De fotograaf Hans Aarsman is geboren op 27 ...

De fotograaf Hans Aarsman is geboren op 27 december 1951 te Amsterdam. Hij studeerde wis- en natuurkunde en Nederlandse taal en letterkunde. In 1978 kocht hij zijn eerste camera. Van 1980 tot 1984 studeerde hij aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten. Hij maakte vanaf 1981 reportages voor Nieuwe Revu. Later voor De Groene Amsterdammer, Trouw, De Volkskrant. Aarsman maakte documentaire opdrachten voor de gemeente Amsterdam, het Rijksmuseum en het Holland Festival. Hij trok in 1988 met een kampeerauto door Nederland, exposeerde de foto's in het Stedelijk Museum en bracht een boek uit over zijn wederwaardigheden: "Hollandse taferelen', een mix van foto's en dagboekfragmenten. Hij reisde in 1990 naar de DDR. Onlangs publiceerde hij "Aarsman's Amsterdam', een boek met foto's van de stad en dagboekfragmenten over de periode 1989 tot 1992.

Dinsdag 13 april

Je zou in mijn buurt een fiets moeten hebben. Al was het maar om daarmee de auto terug te vinden waarvoor je een week geleden op een kwartier gaans een plekje gevonden hebt. Maar deze keer heb ik mazzel, pal voor mijn deur is plaats. Ik was al bang dat de eerste dag er een zou worden waarover weinig te melden viel, maar gelukkig is mijn benedenbuurvrouw zo attent wild gebarend voor mijn auto te springen, net als ik achteruit wil inparkeren. Ze schreeuwt iets onverstaanbaars, maar als ik mijn zijraampje open doe, hoor ik: ""Geef mijn spullen terug, kippendief, geef mijn spullen terug!'' Ze is verder volkomen normaal, hoogstens ietwat verbitterd. Alleen is ze er bij vlagen heilig van overtuigd dat ik bij haar ingebroken heb. Dat ziet ze aan de schilderijtjes die verhangen zijn. Ze mist ook dingen, haar bril is soms onvindbaar. Een dag later heb ik dan weer bij haar ingebroken om de bril te verbergen tussen de kussens van haar bank. Ik reageer doorgaans laconiek op haar aantijgingen. Maar nu begint ze aan mijn buitenspiegel te rukken en met haar huissleutels krassen op de lak te maken. Intutief kies ik voor een andere benadering, het grove geschut. ""Ouwe tang'', schreeuw ik, ""is het nou nog niet afgelopen met je achterlijke hersenspinsels, pas op, want ik laat je in een gekkenhuis opsluiten.'' Alsof ze niet mij hoort maar een stem uit de hemel, druipt ze gedwee af. Je ziet het, de harde aanpak, het helpt.

Woensdag

De Rotterdamse Kunst Stichting heeft me gevraagd de Alexanderpolder te fotograferen. Zelf zou ik niet op het idee gekomen zijn, het staat daar vol nieuwbouw, het is één grote fotografische valkuil. Maar ik kreeg een ingeving. Er loopt daar een weg, de 's-Gravenweg, en alle nieuwbouwstijlen van de laatste decennia staan langs die weg. Als ik van die weg nou een panorama maak, dan sla ik alle vliegen in één klap. Vandaag zou ik de eerste opnamen maken, ware het niet dat de zon te enthousiast schijnt en ik niets kan met hard licht. Dan maar thuis rommelen, de vuile was, de BTW, het dagboek. Er is genoeg te doen. Buiten klinkt voor het eerst in de 4 jaar dat ik in de Pijp woon, een heus orgel. Ze draaien potpourri's, een compleet lied durven ze niet aan. Ondertussen verdwijnt de zon langzaam achter een waterige nevel. Toch richting Rotterdam? Daar werd ik vorig jaar zo gallisch van met het fotograferen van Amsterdam: dat speelbal zijn van het weer. Er waren dagen bij dat ik vier keer mijn plannen moest omgooien. En dan die keren dat ik ergens een afspraak had, terwijl buiten het mooiste licht van de wereld scheen. Maar ik klaag niet, want ik heb de pest aan mensen die klagen.

