De bevlogen diplomatie van minister Kooijmans; Op je dooie eentje kun je als Nederland niet zo vreselijk veel

De aanwezige Nederlandse diplomaten in het conferentiezaaltje van de Nationale Pers Club in Tallinn zijn zichtbaar tevreden over hun nieuwe chef, minister Peter Kooijmans. Op deze tweede paasdag in de Estse hoofdstad is hij achtennegentig dagen in functie. Zijn medewerkers weten nog niet precies wie hij is, wat hij kan en hoe hij reageert in netelige situaties. Maar Kooijmans heeft zojuist twee strikvragen van lokale journalisten omzeild, zonder gesouffleerd te hoeven worden en er blijk van gevend enige fijnere listen van de diplomatie reeds goed te verstaan.

Hoe zou Europa reageren als de Russen de Baltische staten opnieuw zouden bezetten?, wilde de verslaggeefster van het nationale tv-station weten. Een existentiële vraag voor de beangstigde Balten, die met ingehouden adem de politieke ontwikkelingen in Moskou gadeslaan. Kooijmans weet dat "Europa' niets zou doen, althans niets militairs. Maar kan hij dat zo keihard zeggen? Hij zou ook de vinger dreigend naar Rusland kunnen opsteken, maar dat is een tamelijk loos en tegelijkertijd een zelfs wat provocatief gebaar. De volgende dag zit hij in Moskou en er kijken ook Russen naar het Estse tv-journaal.

De camera zoomt in op het hoofd van de minister, die de enig mogelijke uitweg kiest. ""Ik wil hier niet speculeren over het ondenkbare, want dat is nu juist wat we proberen te voorkomen met ons overleg en met onze crisismechanismen in Europa'', zegt hij. Vervolgens houdt hij een betoogje over de onwerkzaamheid van de Veiligheidsraad als zich crises voordoen, waar de permanente en met vetorecht geëquipeerde leden van dat orgaan zelf bij betrokken zijn. De tv-verslaggeefster staart naar haar microfoon en gaat beteuterd zitten. Ze weet dat ze met een kluit het riet in is gestuurd, maar ze is nog niet zo gewend aan doorvragen bij auroriteiten.

Tevoren had een Russische journalist, van het persbureau ITA-Tass, de Nederlandse minister en volkenrechtexpert gevraagd wat hij wel dacht van de problemen met de burgerrechten in Estland voor de Russische minderheid. Ook al een hachelijke kwestie. Vanuit Moskou suggereert president Jeltsin, dat de terugtrekking van de zeven- tot achtduizend nog achtergebleven Russische troepen wel eens zou kunnen stagneren als de in zijn ogen "schending van mensenrechten' niet wordt beëindigd.

Kooijmans' antwoord komt uit de hogeschool van de diplomatie. De wetgeving in Estland, met de mogelijkheid voor de meeste Russen om Ests staatsburger te worden, ""voldoet aan internationale standaards'', zegt hij tegen de man van het nog niet zo lang geleden geprivatiseerde staatspersbureau. En hij voegt er aan toe dat wanneer Estland binnenkort lid wordt van de Raad van Europa, waar Moskou met grote argwaan naar kijkt, voor elke Rus in dit land de mogelijkheid bestaat een klacht in te dienen bij het daarmee verbonden Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. Het pikante is dat bij een Baltisch lidmaatschap van de Raad van Europa deze landen meebeslissen over toetreding van Rusland.

Biechtvader

Pieter Hendrik Kooijmans was er ineens op 2 januari. Op het departement en in de Kamer was men nog niet eens gewend aan de gedachte van het vertrek van Hans van den Broek, die ruim tien jaar lang door het Nederlandse buitenlands beleid had gesoleerd, of premier Ruud Lubbers proudly presented - op suggestie van zijn politieke biechtvader Jan de Koning - de nieuwe minister op een wijze alsof iemand anders ondenkbaar zou zijn geweest. Geen man van het Binnenhof, niet uit de inner circle van de buitenlandlobbys en, bovendien, niet eens katholiek.

