Een tussenstand na anderhalf jaar vrij worstelen

Ruim 105 miljoen inwoners van Rusland kunnen morgen naar de stembus voor een referendum, om kenbaar te maken of zij president Jeltsin en diens beleid nog vertrouwen, en of zij vervroegde presidents- en parlementsverkiezingen wensen. Indirect laat het volk zo ook weten hoe het denkt over de machtsstrijd in het Kremlin. Een terugblik op de snel verslechterde relatie tussen Jeltsin en het parlement; een reportage uit de provinciestad Rjazan; en een analyse van de Westerse steun aan Rusland.

Niets is eeuwig - maar dat de relatie tussen president Boris Jeltsin en het Russische parlement binnen anderhalf jaar zo grondig zou kunnen worden verpest is opmerkelijk. Die snelle ommekeer is tekenend voor het vacuüm in de staatkundige verhoudingen, ontstaan door de ondergang van het Sovjet-socialisme met zijn straffe centrale leiding en voor het gebrek aan politieke cultuur, de zwakte van politieke partijen en het ontbreken van dialoog en compromis om conflicten te beheersen.

Nog geen twee jaar geleden waren Jeltsin en parlementsvoorzitter Roeslan Chasboelatov elkaars beste bondgenoten. Zij vonden elkaar op 19 augustus 1991, toen het zelfbenoemde Staatscomité voor de Noodtoestand een greep naar de macht deed. Nadat het achtmanscomité van centralistische dogmatici de de toenmalige Sovjet-president Gorbatsjov op de Krim had vastgezet,togen Jeltsin en Chasboelatov naar het "Witte Huis', weerstonden gezamenlijk de putschisten en hun tanks en redden Gorbatsjov en de democratie.

De putsch werd het laatste hoofdstuk van Gorbatsjovs politieke carrière en van het bestaan van de Sovjet-Unie. Maar al onmiddellijk na de putsch begon de teloorgang van het bondgenootschap tussen Jeltsin en Chasboelatov, de belangrijkste leiders van het nieuwe Rusland. Chasboelatov is als voorzitter van zowel de Opperste Sovjet (het staande parlement) als het Volkscongres (het "uitgebreide' parlement, dat twee keer per jaar bijeenkomt) sinds de herfst van 1991 in botsing gekomen met Jeltsin. Die confrontatie vindt morgen een voorlopig hoogtepunt in het referendum over de vraag wie in Rusland de macht heeft..

Wat ging er mis tussen de Siberische krachtpatser en de Tsjetsjeense populist? Uiteindelijk àlles, maar een eerste waterscheiding was de opheffing van de Sovjet-Unie, die op 8 december 1991 door slechts drie mannen werd bekokstoofd: Jeltsin en de presidenten van de Oekrane en Wit-Rusland. Chasboelatov, een fel tegenstander van de opheffing, werd tot zijn grote woede niet geraadpleegd.

In november 1991 kreeg Jeltsin volmachten voor economische hervormingen. Hij steunde daarbij vooral op zijn "economische rechterhand', de in de Verenigde Staten opgeleide Jegor Gaidar. Toen die op 2 januari 1992 zijn "schoktherapie' van start liet gaan, stuitte hij op fel verzet van Chasboelatov, die zich opwierp voor de belangen van de gewone burger en aanvoerde dat de hervormingen - het vrijlaten van de prijzen, kredietkrapte en afschaffing van subsidies - tot verpaupering zouden leiden. Dat hij zelf eerder voor nóg radicalere hervormingen had gepleit, heeft Chasboelatov sindsdien liever verzwegen.

