De hoop van het Westen: "Flow on, river, flow on'

Wat doet het Westen als Boris Jeltsin morgen het referendum verliest? Menige regeringsleider durft die vraag niet openlijk te beantwoorden, daargelaten of hij het kan. Jeltsin staat garant voor democratie en daarom krijgt hij economische hulp voor zijn hervormingen, redeneert het Westen. En speculaties over nieuwe schrikbeelden in Rusland komen nu ongelegen. Even geen scenario's graag.

De Duitse minister van buitenlandse zaken, Klaus Kinkel, ontweek de vraag vorige week in Tokio tijdens de vergadering van ministers van buitenlandse zaken en financiën van de zeven rijkste industrielanden, de G-7, die Rusland 43,4 miljard dollar aan hulp boden. Hij verwoordde slechts hoezeer het Westen de kaarten op Jeltsin heeft gezet.

“Wij zijn er het over eens dat de hervormingen worden belichaamd door Jeltsin en Kozyrev [de Russische minister van buitenlandse zaken, red.]”, zei Kinkel. Zijn Duitse collega van financiën, Theo Waigel, was het daarmee volledig eens, al merkte hij ook op dat het onmogelijk was om de Westerse hulp aan de politieke overleving van één man te verbinden.

De Democratische leider in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, Richard Gephardt, hield zich afgelopen donderdag in een toespraak veel minder op de vlakte. “Het gaat erom dat Rusland moet worden gesteund, ongeacht wie er aan de macht is”, zei hij. Een referendum is tenslotte een democratisch middel, waarvan de uitkomst moet worden geaccepteerd. “Maar”, voegde Gephardt daar meteen aan toe, “als Rusland terugkeert naar een autoritaire staatsvorm, dan zullen onze pogingen worden gestaakt.” Ofwel: de Verenigde Staten steunen iedere democratische machthebber in Rusland, maar zodra die wegvalt, verdwijnt ook de steun. Amerika helpt dus vooral een systeem, waarvan Jeltsin - voorlopig - de belangrijkste waarborg is.

Zo duidelijk heeft president Bill Clinton zich nog niet uitgelaten. Zijn enige voorbehoud was tot nu toe dat Amerika Jeltsin steunt, mits hij democraat blijft. Clinton heeft steun betuigd aan Jeltsin “en alle hervormers in Rusland”. Maar iedere zinspeling op de toestand na een mogelijk vertrek van Jeltsin of eventuele alternatieven ging hij uit de weg.

Het Westen en met name Clinton hebben de afgelopen dagen vrijwel gezwegen over het referendum, vermoedelijk ook om geen druk uit te oefenen op Rusland. Voor de Amerikaanse president is bovendien het echte regeringswerk aangebroken, nu Republikeinse senatoren deze week zijn economische stimuleringsprogramma grotendeels blokkeerden.

Nog maar enkele weken geleden leek het Westen onder aanvoering van de energieke maar onervaren Clinton met niets anders in de weer dan het lot van Jeltsin; misschien nog wel meer dan de Russen zelf. Clinton ontketende een publieke campagne voor internationale hulp, met als soep van de dag: geestdriftige retoriek, talloze hulpplannen en oplopende steunbedragen.

De campagne bereikte twee keer een climax: drie weken geleden in Vancouver, waar Jeltsin en Clinton elkaar voor het eerst als presidenten ontmoetten en Amerika Rusland voor 1,6 miljard dollar aan bilaterale hulp bood; en vorige week in Tokio waar ministers van de G-7 samen het mammoetpakket van 43,4 miljard dollar toezegden.

Nog voor de top in Vancouver had het Witte Huis zijn repertoire aan peptalk en historische verwijzingen al vrijwel geheel afgewerkt. Aan de westkust van Canada leende Clinton nog maar eens een citaat van een oudere landgenoot; niet van zijn verlichte voorbeeld Thomas Jefferson maar van de dichter Walt Whitman. Clinton bejubelde de “rivier van de democratie” die Rusland onder Jeltsin bevoer - zoals Whitman eens de “tijdloze reis” van de East River bij New York had toegejuicht met de woorden: “Flow on, river, flow on.”