Het begint nog meer te nevelen, harde schaduwen verdwijnen, om 13.00 uur alsnog naar Alexanderpolder gereden. Met het panorama begonnen. De 's-Gravenweg is in totaal 2,5 kilometer lang, ik schat dat het 200 opnames worden. Passen en meten om elke opname goed op de volgende te laten aansluiten, want later worden ze tegen elkaar geplakt. Na 10 opnamen er de brui aan gegeven, dit is niets voor mij. Uit ergernis tijdens de terugtocht de rest van de film volgeschoten op borden in de ruimste zin van het woord. Van "Villapark Kralingen Voor Mensen Met Veel Noten Op Hun Zang' tot "Supermarkt Robbemont Geopend'. Zo'n nieuwbouwwijk is eigenlijk niets meer dan een verzameling voorgebakken aanbiedingen, waarvan iedereen braaf gebruik heeft gemaakt. En zo zal ik het laten zien ook, dacht ik grimmig, de macht van het beeld schromelijk overschattend. Maar in supermarkt Robbemont heerste een onverwacht authentieke stemming. Met twee verkoopsters stond ik al gauw voor de stelling met wasmiddelen de keuzemogelijkheden te bespreken. Uiteindelijk voor Dobbelman gekozen, de goedkoopste, maar ook niet helemaal, want voorop staat 4,4 kilo en met kleine letters daarvoor: "Evenveel wasbeurten als." Uiteindelijk bleek er krap 2,5 kilo in te zitten. Maar ik kreeg er een fles Dubro bij cadeau en de dames gaven me groot gelijk. Eenmaal buiten voelde ik me met het vastleggen van die borden zo'n betweterig ettertje, dat ik besloot terug te vallen op het nederig rondkuieren en maar afwachten tot het de muzen behaagt. Terug in een file op de A-4 tegen de slaap moeten vechten, daardoor waarschijnlijk de Lakenvelders gemist die ter hoogte van Leidschendam in de wei behoren te staan als het lente geworden is. Het spant er elk jaar weer om of ze er zijn, want het is een in onbruik geraakt koeienras.

Donderdag

Even een verse sju gedronken bij café Mulder op het Weteringplein. Op het terras zit een oudere Nederlandse man met een veel jongere Aziatische vrouw, zo te zien een Filippijnse. Hij heeft haar iets lekkers voorgezet dat ze te lang laat staan naar zijn zin. Met een goedbedoeld grommen schuift hij het bordje steeds dichter onder haar neus. Zij heeft niet zoveel oog voor het eten, ze kijkt rusteloos om zich heen. Daar komt een Aziatische jongen voorbij met een veel te luchtig T-shirt voor de tijd van het jaar. Spierbundels, trotse blik en de autosleutels flink laten bungelen. Even later komt hij weer voorbij, en nog een keer. Ze probeert hem niet te zien, maar haar ooghoeken smachten. De oudere Nederlandse man schuift weer met haar bordje. Ze geeft in gebroken Engels te kennen dat ze op wil stappen. Hand in hand, maar je moest goed kijken om het te kunnen zien, liepen ze weg.

Viavia ken ik iemand die naar de Filippijnen is gegaan om zich een vrouw te halen. Hij kon niet meer tegen de Nederlandse vrouwen. Of ze waren te apatisch of te geëmancipeerd. Op de Filippijnen wist hij, konden ze nog volgzaam zijn, en toch niet slaafs. Een advertentie in een plaatselijk dagblad gezet en daar kwamen de reacties. ""Is er ook water waar jij vandaan komt, een rivier of een beek?'', vroeg een van de gegadigden. ""Ja'', zei de aanstaande echtgenoot, aan de Amsterdamse grachten denkend. ""Dat is goed'', zei ze, ""dan kan ik daar onze kleren wassen.'' Je moet dergelijke verhalen altijd met een korreltje zout nemen. Ze komen uit de lucht vallen om hier een schrijnend bestaan te leiden.

