De onverwacht snelle reflex van sociale partners

Wie de uitslag van de jongste CAO-onderhandelingen naast het "centraal akkoord' van november legt, ziet dat het loon te hoog uitvalt, de afspraken over meer banen pover zijn en bestaande dure CAO's intact zijn gelaten. En "het WAO-gat' wordt, al voor de nieuwe wet is aangenomen, goeddeels gedicht.

Nog voordat de ingreep in de WAO een feit is, hebben werkgevers en werknemers hem, in meer of minder eendrachtige samenwerking, goeddeels ongedaan gemaakt. Wie klaagde hier over het trage reactievermogen in de Nederlandse sociaal-economie?

Premier Lubbers had nog zo gewaarschuwd. “Laten we nu niet de fout maken om bovenop de bestaande wettelijke WAO-premie nog eens massaal een nieuwe collectieve regeling te zetten”, vertelde hij in het huisorgaan De Werkgever van de christelijke ondernemers (NCW). Het kabinet had in de Kamer de rug recht gehouden, nu was het de taak van werkgevers de druk van de vakbeweging te trotseren.

Dat gaat hen in het CAO-overleg met wisselend succes af. De marktsector bedenkt de ene na de andere regeling ter reparatie van het WAO-gat. En deze week stemde het kabinet - in zijn andere rol, als werkgever van 850.000 ambtenaren - in met (nagenoeg volledige) aanvulling van de verlaagde uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid.

Het vervelende is echter dat dit helemaal niet de snelle reflex was waarnaar Nederland volgens de zelfgemaakte diagnose snakte. De Sociaal-Economische Raad had het in november zo treffend onder woorden gebracht: Wilde Nederland in het Europa van de toekomst meetellen, dan was versterking van “het collectieve reactie- en aanpassingsvermogen” dringend noodzakelijk.

Als testcase had zich 1993 - waarvoor de vooruitzichten in betrekkelijk korte tijd aanzienlijk waren verslechterd - al aangediend. Prompt besloten werkgevers en werknemers, zij het onder forse druk van het kabinet, tot een "pauze' van twee maanden in het CAO-overleg. Dan kon tot alle onderhandelaars het besef goed doordringen dat het land er door de tegenzittende wereldconjunctuur en de crisis in het Europese Monetaire Stelsel belabberd voorstond. Nul procent zou al te veel zijn, want door lastenverlichting garandeerde het kabinet al koopkrachtbehoud.

Iedereen wist wel dat "nul' nooit de uitkomst zou worden. Dat is niet reëel, zo lang het ten minste echte onderhandelingen betreft. Maar het klimaat werd er wel door benvloed en zo bezien heeft het zijn uitwerking niet gemist. In de oude, vorig jaar afgesloten CAO's voor 1993 ligt de gemiddelde loonsverhoging op 4,5 procent. In de contracten van na de "onderhandelingspauze' krijgen de werknemers er dit jaar tussen de 0,5 en 2,5 procent loon bij.

Is deze aanpassing genoeg? Nee, beslist niet, oordeelde minister De Vries van sociale zaken en werkgelegenheid deze week op een bijeenkomst voor werkgevers. Hij toonde zich “verbaasd” over hun toegeeflijkheid, want daardoor zou de “remweg” onnodig lang worden. “Als u als werkgevers van de overheid verlangt om slagvaardig te reageren op een verslechterde situatie, dan mogen wij dat beroep toch ook op u doen?”, vroeg De Vries zich hardop af, luttele uren voordat zijn collega van Binnenlandse Zaken de WAO-reparatie voor ambtenaren beklonk en daags voordat het kabinet bevriezing van de ambtenarensalarissen in 1994 aankondigde.

Zoals gewoonlijk mankeerde het ook in het "centraal akkoord' van november niet aan goede bedoelingen. De concurrentiepositie behoefde versterking en de arbeidsparticipatie moest omhoog. Daar waren werkgevers, werknemers en kabinet het vlot over eens. Dat vergde - “essentiële voorwaarde” - een gematigde algemene loonkostenontwikkeling, want zelfs bij een eventuele nullijn voor de lonen zouden de gemiddelde bedrijfswinsten teruglopen, zo had het Centraal Planbureau becijferd.