En toch, niemand heeft tot nu toe iets fundamenteels tégen de benoeming aangevoerd. De laatste weken wordt zelfs in de Haagse kaasstolp, met een ondertoon van "dekselse kerel', de veronderstelling geuit dat Kooijmans wel wil blijven na de verkiezingen van mei volgend jaar. Dat heeft iets te maken met de indruk van onbevreesdheid die hij weet te wekken. Op de tweede dag van zijn ministerschap deed hij bijvoorbeeld iets waar anderen voor zouden zijn teruggedeinsd: hij verbood minister Hirsch Ballin van justitie naar Israel te reizen, zolang hij niet zelf met de Israeli's had kunnen praten over de deportatie van de Palestijnse Hamas-leden.

En verder kon men de 1.92 meter lange bewindsman, licht voorovergebogen naar zijn meestal kleinere ondervragers, met een gemiddelde van een paar keer per week via de electronische media flinke uitspraken horen doen over de onaanvaardbare situatie in het voormalige Joegoslavië. ""Als we er niet in slagen de zweer van Joegoslavië te genezen, kan daarvan een precedentwerking uitgaan op geheel Europa en de wereld'', zegt hij wat zwaarwichtig ook in Moskou, daags na zijn bezoek aan Tallinn.

In een gesprek die dag met zijn Russische collega, Andrej Kozyrev, had hij op hoffelijke toon, maar zonder schroom getracht duidelijk te maken dat de wens van de Bosnische Serviërs van Radovan Karadzic om nog wat door te onderhandelen over het Vance/Owen-vredesplan slechts een uitvlucht is om dit akkoord niet te hoeven tekenen. Kozyrev moet, zei Kooijmans tegen hem, van zijn invloed bij de Servische leider Slobodan Milosevic gebruik maken om diens marionet Karadzic in Bosnië tot toegeven te dwingen.

In het regeringsvliegtuig terug naar Amsterdam enkele dagen later blijkt opnieuw Kooijmans' grote betrokkenheid bij het Joegoslavische drama. De vraag welke achteraf de grootste fouten van de Europese Gemeenschap in Joegoslavië waren, beantwoordt hij zonder bedenktijd: ""In de eerste plaats hebben wij in een te laat stadium onderkend dat in de hele Joegoslavische staatsconstructie ondergrondse krachten werkten die niet meer waren tegen te houden. Daarom hebben we lange tijd gedacht daar één staatsvorm te kunnen handhaven. We waren daartoe geconditioneerd door een tientallen jaren durende preoccupatie met andere problemen, zoals in Afrika, waar we hadden ondervonden dat als je toestaat dat grenzen worden gewijzigd, het hele continent in turmoil raakt. Denk aan Nigeria en Biafra.

""We hebben ons zo vastgeklampt aan die onschendbaarheid van grenzen dat we niet hebben onderkend dat zich in dit geval iets heel anders voordeed. Vandaar dat ik het zo ontzettend belangrijk vindt dat er zo'n door Boutros Ghali gevraagd early warning system komt. Op dit moment worden we in feite voortdurend gevraagd om op te treden met middelen die we eigenlijk liever niet ter beschikking zouden stellen, omdat er van die morele dilemma's uit ontstaan. Zo van: waarom moeten wij gaan vechten om anderen uitelkaar te houden, met wie we eigenlijk niets te maken hebben?''

De minister schakelt over op doceertoon. ""Ik denk dat op dit moment zowel voor de VN als voor de CVSE de belangrijkste taak is zo'n systeem van vroegtijdige crisiswaarschuwing te organiseren. Daarom is het ook zo goed dat er nu in Estland een lange-termijn-missie van de CVSE zit. Zo'n missie kan op de voet volgen wat er gebeurt, kan provocerend optreden tussen de Estse meerderheid en de Russische minderheid tegengaan en kan een bemiddelende rol spelen als er conflicten dreigen. Want als zo'n etnisch conflict eenmaal virulent is, is het heel moeilijk nog te controleren. Dat leren we in Joegoslavië.''

Verzet

Ook over hoe het nu verder moet met Joegoslavië heeft de nieuwe minister welomschreven opvattingen, die hij al maanden lang niet nalaat te propageren. In zijn werkkamer op het departement geeft hij deze week, nadat de tragedie rondom de stad Srebrenica een grimmiger aanblik heeft gekregen, met nadruk aan dat ook de Nederlandse critici hun verzet tegen het Vance/Owen-plan moeten opgeven. Deze kritiek richt zich vooral tegen de verdeling in regio's van Bosnië-Herzegovina, die tot een soort apartheidsysteem zou leiden.