Weer naar Alexanderpolder, in het kantorenpark rondgelopen langs de A-20. Ik voelde me even misplaatst als een voetganger zich moet voelen op de snelweg, maar de films liepen als vanzelf vol. Wat een verraderlijk medium toch, die fotografie. In de buurt van een winkelcentrum klonk muziek uit weer- en windbestendige luidsprekers. Die dingen waren aan gewone huizen bevestigd, je zult daar toch wonen. Ik zou elke dag de neiging moeten onderdrukken om vanuit mijn raam een van de luidsprekerdraadjes in tweeën te knippen. Daarna zou ik ze doorverbinden met het stopcontact, zodat het netwerk kortstondig onder 220 volt zou komen te staan. Dan snel het raam dicht in de wetenschap dat de straat weer kan genieten van straatgeluiden.

Vrijdag

Ik heb mijzelf nooit echt kunnen losmaken van dat kinderlijke beeld van de samenleving waarin de boer de koeien melkt, pappa en mamma met de kinderen wandelen en de politie-agent het verkeer regelt. Wat dat wereldbeeld zo onweerstaanbaar maakt, is niet dat iedereen braaf is, maar dat de rollen zo overzichtelijk verdeeld zijn. In het echt, hebben we van horen zeggen, lopen corrupte politie-agenten rond, boeren spuiten koeien vol verboden groeimiddelen en er bestaan ouders die kinderen verkrachten. Daar gaat het overzicht, je kunt het zo gek niet bedenken of het vindt achter façades van fatsoen plaats. De moraal verschuift onophoudelijk, ik loop op mijn tenen om het bij te houden. Gisteravond heb ik in de bioscoop "Henry, portrait of a serial killer' uitgezeten en ik moest afhaken. We zien een man een eindeloze reeks moorden plegen. Een kennis wordt door dezelfde gekte aangestoken en pleegt er met zichtbaar plezier een paar mee. In de hele film geen politie-auto te zien. Ondertussen moordt het tweetal vrolijk verder. In dat gebod, gij zult niet doden, blijkt dus nog rek te zitten.

De laatste keer dat hij bij mij logeerde, zag Koen het extra slot dat aan mijn autostuur bevestigd was. Ik heb hem verteld dat boeven een keer mijn auto hadden gestolen. Dat ik daarom een extra stuurslot had gekocht. Die eerste schok bij zo'n kind als tot hem doordringt dat er mensen bestaan die willens en wetens boosaardig zijn. Hij heeft een kwartier met een frons naast me in de auto gezeten, zonder oog te hebben voor de zandauto's en opleggers met hijskranen die we passeerden. Toen hij uitgedacht was, zei hij: ""We moeten de boeven pakken en in elkaar slaan.''

Vandaag is de grote dag, het boek wordt gepresenteerd in de Verbeelding. Van 16.00 uur tot 21.00 uur zet ik daar handtekeningen en verzin opdrachten. Mijn moeder belde dat ze een schietgebedje zou doen. Dat was niet nodig, zei ik, zo'n dag doet me niks. En vind je het dan niet eng wat ze allemaal van je te weten komen als ze dat boek lezen? Nee, waarom, ik ben daar zelf toch niet bij?

Maar eerst Jan Meng bij Radio Noordholland. Op weg daarheen dook op de Willemsparkweg een tram bovenop een stilstaande Citroën BX. Die boorde zich op zijn beurt in twee geparkeerde auto's, waar een seconde daarvoor nog een fietser gereden had. Ik sloeg een hand voor mijn mond, de vrouw achter het stuur van de BX bleef enige tijd troosteloos voor zich uitkijken en de trambestuurder schudde het hoofd met een onhoorbaar "vrouwtje, vrouwtje, hoe kun je toch zo dom zijn'. Maar haar schuld was het niet.

Jan Meng had het boek 's nachts gelezen en was zowaar enigszins aangeslagen door de herkenning van vooral mijn beschrijingen van het andere geslacht. ""En hoe is het nou met Mieke, is het nog steeds uit?'', vraagt hij. Wat zal ik daarop zeggen, hoe zou het kunnen gaan met een personage uit je boek. ""Gaat wel goed'', zeg ik, ""ik heb haar af en toe aan de telefoon.''