Pag 14: WAO-ingreep van kabinet haalde strategie vakbeweging onderuit

Verder bonden de sociale partners hun CAO-onderhandelaars op het hart “concrete en toetsbare (meerjaren-)afspraken” te maken ter bevordering van de werkgelegenheid voor kansarmen op de arbeidsmarkt (langdurig werklozen, gedeeltelijk arbeidsongeschikten, allochtonen, herintredende vrouwen en ouderen).

Ten slotte deden ze een klemmend beroep op die zelfde onderhandelaars om twee maanden "onderhandelingspauze' in te lassen en gaven ze hun in overweging de oude, bij nader inzien duur uitgevallen, CAO's te herzien.

Wie de resultaten van de afgelopen weken aan deze bedoelingen toetst, kan er niet omheen: het loon valt te hoog uit, de afspraken over meer banen zijn pover en de suggestie dure CAO's open te breken is, behoudens bij een enkel probleembedrijf, geheel genegeerd.

Openbreken zou “veel onbegrip en onrust veroorzaken bij de werknemers in de instellingen”, meende bij voorbeeld de Nederlandse Zorgfederatie, die de vorig jaar bedongen loonsverhoging van 4 procent met ingang van deze maand derhalve intact liet.

“Contract is contract”, zeiden aanvankelijk ook de onderhandelaars in de metaalnijverheid, die in het voorjaar van 1992 het glas hieven op een tweejarig contract met een loonsverhoging in 1993 van 4,75 procent. Dat was 0,5 procent boven de inflatie die het Centraal Planbureau destijds voor dit jaar voorspelde. In werkelijkheid tendeert dit cijfer nu naar 2 procent. Daarom wierpen de werkgevers in de metaalnijverheid deze week alsnog een balletje op over verlenging van de CAO met negen maanden (tot 1 januari 1995). Zònder loonsverhoging in 1994, maar mèt collectieve WAO-reparatie op kosten van de werkgever. De vakbonden beraden zich nog over dit aanbod.

Als verzachtende omstandigheid voor de geringe weerklank van het november-akkoord wijzen zowel werkgevers als werknemers naar de ingreep in de WAO, waartoe kabinet en Tweede Kamer eind januari - kort voor het verstrijken van de CAO-pauze - besloten. Die zette in een klap alle CAO-agenda's op hun kop. Nullijn en arbeidsparticipatie verdwenen naar de achtergrond, WAO-reparatie werd “allereerste prioriteit”, althans van de bonden.

De vakbeweging wist zich daarbij gesteund door twee kapitaalkrachtige bondgenoten. In de eerste plaats de pensioenfondsen, waarin de vakbonden zelf bestuurszetels bekleden. Koeltjes meldde het PGGM, het pensioenfonds voor de zorgsector, deze week: “De reparatie van het WAO-hiaat in de zorgsector via het PGGM ligt in het verlengde van een van de statutaire doelstellingen van het fonds, namelijk de bescherming van zijn deelnemers tegen onder meer de financiële gevolgen van arbeidsongeschiktheid”. Dat onthult tegelijkertijd de institutionele weerbarstigheid van de door politiek-Den Haag beoogde ingreep.

Daarnaast ontpopten, niet onverwacht, de commerciële verzekeraars zich als fervent voorstander van collectieve regelingen, want dan zijn de risico's te spreiden. Stel je voor, een nieuwe markt van misschien wel vijf miljard gulden, die boor je zelden aan. Weliswaar hebben zij hun verwachtingen inmiddels tot bescheidener proporties teruggeschroefd, maar de doelgroep blijft interessant genoeg voor offensieve campagnes en aanlokkelijke offertes. Temeer daar het WAO-gat in de toekomst nog wel eens groter kan worden en zich bovendien volgend jaar nieuwe kansen voordoen door wijziging van de Ziektewet, ook wel aangeduid als ZW-gat. In de reparatiestrijd ging als eerste het warenhuis Vroom & Dreesmann (16.000 werknemers) om, spoedig gevolgd door andere bedrijven met een eigen CAO, zoals Heineken en Unilever. Eind maart ging de eerste grote bedrijfstak overstag: de bouw (180.000). Deze maand schaarden zich onder meer de metaalindustrie (200.000) het streekvervoer (16.000), het schildersbedrijf (30.000), het verzekeringsbedrijf (40.000) en de banken (112.000) in de rij. En deze week dan de ambtenaren (850.000) en de zorgsector (550.000).

