Grote vraag naar zwarte voetbalslaaf

VENLO, 24 APRIL. De wedstrijd VVV - NAC, gisteravond geprogrammmeerd als absolute topper in de eerste divisie, vormde voor tenminste een speler met toekomstmogelijkheden het ideale podium om zijn kunsten te demonstreren. VVV'er Tijjani Babangida, de lieveling van het publiek, had als laatste een aandeel in de 4-1 overwinning van zijn club op de concurrent uit Breda. Met het vierde Limburgse doelpunt deed hij weer van zich spreken.

Een dag voor de wedstrijd was hij nog afwezig op het trainingsveld. Zijn onwaarschijnlijke snelheid, gevreesd door zijn directe tegenstanders, wordt op die donderdag niet geëtaleerd. Zijn scoringsvermogen (gisteravond produceerde hij zijn vijftiende doelpunt dit seizoen) laat het die middag afweten. Eén voor één mogen de spelers ter afsluiting van de oefensessie op doel afwerken. Babangida mist drie keer achter elkaar, de aansporingen van trainer Frans Körver (“We leggen onze hele ziel en zaligheid in dat schot, ja?”) ten spijt.

Terwijl zijn collega's naar de kleedkamer lopen, waagt Baba nog een poging. Weer mis. “Goh, jonge, jonge”, stamelt hij. Waarop Körver hem quasi-bestraffend laat weten dat hij “maar naar Wales moet gaan.” Wales is bij de Venlose Voetbal Vereniging een synoniem voor meedogenloos hard voetbal, werkvoetbal voor de jongens met de opgestroopte mouwen.

Niets voor Babangida, al zou hij ter plekke spotten met elke woeste en te laat ingezette Britse tackle. Want hij is, nogmaals, onwaarschijnlijk snel. Dat ondervonden linksbacks met toch een zekere reputatie als Danny Hesp (TOP) en Marco Gentile (ADO Den Haag) eerder dit seizoen. En gisteravond viel NAC'er Romeo Zondervan de twijfelachtige eer te beurt om negentig minuten lang achter Babangida aan te hobbelen.

Maar hij hield de schade beperkt. De ervaren Zondervan speelde slim, reserveerde constant enkele meters tussen hem en de snelle aanvaller en greep resoluut in wanneer Babangida de bal dreigde aan te nemen. Toch kon hij niet verhinderen dat de Nigeriaan, diep in blessuretijd en op een moment waarop hij zijn grilligheid misschien wel het best kon laten renderen voor 4-1 zorgde. Met een korte spurt zette hij zichzelf vrij voor de goal waarna een simpele schuiver volstond om zijn reputatie van goalgetter nog eens te bevestigen. Verberne, Laros, Lammers voor NAC, en Van Leenders scoorden eerder.

Weer bleek Babangidas snelheid een doeltreffend wapen en wie met ongeloof reageert op zijn bewering dat hij “nog steeds sneller en sneller gaat lopen” wordt vergast op een parelwitte, aanstekelijke lach. “Geloof je me niet? Het is echt waar, watch me.”

Tijjani Babangida wil “een groot voetballer” worden. Zijn verblijf bij VVV beschouwt hij dan ook als een tijdelijke noodzaak. Heel erg thuis voelt hij zich niet in het grensstadje Venlo, waar hij in een flatje op enkele honderden meters afstand van stadion De Koel woont. Sinds hij bijna twee jaar geleden door de Limburgse textielmagnaat en opkoper van voetbaltalent Nol Hendriks werd ontdekt tijdens een oefenwedstrijd tussen Fortuna Sittard en het Nigeriaans Olympisch elftal, wordt Babangida min of meer geleefd. Hij werd eigendom van Hendriks, bestuurslid bij Roda JC, die VVV het geld beschikbaar stelde om de 19-jarige Nigeriaan in te lijven.

Hendriks, die onder de vlag van Roda JC feitelijk de eigenaar van de beloftevolle voetballer is, stelde daarbij de eis dat Babangida te allen tijd naar Roda kan worden overgeheveld. Alleen als VVV halverwege het seizoen nog in de race zou zijn voor het kampioenschap, was Hendriks genegen hem tot de zomer bij de club te laten blijven. Die enkele maanden zijn de enige zekerheid voor Babangida, die inmiddels een nieuw tweejarig contract kreeg aangeboden maar daar nog niet op is ingegaan omdat hij wacht op belangstelling van een grote club.

Ondertussen vechten de diverse belangstellenden om de moderne Afrikaanse voetbalslaaf. Roda-trainer Huub Stevens, die te kennen heeft gegeven Babangida volgend jaar koste wat kost bij zijn selectie te willen hebben. VVV-trainer Frans Körver, die tijdens recente sponsor- en bestuursbijeenkomsten trachtte geld te genereren voor het contracteren van Babangida. Handelaar Hendriks, die na lucratieve transacties met onder meer spelers als Martin van Geel, Wilbert Suvrijn, Hennie Meijer, Michel Boerebach, John van Loen en Erwin Vanderbroeck zijn nieuwste speeltje zo duur mogelijk wil verkopen.

Het zijn de mechanismen in de voetbalwereld die Babangida niet begrijpt en waar hij “wanneer ik niet voetbal of met mijn vrienden ben” over peinst. Dan openbaart zich een vicieuze cirkel aan hem: “Het is zo vreemd. Ik ben eigendom van mister Hendriks. De enige manier om daar onderuit te komen is goed te voetballen om naar een andere club te gaan. Maar dan ben ik daar weer het bezit van iemand.”