""Wij zien best in dat het plan hele verwerpelijke aspecten heeft, maar het is het enige waarover we overeenstemming hebben bereikt. Laten we nou proberen ook die laatste handtekening van Karadzic onder dat plan te krijgen, dan hebben we in ieder geval iets, een kader, van waaruit we verder kunnen. Dat wil niet zeggen dat het voor mij het heilige evangelie is. Maar, eerst dat plan, dan weten we waar we naar toe werken.'' Met een onverwacht metalen toontje in zijn stem voegt Kooijmans eraan toe: ""Wat het alternatief is, heb ik van de critici nog nooit gehoord.''

Hij heeft de indruk, zegt hij, dat politieke partijen in andere landen het Vance/Owen-plan wat makkelijker als uitgangspunt accepteren dan in Nederland. Een Nederlands trekje? ""Ja. Ik vind het op zichzelf een hele goede zaak dat hier de morele kant van het plan zo naar voren worden gehaald. Want als je de morele aspecten in dit soort afschuwelijke kwesties uit het oog verliest dan ga je er als het ware aan wennen.'' Als minister moet hij mede op minder morele gronden beslissingen nemen. ""Ik heb het er soms ook moeilijk mee.''

Wat hem in de Joegoslavië-zaak sterk ergert, is de machteloze flinkheid van de Veiligheidsraad. Een voorbeeld daarvan is de resolutie over de no fly zone boven Bosnië-Herzegovina, die al een half jaar geleden werd aangenomen. Alleen, er werden geen sancties genoemd, noch werd aangegeven op welke wijze dit vliegverbod voor de Servische luchtmacht zou worden afgedwongen. Pas twee weken geleden konden de Nederlandse F-16's naar het gebied, omdat nu een vervolg-resolutie was aangenomen.

Terwijl Kooijmans op reis was in de Baltische landen, Rusland en Witrusland nam de Veiligheidsraad opnieuw een tandeloze resolutie aan. Daarin werd een veiligheidszone ingesteld rond Srebrenica, zonder dat erbij werd vermeld hoe die zou worden afgedwongen. Op zijn terugkeer vrijdagavond volgt een korte nacht, in de loop van de volgende middag grijpt Kooijmans de telefoon en belt hij achtereenvolgens drie buitenlandse collega's.

""Het greep mij gewoon even naar de keel, weer zo'n resolutie waarmee niets wordt waargemaakt. En dus wilde ik wel eens met een paar collegae praten om te zien wat we eventueel voor elkaar konden krijgen. De hele zaak is inmiddels achterhaald doordat er bij Srebrenica een overeenkomst werd gesloten en doordat de resolutie naar voren werd gehaald, die de sancties tegen Servië aanscherpt. ""Op zo'n moment heb ik het echt moeilijk, hoor. Dus dan ben ik waarschijnlijk heel typerend een Nederlander.''

Nederlanders, aldus Kooijmans, hebben altijd wat moeite met compromissen in dit soort kwesties. ""We zijn wat dat betreft driftiger, in de goede zin des woords. We voelen ons wat sterker betrokken bij wat er elders in de wereld gebeurt dan in andere landen. Om een aardig voorbeeld te geven: ik vroeg aan mijn Zweedse collega of er nu in Zweden ook zo'n ongedurigheid bestond om desnoods maar met gebruik van wapens in te grijpen in Joegoslavië. Nee, zei ze, bij ons is dat helemaal niet het geval. Nou, dat is heel duidelijk in Nederland wèl te onderkennen en ik denk dat dit bij ons tot die ontevredenheid leidt over de vaak wat ...ehh ...slappe resultaten van overleg binnen de Twaalf.''

Nog steeds Nederland-gidsland? Kooijmans: ""Dat klinkt zo naar het opgeheven vingertje en dat is het niet, denk ik. Bij "gidsland' denk ik meer terug aan de wat smalende manier waarop in de jaren zeventig werd gesproken over Nederland dat het allemaal beter wist. Nee, ik denk dat dit een oprechte, emotionele betrokkenheid is bij wat daar in Joegoslavië gebeurt, terwijl anderen de neiging hebben te zeggen, nou ja, als die mensen elkaar nu met alle geweld te lijf willen gaan, dan is daar weinig kruid tegen gewassen.''