Met nog enkele bedrijfstakken (grafische industrie, schoonmaakbranche) en een paar honderd bedrijven te gaan, tekent zich een bonte verzameling af van regelingen ter reparatie van het WAO-gat. De uitkomst - verplicht?; collectief?; premiedifferentiatie? - verschilt per bedrijf en per sector en hangt onder meer af van de gang van zaken aldaar en de positie van de vakbonden.

Het dichtst bij het uitgangspunt van de vakbeweging komt de formule die de bouwsector hanteert: verplichte deelname aan een collectieve regeling in de vorm van een invaliditeitspensioen, ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds en gedeeltelijk voor rekening van de werkgever.

Daarentegen zijn de werkgevers, en trouwens ook enkele vakbonden, erg gecharmeerd van de oplossing die bij Unilever (10.000 werknemers) is gekozen: vrijwillige deelname aan een collectieve regeling, ondergebracht bij een commerciële verzekeraar en op kosten van de individuele werknemer, afhankelijk van inkomen en leeftijd.

Tussen deze uitersten in worden vrijwel alle denkbare varianten gepraktizeerd. De vraag is nog wel of minister De Vries verplichte, collectieve regelingen in bedrijfstak-CAO's zal opleggen aan alle bedrijven in de betreffende sector (algemeen verbindend-verklaren, AVV), ook als deze geen lid zijn van de contractpartij. De Sociaal-Economische Raad adviseerde het kabinet vorig jaar voorlopig niet te tornen aan de bestaande praktijk waarin AVV vrijwel automatisch volgt.

Maar De Vries aarzelt. “Als ik kritischer zou worden, dan kijk ik eerst naar bovenwettelijke uitkeringen. Mijn inzet bij die discussie zal zijn dat ik het niet verstandig vind om die afspraken algemeen verbindend te verklaren”, zei hij onlangs in FNV Magazine.

Binnenkort wil De Vries in het kabinet de knoop doorhakken. “De meest waarschijnlijke uitkomst is dat hij de CAO's voor 1993 onverlet laat en voor volgend jaar een nieuw AVV-beleid uitstippelt”, voorspelt bestuurder L. de Waal van de vakcentrale FNV.

Het felste verzet tegen reparatie van het WAO-gat kwam tot dusver van de werkgevers in de metaalindustrie (FME). Zij weigerden medewerking aan een CAO-regeling die niet facultatief voor werknemer èn werkgever zou zijn. Ondanks drie weken met estafettestakingen kregen ze grotendeels hun zin. Er rolde een collectieve regeling uit op bedrijfstakniveau, waarvan afzonderlijke werkgevers mogen afwijken en waaraan werknemers niet verplicht zijn mee te doen. De voorlopige balans stemde voorzitter dr. J.P. Munting van de Algemene Werkgeversvereniging (AWV) dezer dagen niet vrolijk. De nieuwe regelingen zijn volgens hem in enkele gevallen niet alleen slechter, maar ook duurder dan de oude. Immers, de aanvullingen op de nieuwe WAO kosten extra geld en de premie voor de "oude' WAO daalt vooralsnog niet, zodat de "wig' (het verschil tussen bruto loonkosten en netto loon) eerder groter dan kleiner wordt.

En dan zijn er, aldus Munting, ook nog werkgevers die, soms uit gemakzucht, soms om begrijpelijke redenen van goed ondernemerschap, toegeven en meebetalen. Als die tendens zich doorzet, waarschuwde hij, valt dat niet te rijmen met de aanhoudende pleidooien van werkgeverszijde voor de noodzaak van verlaging van de collectieve lasten en verkleining van de wig.

Toch tonen de werkgevers zich per saldo niet ontevreden over het verloop van dit moeilijke CAO-seizoen. Want de eerste stap naar "decollectivisering' is gezet. De WAO-reparatie geschiedt veelal op kosten van de werknemers en dikwijls hebben werkgevers tijdens de onderhandelingen het mes kunnen zetten in de bestaande bovenwettelijke uitkeringen die ze zelf verstrekten. Dit soort operaties vergt nu eenmaal een wat langere adem - dat hebben ze in hun strijd tegen de automatische prijscompensatie en de VUT wel geleerd. Vorig jaar ging bij chemieconcern Akzo de VUT op de helling, dit jaar worden bijna overal afspraken gemaakt over bestudering van alternatieven, het beproefde recept om verandering te entameren. Zo sijpelt het door de CAO-machinerie.