Vanaf begin vorig jaar is de crisis alleen maar geëscaleerd. Jeltsin trachtte zoveel mogelijk te regeren buiten het conservatieve parlement en zijn lastige - en naar zijn oordeel machtsbeluste - voorzitter om. Chasboelatov van zijn kant trachtte de regering ondergeschikt te maken aan het parlement. Het had alle kenmerken van een persoonlijke machtsstrijd, want zoals Jeltsin de regering leidde, zo beheerste Chasboelatov het parlement, dat immers weinig partijen, fracties en stucturen bezit. Onder Chasboelatovs leiding werden maatregelen van Gaidars hervormingsteam aangepast, verwaterd, gefrustreerd of getorpedeerd.

Tijdens het Zesde Volkscongres in april vorig jaar vormden conservatieven een anti-Jeltsin-coalitie, niet om hem aan de kant te zetten, maar wel om Gaidar te frustreren. Het was de zitting waarop de afgevaardigden zich voor het eerst na de ineenstorting van het communisme met zijn autoritaire en gecentraliseerde structuren bewust werden van hun werkelijke macht.

Het parlement dwong Jeltsin tot twee concessies: hij moest aftreden als premier en hij moest enkele tegenstanders van Gaidars schoktherapie opnemen in de regering. Het waren bescheiden concessies - maar alleen in het licht van de latere gebeurtenissen.

Tussen het Zesde en het Zevende Volkscongres in december vorig jaar zette Chasboelatov als voorzitter van de Opperste Sovjet zijn offensief tegen het duo Jeltsin-Gaidar voort. Zo kreeg het parlement zijn eigen politiemacht, kreeg het de controle over de centrale bank en slaagde het erin het werk van Gaidars regering goeddeels te verlammen. Belangrijker: het parlement, dat in april de opdracht had gekregen een nieuwe grondwet op te stellen, beperkte zich liever tot het amenderen van de bestaande communistische grondwet, en bij elk amendement kende het zichzelf méér bevoegdheden toe - ten koste van die van Jeltsin en Gaidar. Ook verbaal werd het conflict scherper: Chasboelatov en Jeltsin beschuldigden elkaar van machtswellust en dictatoriale neigingen.

In oktober vorig jaar waren de verhoudingen zo verslechterd dat Jeltsin met uitzonderingsmaatregelen ging dreigen. Op het Zevende Volkscongres kwam het tot een spetterende confrontatie, waarbij voor het eerst Jeltsins presidentschap ter discussie werd gesteld. Hij kon op het nippertje een volledige afgang voorkomen, maar werd wel tot vergaande concessies gedwongen: hij moest Gaidar opofferen, de conservatieve Tsjernomyrdin tot premier benoemen en afzien van zijn voornemen in januari een referendum te houden over de machtsvraag.

Tenslotte kwamen Jeltsin en Chasboelatov (en de als arbiter optredende voorzitter van het Constitutionele Hof, Valeri Zorkin) tot een compromis: op 11 april van dit jaar zouden de Russen in een referendum moeten laten weten of ze een parlementaire dan wel een presidentiële staatsvorm wensen. Jeltsin moest beloven voor belangrijke benoemingen in de regering het parlement om toestemming te vragen.

Ook dit compromis hield het niet lang: al snel distantieerde zowel Chasboelatov als Zorkin zich ervan. Bovendien ging de Opperste Sovjet door met waar ze al een jaar bezig was: het uithollen van Jeltsins macht en het toekennen van méér bevoegdheden aan zichzelf. Chasboelatov riep het parlement uit tot opperste staatsinstantie en maakte geen geheim meer van zijn eigen aanspraken op de macht.

Jeltsin zat evenmin stil. Hij probeerde het presidentiële apparaat te versterken, vooral de Veiligheidsraad, die de zeggenschap kreeg over het buitenlandse en veiligheidsbeleid. Maar veel haalde dat niet uit. Integendeel: Jeltsins aanhangers raakten steeds gefrustreerder over wat zij beschouwden als zijn grootste fout, zijn onwil een eigen partij te stichten die in èn buiten het parlement aanhangers kon bundelen en mobiliseren. Velen lieten de president teleurgesteld in de steek.