Wie nog niet wist dat alleen met Jeltsin een terugval naar een Koude Oorlog kan worden verijdeld, heeft niet opgelet. En juist veel Amerikanen - binnen en buiten het Congres - zijn niet bij de les. Zij willen geen Jeltsin-mania maar economische daden in eigen land. Hoe Clinton ook de zakelijke belangen van Amerika en zijn - nog ongerepte - presidentiële idealisme aaneengesmeed heeft, de redenering dat de hulp aan Rusland bedoeld is om te kunnen bezuinigen op de Amerikaanse defensie ten gunste van de eigen economie kan de publieke opinie niet bekoren.

De scepsis van het Amerikaanse volk is niet uniek. Andere delen van het Westen, en met name geconsulteerde regeringsleiders als Kohl, Mitterrand en Major, waren weliswaar gentrigeerd of zelfs geroerd door Clintons campagne. Tegelijkertijd keken ze zuinig toen het om financiële mogelijkheden voor hulp aan Jeltsin ging. En dat had niet alleen te maken met de traditie dat Europese landen meer letten op hun nationale belangen dan Amerika, dat gewend is internationale morele waarden te verkondigen.

De Amerikaanse econoom Milton Friedman vatte onlangs samen hoezeer de machtsverhoudingen in de wereld zijn omgeslagen: “Het gaat tegenwoordig niet meer om de balance of power, maar om de balance sheet” - niet het machtsevenwicht, maar de jaarrekening. Clintons fondsenwerving toonde aan dat de Westerse landen bij hun buitenlandse politiek steeds meer met één oog naar hun kasboek kijken.

De Amerikanen kregen van verscheidene bondgenoten te horen dat zij door de recessie al het nodige moeten repareren aan hun eigen economie of in het verleden genoeg donaties hebben gedaan. Duitsland alleen bood Rusland de afgelopen jaren voor 49 miljard dollar aan hulp. “Nu zijn de anderen aan de beurt”, zei de Duitse minister Kinkel vorige week in Tokio.

Duitsland, Frankrijk, Italië en Canada, dat vlak voor de top in Vancouver al 200 miljoen dollar gaf, deden in Tokio geen extra toezeggingen voor bilaterale hulp. Groot-Brittannië verhoogde zijn bijdrage met 500 miljoen dollar. Japan beloofde 1,8 miljard dollar, grotendeels leningen om Japanse goederen te kopen.

“It's business as usual”, zei een boze functionaris van de Amerikaanse regering die meer geld van Japan had verwacht. Min of meer hetzelfde kon worden gezegd van het Amerikaanse pakket, dat inmiddels van 1,6 naar 4,5 miljard dollar voor 1993 en 1994 was verhoogd, en overigens nog grotendeels goedkeuring van het Congres behoeft. Amerikaanse leningen aan Rusland komen ook de Amerikaanse graanboeren en oliemaatschappijen ten goede.

De Russische ministers toonden zich opgetogen over het multilaterale pakket van 43,3 miljard dollar, en spraken over “het jaar van de doorbraak”. Ofschoon de hulp voor een deel uit oude toezeggingen bestaat, omvat die ook nieuw en snel beschikbaar geld. Het is bovendien meer dan de dertig miljard waarop was gerekend en veel meer dan de 24 miljard, die de G-7 vorig jaar bood en voor de helft ongebruikt bleef.

Het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank zullen de voorwaarden voor leningen versoepelen, maar verlangen nog wel een concreet hervormingsplan van Rusland. Het belangrijke stabilisatiefonds voor de roebel van zes miljard dollar zal, net als vorig jaar, niet worden uitgekeerd, zolang de directeur van de Russische centrale bank de roebelpersen aanjaagt en zo de inflatie oppookt.

Achter de schermen leeft bij de Westerse landen zowel twijfel als enthousiasme over de resultaten. De campagne heeft tot nu toe een open einde: niemand weet of het Jeltsin morgen èn in de toekomst zal helpen. Tegelijkertijd heeft het Westen in de marge gedaan wat het kon: hoop in hulp omgezet.