ten goede zouden komen aan de diverse sociale fondsen, maar direct aan 's Rijks kas. De bijstand, die de algemene middelen wordt betaald, voldoet aan die eis. Dus werd de bijstand de klos.

Het kabinet onderzoekt ook nog of de kinderbijslag omhoog kan voor ouders met kinderen onder de 21 jaar die in de bijstand zijn beland. Voor Ter Veld hoeft dat overigen niet zo nodig. Ze besteedt het geld liever aan het jeugdwerkgarantieplan, of voor de toeslagen van de gemeenten. Dat zou meer stroken met de zelfstandigheid van jongeren dan extra kinderbijslag voor de ouders.

Het recht op bijstand voor jongeren tot 21 jaar vervalt omdat zij sowieso “onder dak” zijn - aldus Ter Veld die daarin door premier Lubbers, gistermiddag na afloop van het kabinetsberaad, werd bijgevallen. Want òf ze studeren, òf ze werken, òf ze hebben recht op werk via het jeugdwerkgarantieplan. Bijstand is dus niet nodig. Toch hebben nu zestienduizend 18-21-jarigen een bijstandsuitkering. Zijn dat allemaal bijstandsmoeders, junks en andere problematische gevallen?

Hoe dan ook, staatssecretaris Elske ter Veld zegt dat ze blij is omdat ze de bijstand als zodanig, dat wil zeggen voor ouderen dan 27 jaar, overeind heeft kunnen houden. Of die prestatie door de politiek wordt gewaardeerd zal moeten blijken. De Jonge Socialisten hebben hun oordeel al klaar: Ter Veld mag vertrekken, liever vandaag dan morgen.