Machtsfactoren

""Nederlanders hebben altijd een heel sterk vertrouwen in het recht gehad. Een te groot vertrouwen zelfs, terwijl ze tegelijkertijd vaak veel minder oog hebben voor het machtsaspect in de internationale organisatie.'' Het verschil in denken daarover komt naar zijn mening goed tot uitdrukking in het verschil tussen de Volkenbond van na de Eerste Wereldoorlog en de Verenigde Naties van na de Tweede Wereldoorlog. ""In de Volkenbond dacht men met het recht de realiteit te kunnen omvormen, in de VN heeft men veel meer aandacht gegeven aan de machtsfactoren, onder andere men met vetorecht voor de vijf grote mogendheden in de Veiligheidsraad.

""Je moet niet volledig vertrouwen op het recht, je moet je ook realiseren dat je in een nog betrekkelijk rechteloze wereld, waarin je het recht niet kan laten zegevieren door verdragen te sluiten en rechters recht te laten spreken, je je macht moet gebruiken om machtsmisbruik terug te dringen.'' Toegepast op de situatie in Joegoslavië betekent dit voor Kooijmans' een wat hij noemt "resolute houding' tegenover Servië. Van een dergelijke houding zou van het begin af aan naar zijn diepste overtuiging een sterk preventieve werking zijn uitgegeaan. ""Wat me opvalt is dat wij, die ten tijde van de koude oorlog zo ongelooflijk sterk overtuigd waren van de effectiviteit van afschrikking, die zo weinig in Joegoslavië hebben toegepast.''

Nederland kan in zo'n kwestie als met Joegoslavië slechts winnen door inventiviteit, overtuigingskracht en ook door geduld, meent Kooijmans. Met dat laatste hebben wij het vaak moeilijk. ""Op je dooie eentje kun je als Nederland niet zo vreselijk veel. Vandaar dat je dan op zo'n zaterdag aan de telefoon gaat zitten om te proberen medestanders te vinden.''

Slappe koord

Ook in het door politieke chaos bedreigde Moskou probeerde hij zijn beginselen van overtuigingskracht en inventiviteit in de praktijk te brengen. Zijn collega Kozyrev en vice-president Alexandr Roetskoj wees hij ""op hun verantwoordelijkheid tegenover hun burgers.''

""Het meest zorgwekkende,'' zegt minister Kooijmans, die met zijn voorgangers gemeen heeft dat ook hij moet balanceren op het slappe koord tussen zelfbewustheid en zelfingenomenheid, ""vind ik dat er tegenstellingen worden gecreëerd die alle hervormingen op losse schroeven stellen. Met onverdraagzaamheid en gescheld op elkaar slepen ze zich van incident naar incident. Dat kan noch voor Rusland noch voor de wereld goed zijn, heb ik Roetskoj gezegd.''

De instrumenten die Nederland in Kooijmans' analyse ter beschikking staan zijn sturen, initiatieven nemen, invloed uitoefenen, medestanders vinden. Weten we dan als Nederland vrij precies wat we willen? Kooijmans: ""Ik wil niet zeggen dat je jezelf een zo klaar doel voor ogen moet stellen dat je daarmee je manoeuvreermogelijkheden gaat verminderen. Maar wat wij willen, om het maar op de Gemeenschap te concentreren, is een niet-protectionistische Gemeenschap, waarin democratische controle op de besluitvorming wordt uitgeoefend. Ik hoef alleen maar aan Zwarte Maandag te herinneren om aan te tonen dat we dat nog niet hebben gehaald. Maar dat is wel de einddoelstelling die je nu moet proberen geleidelijk aan te verwezenlijken.''

Is hij atlanticus of Europeaan? Wil hij koersen op de veiligheidsparaplu van Amerika of op een Europees veiligheidsbeleid? De tegenstelling is wat achterhaald, vindt Kooijmans. ""Maar als u mij geplaatst zou hebben in de kruisrakettenperiode en u zou mij op dat moment een pistool op de borst hebben geplaatst dan zou ik meer atlanticus zijn geweest dan Europeaan.'' Vóór plaatsing van de kruisraketten in Nederland, dus? ""Eh, ja. Ik had er ethisch heel veel problemen mee, moet ik eerlijk zeggen, maar als ik dat had uitgeschakeld en meer op lange termijn had gekeken dan had ik toen de atlantische lijn gekozen, vooral uit oogpunt van de effectiviteit van de afschrikking. Want ik geloof echt in de afschrikking, zoals u in mijn houding tegenover Joegoslavië ook kunt zien.''