Het drong de president in het defensief. Aan de vooravond van het Achtste Volkscongres (10 tot 13 maart) kwam hij met een compromisvoorstel, dat de vorming van een Grondwetgevende Vergadering en een nieuwe wet over de machtsscheiding tussen de wetgevende en uitvoerende macht behelsde. Chasboelatov wees het af: het voorzag in de overheveling van door het parlement moeizaam bevochten bevoegdheden naar de president. Zijn Opperste Sovjet wilde ook niets weten van Jeltsins formulering van vier vragen voor het referendum, dat voor 11 april op het programma stond. In plaats daarvan bepaalde de Opperste Sovjet dat het Volkscongres zich in maart maar met twee punten zou bezighouden: het referendum en “de mate waarin de hoogste functionarissen en machtsorganen zich aan de grondwet houden”. Dit laatste punt was een openlijke oorlogsverklaring aan de president.

Het Achtste Volkscongres werd in maart een drama voor Jeltsin. Het wees zijn voorstellen en masse van de hand en beroofde hem opnieuw van een aantal bevoegdheden. Sterker: het parlement radicaliseerde, maakte een eind aan het compromis van december en wilde niets meer van een referendum weten. De meeste sprekers voelden ook niets voor verkiezingen of zelfs een nieuwe grondwet: die van Brezjnev moest van kracht blijven, die was tenslotte honderden keren geamendeerd. De vernederde Jeltsin liep kwaad uit de zitting weg. Zijn dreigement, desnoods zonder toestemming van het parlement een referendum over de nieuwe staatsvorm te houden, maakten weinig indruk.

Op 20 maart wendde Jeltsin zich op de televisie tot het volk: hij had, zo liet hij weten, per decreet “speciaal bestuur” afgekondigd en voor 25 april een referendum uitgeschreven, niet alleen over de toekomstige staatsvorm maar ook over het vertrouwen in zijn persoon. Het was - of leek - een staatsgreep. De Opperste Sovjet kwam bijeen om te praten over Jeltsins afzetting. Chasboelatov en vice-president Roetskoj bestempelden de manoeuvre als ongrondwettig en kregen later steun van het Constitutionele Hof - een merkwaardige beslissing, omdat het Hof zich net zo min als Chasboelatov en Roetskoj kon baseren op Jeltsins decreet: dat was nog niet gepubliceerd. Toen het wèrd gepubliceerd, kwam de term "speciaal bestuur' er niet eens in voor: òf Jeltsin had een proefballon opgelaten om de kracht en de reactie van zijn tegenstanders te testen, òf hij had na zijn televisietoespraak, geschrokken van de reacties, zijn decreet alsnog aangepast.

Niettemin - Chasboelatov had toen wel al voor 26 maart het Volkscongres bijeengeroepen. Aan de vooravond riep Jeltsin de leden op zich van “de afgrond van de confrontatie” terug te trekken. De zitting liep geheel volgens verwachting uit op een nieuwe lange vernedering van Jeltsin. Maar hij overleefde ook die: Chasboelatov, kennelijk geschrokken van de potentiële consequenties van een totale breuk - chaos, internationaal isolement, mogelijk een burgeroorlog - gooide het alsnog op een akkoordje met Jeltsin. De president zag af van zijn referendum, Chasboelatov stemde in met vervroegde presidents- en parlementsverkiezingen. Het compromis werd weliswaar prompt afgewezen door het Volkscongres - waarvan de meeste leden weten dat ze bij vervroegde verkiezingen hun functie verliezen -, maar het had wel tot een stemmingswisseling geleid: Jeltsin mocht blijven. De ultieme confrontatie was afgewend - of liever: uitgesteld. Jeltsin kreeg zijn referendum, zij het niet met de vragen niet hij oorspronkelijk had willen stellen. Morgen wordt er gestemd. En na morgen gaat de oorlog verder.