"Hersenen gaan vaak al rond je 35'ste krimpen'

MAASTRICHT, 24 APRIL. Neuropsycholoog prof.dr. J. Jolles, verbonden aan de Rijksuniversiteit Limburg, leidt een groot bevolkingsonderzoek naar factoren die mentale veroudering bepalen.

Zijn 65-jarigen en ouderen, vanuit de neurowetenschappen bezien, nog gewoon in staat om te werken?

“Hersenveroudering betekent vooral dat de lichamelijke en geestelijke activiteiten trager verlopen. Als oudere werknemers onvoldoende tijd krijgen om hun taken uit te voeren - en de tijdsdruk waaronder men werkt wordt steeds groter, dan raak je snel aan de problemen van Ziektewet en WAO. Die tragere processen zien we bij alle ouderen. Ook bij overigens uitstekende topmanagers in hun laatste periode. Boven de 60 laten ze wel eens wat steken vallen. Veel onderzoek is daar niet naar gedaan, maar er is veel circumstantial evidence. Mensen van 60 tot 65 jaar moeten niet worden gedwongen om drie of vier situaties tegelijkertijd te overzien. Dan maken ze meer fouten dan jongeren in zo'n situatie.”

Bent U voorstander van verhoging van de pensioenleeftijd?

“Een verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd is heel goed voor de mensen die hun pensionering nu als een straf beschouwen. Dat zijn de mensen die op hun 65-ste nog kraakhelder zijn. Voor het bedrijf waar ze werken zijn ze vooral van belang vanwege hun grote ervaring. Oudere mensen hebben vaak ook een goed taalvermogen. Zijzelf beschouwen de pensionering vaak als verlies van levenskwaliteit. Aan de andere kant zijn er mensen voor wie werken vóór hun 65-ste al een kwelling is. Meestal gaat het om mensen in beroepen waarin geen enkele creativiteit wordt gevergd. Een lopende-band-werker, of een sous-chef die alleen opdrachten aanneemt en uitvoert.”

“Er is overigens een algemener argument om de pensioenleeftijd te verhogen. Ik vergelijk dat wel eens met het voetbal. Daar staan de doelpalen nog steeds net zo ver uit elkaar als enkele decennia geleden. Maar de keepers zijn wel tien centimeter langer geworden en houden dus meer ballen tegen. Net zo is er iets veranderd met de gemiddelde leeftijd, sinds de pensioenleeftijd op 65 werd gezet. De mensen worden gemiddeld een stuk ouder dan vroeger en er zijn ook veel meer mensen gezond oud. De jaren na het 65-ste zijn in aantal toegenomen. Het lijkt logisch om in het voetbal de doelen te vergroten vanwege de toegenomen lengte. Net zo ligt het voor de hand de pensioenleeftijd met de gemiddelde leeftijd mee te laten stijgen vanwege het toegenomen aantal mentaal en lichamelijk gezonde 65-plussers. Grote bedrijven krijgen al door dat als je ouderen andere functies geeft en de tijdsdruk vermindert, het bedrijf er meer aan heeft dan wanneer die ouderen eruit worden gezet. Het moment van pensionering is nu heel abrupt. Je zou aan parttime pensionering kunnen denken.”

Maar hoe hoger de pensioenleeftijd is, des te groter de generatiekloof tussen ouderen en jongeren wordt. De jongeren overvleugelen de ouderen nu al vaak met hun kennis van moderne automatiseringstechnieken.