Wat het veiligheidsbeleid betreft heeft Nederland in Maastricht "a' gezegd tegen een gemeenschappelijk Europees beleid, concludeert Kooijmans. ""En dus moet het nu ook "b' zeggen. We zullen serieus moeten proberen die gemeenschappelijke buitenlandse politiek tot stand te brengen. Je kunt dat niet half doen door tegelijkertijd een kanaaltje open te houden naar Amerika, want dan gaat je geloofwaardigheid eraan. Dat mag echter niet een verwijdering van Amerika betekenen, want dat zal allerlei andere tegenstellingen tussen Europa en Amerika stimuleren, in het bijzonder op economisch gebied.

Conflicten

Aan het einde van de gesprekken wordt het thema toch weer de Verenigde Naties, het terrein waar de minister het allerbeste thuis is. ""We zitten duidelijk in een overgangsperiode. Van een wereld waarin we ons hadden voorbereid op conflicten tussen staten zijn we terecht gekomen in een wereld waarin voortdurend interne conflicten uitbreken. Die noodzakelijke koppeling van oude mechanismen met een nieuw soort conflicten vereist een enorme mentaliteitsverandering, omdat de VN-lidstaten toch nog altijd uitgaan van de soevereiniteit van de staat.

""Voor veel mensen zijn we daarbij van de euforie van 1989/'90 verzeild geraakt in een situatie van diepste uitzichtloosheid. Dat vind ik nu jezelf het graf in praten. We hebben een instrument, de VN, dat was gebouwd voor een andere wereld. Dan kun je niet verwachten dat dit instrument direct effectief kan zijn voor die nieuwe wereld. Fantastisch is het allemaal nog niet, maar in Somalië en Irak en toch ook in Joegoslavië kun je zien dat we daarmee langzaam vorderen.''

Ziet de wereld er vanuit de vierde verdieping van het departement van buitenlandse zaken heel anders uit dan vanuit de Leidse universiteit?

""Ach, ik was natuurlijk niet alleen in de ivoren toren bezig. Ik was vaak op pad voor de Verenigde Naties en ik heb een groot aantal Nederlandse delegaties naar de Mensenrechtencommissie voorgezeten. Dus het was niet zo dat ik als het ware voor het eerst de bloederige piste instapte.''

Op de vraag of hij al een politicus of nog meer een wetenschapsman is, antwoordt Kooijmans dat hij zich wat dat betreft nog een "tweekoppige draak' voelt. ""Als speciaal rapporteur voor mensenrechten was ik uiteraard ook als politicus bezig, omdat je daar met zuiver wetenschappelijke ideeën niet ver komt.'' In de kabinetsvergaderingen zit hij echter nog geregeld codetelegrammen te lezen bij thema's waar hij weinig relatie mee heeft, geeft hij toe. ""Maar zo'n exercitie over bezuinigingen die ik nu meemaak, vind ik fascinerend hoor, zonder dat ik een grote bijdrage aan het debat kan leveren. Maar daar ben ik ook niet voor gevraagd in dit kabinet.''

Of hij de smaak al voldoende te pakken heeft om na mei volgend jaar door te gaan? ""Ik vind het erg moeilijk om daar na die eerste honderd dagen al over te beslissen. Laten we maar eens kijken of de Nederlandse bevolking niet na tweehonderd dagen volstrekt op mij is uitgekeken. Maar ik zit hier echt geen straf uit, hoor.'' In de komende maanden wordt de kandidatenlijst opgesteld voor de Tweede-Kamerverkiezingen. Komt hij daar op voor? ""Ze zullen dan toch bij mij moeten komen'', klinkt het eerst afstandelijk. Bij nader inzien wellicht zelfs te afstandelijk, want hij laat er snel op volgen: ""Als je je voor zo'n post laat inhuren, wekt dat ook verplichtingen tegenover de partij die je vertegenwoordigt en dan vind ik dat je zo'n gesprek open moet ingaan.''

De formulering is de zoveelste variant op de "positieve grondhouding' die Ruud Lubbers ooit innam tegenover het premierschap. Peter Kooijmans is ook op dit punt al een echt Nederlands politicus, die zijn ambities verhult, die geroepen wil worden en liever van plicht spreekt dan van verlangen.