Denen staan voor "particuliere keuze'

KOPENHAGEN, 24 APRIL. Over drie weken beslist Denemarken over het lot van het verdrag van Maastricht - en weer zal het spannend worden. De voortekenen in Kopenhagen wijzen op een voorzichtig ja, maar alle zelfverzekerdheid bij politici en in het bedrijfsleven is verdwenen. “Dit is voor de Denen een zeer particuliere keuze”, zegt een diplomaat.

Vorig jaar juni zorgden de Denen voor een schokgolf in Europa door het verdrag met 50,7 procent te verwerpen, tegen alle voorspellingen in. Toen lagen de voor- en tegenstanders drie weken voor de stembusgang nog nek aan nek. Deze keer hebben de ja-stemmers in de opiniepeilingen de overhand. Globaal zijn er nu voor iedere drie ja-stemmers, twee nee-stemmers en is er één onbeslist. Er lijkt dus een duidelijk fundament voor het aanvaarden van de Europese Unie.

Maar het totale percentage ja-stemmers is de laatste maanden licht aan het dalen en dat zorgt in Kopenhagen voor nervositeit. In februari was het nog 54 procent, maar bij de laatste peiling was het 47 procent. Dat verleidde premier Rasmussen tot het commentaar dat Denemarken de EG zal moeten verlaten als het tweede referendum weer negatief uitvalt. Die uitspraak lokte in Denemarken meteen breed kritiek uit. Het lidmaatschap zou niet eens opgezegd kùnnen worden: het Verdrag van Rome bevat immers geen procedure om de EG te verlaten, zo werd opgemerkt. Andere landen kunnen Denemarken evenmin het lidmaatschap ontnemen. Bovendien zal ook Groot-Brittannië bij een Deens nee de ratificatie niet door willen zetten. Juridisch blijft dus alles bij het oude, als Denemarken weer nee zegt, zo redeneren veel stemmers. "Maastricht' verlaat dan de EG, en niet Denemarken.

Daar komt bij dat het land van de Europese Raad in Edinburgh eind vorig jaar al een imponerende uitzonderingspositie heeft gekregen. Het hoeft niet mee te doen aan de gezamenlijke munt, de centrale bank, het Europese burgerschap, het "Europese leger' of het EG-buitenlands beleid. Denemarken mag dus "celibatair' lid van Maastricht worden, zonder dat de overige elf lidstaten dat kennelijk een obstakel vonden op hun weg naar de "ever closer Union'. Die boodschap is bij de Denen op twee manieren genterpreteerd. Niet alleen de drempel om ja te zeggen is verlaagd, zoals de Deense regering hoopt, maar ook de drempel om nee te stemmen. Zoveel betekent die Unie kennelijk niet.

De zakelijke argumenten voor Maastricht hebben ook aan betekenis ingeboet. Het vooruitzicht op meer welvaart wordt dagelijks gelogenstraft. Ondanks de net voltooide binnenmarkt van de EG boekte het land deze maand een naoorlogs werkloosheidsrecord: 12 procent. Het geeft voedsel aan het argument van de "nee'-stemmers dat eerst van de EG maar eens een succes moet worden gemaakt, voordat er iets nieuws wordt bedacht. Ook de veronderstelde zegeningen van een Europees buitenlands beleid, in bijvoorbeeld Joegoslavië, zijn de Denen sinds vorig jaar zomer niet veel duidelijker geworden. Tegelijk wordt verontrust geconstateerd dat de Duitse regering steeds meer neigt naar militaire deelname aan operaties buiten NAVO-gebied. Dat gaat voor veel Denen verdacht veel in de richting van een "Europees leger', waar in Denemarken vrijwel niemand een voorstander van is. Al helemaal niet als daarin Duitsland een rol speelt.

De belangstelling van de media voor wat komen gaat is ongekend - nu al hebben zich voor het referendum 1.500 journalisten van over de hele wereld laten inschrijven. Het is ook een komen en gaan van Britse Conservatieve "Eurosceptics' uit het Lagerhuis die de Denen aanmoedigen om straks nee te zeggen. Het ja-kamp nodigt dan op haar beurt Britse Europarlementariërs uit om het tegenovergestelde te beweren. De pro-EG campagne houdt dezer dagen een bewust gematigde toon. De indruk bestaat dat het zelfverzekerde optreden van de vorige regering averechts heeft gewerkt. De kleurrijke (ex)-minister Ellemann-Jensen zei vorig jaar bijvoorbeeld dat hij zich niet kon voorstellen dat de Denen zo stom zouden zijn om nee te stemmen.

De sociaal-democraten die nu de coalitie aanvoeren staan voor de taak om de zestig procent nee-stemmers in de eigen achterban van gedachten te laten veranderen. Lukt dat niet, dan veroorzaakt het tweede Maastricht-referendum ook een crisis in de Deense politiek. De coalitie trekt dan ook een zo ernstig mogelijk gezicht. De centrale boodschap van de ja-campagne is defensief: Denemarken kan het niet alleen af in Europa, met milieubeleid, in de wereldeconomie of op monetair gebied. Premier Rasmussen zei in een interview dat hij een "afschuwelijk' moment als nieuw regeringsleider beleefde toen de geldmarkten een aanval deden op de Deense kroon. Binnen een paar uur moest de Deense centrale bank 40 miljard kronen uitgeven om de koers te steunen. Daarna kwam Duitsland pas te hulp. Zonder de EG, zonder Maastricht, is Denemarken aan de wolven overgeleverd, zo was zijn boodschap. Het is echter zeer de vraag of de Denen zullen geloven dat ja zeggen tegen de Europese Unie echt nodig is om de verworvenheden van de EG te behouden.