“Ja, en dan gaan de oude mastodonten in de verdediging om hun plek veilig te stellen. Er is veel te weinig aan gedaan om met bijscholing de generatiekloof te dichten. Met die bijscholing kun je volgens mij niet vroeg genoeg beginnen. De neuro-anatoom H. Haug heeft door onderzoek van de hersenen van veel overledenen van alle leeftijden aangetoond dat bij de meeste mensen rond het 35-ste jaar sommige hersendelen beginnen te krimpen, vooral in de voorste hersendelen die essentieel zijn voor het vermogen om nieuwe dingen te leren. Je krijgt daar degeneratie, zo is de hypothese, omdat die hersendelen niet meer worden geprikkeld. Dat het rond het 35-ste begint is niet verbazingwekkend. Veel mensen leren tot hun dertigste. Eerst op school en daarna op de universiteit of op bedrijfscursussen. Daarna is het afgelopen, ze draaien op hun routine en de hersenen leren af om te leren. Haug heeft een relatie tussen de toestand van hersendelen en het gedrag gesuggereerd. Dit betekent dat achteruitgang bij stijgende leeftijd een ontkoombaar proces is. Je kunt er wat aan doen door beter op je gezondheid te letten en door meer en gevarieerde activiteiten te ontplooien.”

In de jaren zeventig werd niet geaccepteerd dat de hersenen iets te maken zouden hebben met gedrag. Nu zegt u dat een actief en creatief leven in de hersenen "te zien' is?

“Er is sprake van een ommekeer op dat punt. Er is tot dusver te weinig onderzoek aan gedaan. Toch zijn er wel wetenschappelijke bevindingen die suggeren dat mensen die niet bezig zijn met nieuwe taken sneller cognitief verouderen.”

Daar is ook het verschil in pensioneringswens tussen lopende-band-werkers en hoogleraren op terug te voeren?

“Daar zijn wel veel aanwijzingen voor, al is het nooit bewezen. Je moet natuurlijk nuanceren: je hebt mensen die saai werk doen maar er daarbuiten voor zorgen dat hun geest scherp blijft, doordat ze veel hobby's hebben, veel sociale contacten onderhouden en actief zijn in het verenigingsleven.”

Is bekend hoeveel procent van de Nederlandse beroepsbevolking geschikt is na het 65-ste door te werken?

“Nee, daar weten we heel weinig van. Bovendien zijn de werkomstandigheden belangrijk. Wel is inmiddels veel bekend over de sociale positie van ouderen en over hun inkomenspositie. Maar dat is niet gerelateerd aan wat ze kunnen, zowel mentaal als lichamelijk. Ik schat dat van elke 100 vijfenzestigjarigen tientallen personen nog in staat zijn om te werken en dat ook graag willen. Dat aantal neemt af met de leeftijd en wordt waarschijnlijk sterk bepaald door gezondheid en psycho-sociale factoren. Het verouderingsonderzoek in Maastricht is bedoeld om gegevens over jeugd, opleiding, beroepsleven, gezinsleven, sociale activiteiten te koppelen aan mentale vaardigheden op latere leeftijd. In feite zoeken we naar factoren die succesvolle veroudering bepalen.”

Welke hypothesen toetst u?

“Wij onderzoeken of het waar is dat mensen met een lagere opleiding op latere leeftijd geestelijk minder functioneren. Of een lage sociale status, het ontbreken van hobby's en sociale contacten tot laag functioneren leidt. En of enkele medisch-biologische gebeurtenissen, zoals enkele keren volledige narcose, een aantal hersenschuddingen, alcoholmisbruik en sommige ziekten, invloed hebben op de ernst van de geheugenachteruitgang op latere leeftijd.”

Als we naar een variabele pensioenleeftijd gaan, of als parttime pensionering wordt ingevoerd, kunnen neuropsychologen of neurologen dan testen wie nog geschikt is voor zijn baan?

“Dat is een vraag met grote ethische implicaties. Maar technisch gezien is het inderdaad mogelijk om een oordeel te vellen over snelheid van denken, over probleemopleggen, herinneren en over waarnemen. Vanuit mijn positie aan universiteit en in een ziekenhuis is het niet moeilijk om een voorstel te doen. Maar er gaan waarschijnlijk nog jaren overheen voor zulke tests worden geaccepteerd. Daarover moet eerst in de maatschappij consensus ontstaan.”