Op de fiets kwam ik een collega tegen, hij had zijn zoon achterop. ""Ik heb je boek gelezen, wat een lullige fotootjes, zeg, ik ben nu ook van die fotootjes aan het maken.'' ""Lullige fotootjes?'', schreeuwde ik. Omdat we tegelijk met een lawaaierige brommer onder het Rijksmuseum doorreden, kon ik mijn stem verheffen zonder dat direct opviel hoe verontwaardigd ik was. Zijn zoontje in het fietszitje had een plastic cameraatje bij zich. Hij was pas drie jaar, maar scheen het al aardig te kunnen.

Met Mieke afgesproken elkaar na de opening te ontmoeten en iets te eten. Ze wist een Italiaan die tot 24.00 uur open was. Ik daar naartoe, geen Mieke. Dat boeken signeren in de Verbeelding viel eigenlijk best mee. Pas toen de drukte inzakte, zakte ik zelf ook in. Dan moeten er met de achterblijvers gesprekken worden gevoerd, die zijn al een beetje dronken en ook in mijn hoofd zat nog maar weinig. Gek hoe de ergernis zich opblaast na zo'n avond waarin het toch voornamelijk leuk is geweest. De meesten vonden het boek prachtig, maar boven het maaiveld van alle aanwezigen steken degenen waar je de minst prettige herinneringen aan hebt. Onder anderen een mevrouw van Vrij Nederland die de tekst zo mooi doorzichtig vond geschreven. Maar een serieuze recensie kon er niet af, want het was geen literatuur. Grom, grom. Waar is die grootmoedigheid gebleven waarmee ik dit soort maatschappelijke drempeltjes doorgaans neem. Ik had zo graag aan het eind van de avond met Mieke aan een tafeltje gezeten. Maar het is inmiddels 10.45 uur, ze gaan sluiten en nog steeds niemand. Thuis een douche genomen, schone kleren aangetrokken. Daar schiet me te binnen dat ik in het verkeerde restaurant heb gezeten. Op de fiets gesprongen naar het goede restaurant, waar ze nog achter een fles wijn met twee glaasjes zat. Langzaam trokken de donkere wolken weg. Toen we afrekenden bleek het bedrag op de kop af honderd gulden te zijn.

Zaterdag

Nu het na de warme dagen toch weer koud is geworden, de kachel opnieuw aangezet. Ik val onmiddellijk in slaap en word pas wakker als de keuken van restaurant de Waaghals al gesloten is. Ik zou naar een ander restaurant kunnen gaan. Ik zou ook thuis kunnen blijven en een boterham eten. Heb ik gisteren genoeg groenten gehad? Ja. Plotseling overmand door een intens geluksgevoel, dat ik er ben, mezelf kan verslapen, het marmoleum ruik vanwege het opwarmen. Waar komt zo'n gevoel opeens vandaan.

Zondag

In alle kamers van ma's huis brandt dag en nacht een kinderlampje. In mijn oude kamertje zelfs twee. ""Waarom toch die verspilling'', vroeg ik haar vandaag. Ze zei dat ze dan het gevoel had dat er tenminste al iets van leven was voor ze een kamer binnenstapte. Ik haalde mijn schouders op, maar probeerde dat gebaar weer goed te maken, toen tot me doordrong hoe moeilijk het moest zijn in haar eentje. Bijna 50 jaar met één man en daarbij de drukte van vier opgroeiende kinderen. Ik weet wel toen pa pas gestorven was, dat ik haar klachten over eenzaamheid weglachte: ""Dan voel je eens, hoe het voor mij al jaren is'', grapte ik. ""Maar jij hebt er zèlf voor gekozen'', sputterde ze tegen.

Maandag 19 april

Ma belde, die had al een eind gelezen, zei ze. ""Hoever ben je'', vroeg ik, ""is Hetty al dood?'' ""Nee, ik heb net gelezen dat je ergens zit, waar je vreemden over haar hoort praten.'' ""Maar dat is de eerste pagina.'' ""Ja, zo snel gaat het lezen bij mij niet.''