Het doet de werkgevers verder deugd dat er - anderhalf jaar nadat de vakbeweging financiële prikkels in de aanpak van het ziekteverzuim niet meer op voorhand onbespreekbaar verklaarde - voor het eerst in een grote CAO "negatieve verzuimprikkels' zijn opgenomen. De werknemers in het verzekeringsbedrijf raken vanaf hun derde ziekmelding een halve vakantiedag kwijt tot een maximum van vijf dagen.

Ten slotte zijn de werkgevers te spreken over de toenemende loondifferentiatie. Die is inherent aan de gestaag voortgaande decentralisatie van het CAO-overleg, waarbij meer rekening kan worden gehouden met specifieke omstandigheden per bedrijf of branche. Door de premiedifferentiatie, in diverse WAO-reparaties opgenomen, krijgt dit aspect een extra accent. Bij de vakbeweging ligt het ingewikkelder. Bestuurder C. van der Knaap van het CNV bestempelt de WAO-reparatie als “behoorlijk geslaagd”, maar voor het overige heeft hij er met zijn FNV-collega De Waal nog steeds stevig de pest over in dat het kabinet voor het tweede achtereenvolgende jaar de CAO-strategie van de vakbeweging onderuit haalde.

Werden de ambities inzake loon en werkgelegenheid vorig jaar gefrustreerd doordat het tegenhouden van negatieve verzuimprikkels opeens alle aandacht opeiste, dit jaar drong de WAO-ingreep de vakbonden in het defensief. En om de reparatie gedaan te krijgen, zakken ze vrijwel over de hele linie door de ondergrens in hun looneisen (prijscompensatie).

Tegen de achtergrond van het huidige CAO-seizoen springen daarbij voor de vakbeweging twee zaken in het oog. In de eerste plaats dat ze nog steeds niet goed raad weet met de decentralisatie van het arbeidsvoorwaardenoverleg. Traditioneel is ze sterk op Den Haag georiënteerd, maar sinds jaar en dag valt daar steeds minder te "scoren' voor de eigen achterban. Tegelijkertijd krijgt het overleg in de bedrijven en de sectoren meer gewicht.

Dit proces gaat door: er komen meer bedrijfs-CAO's, terwijl de overblijvende bedrijfstak-CAO's globaler worden en evolueren naar raam-CAO's. Die worden per deelbranche of bedrijf nader ingevuld, zodat beter op de wens van werkgevers (flexibilisering), maar ook van werknemers (individualisering) kan worden ingespeeld.

Daardoor ontstaan meer onderlinge verschillen en komt er ook meer ruimte voor concurrentie op arbeidsvoorwaarden, wat de klassieke CAO juist beoogde te voorkomen. Dat vergt van de vakbonden niet alleen meer coördinatie, zij zullen ook hun positie ten opzichte van ondernemingsraden opnieuw moeten bezien. Het voorstel dat voorzitter D. Terpstra daarover onlangs deed in het blad van zijn Industrie- en voedingsbond CNV - ondernemingsraden alleen voor vakbondsleden - lijkt daarbij geen slimme zet.

Daar komt bij, ten tweede, dat ook de vakbeweging worstelt met de herijking van het sociale bestel. De overheid trekt zich gedeeltelijk terug, de werkgevers applaudisseren en de vakbeweging staat er wat verlegen bij. Moet ze zelf in het gat stappen dat de overheid laat vallen? Dat is regelmatig geopperd als mogelijkheid om "zichtbaarder' te worden voor de (potentiële) achterban. In de WAO-zaak is die kans vooralsnog niet gegrepen.

Pas de laatste weken kwamen de Industriebond FNV, CNV en MHP met reparatieregelingen voor hun eigen leden op de proppen. Nog net niet als mosterd na de maaltijd, maar toch wel bij het scheiden van de markt. “Dat is een strategische keus geweest”, licht CNV'er Van der Knaap toe. “Als we eerder met ons eigen aanbod waren gekomen, dan hadden we in het CAO-overleg in de bedrijven en sectoren lang niet bereikt wat we nu hebben binnengehaald.” Maar als de WAO-ingreep nog maar het begin is, zoals in Den Haag verluidt, dan kan die strategie wel eens struisvogelpolitiek blijken.