CAMERA'S BEKLEED MET SLANGELEER

Leica Collectors Guide door Dennis Laney 392 blz., gell., Hove Collectors Books 1992, f 123,85 ISBN 1 874707 00 6

Redacteuren van de Nederlandse fotomaandbladen kwalificeren in hun besprekingen Leicacamera's, -lenzen en -accessoires zonder uitzondering als ""te duur, maar van uitzonderlijk hoge kwaliteit''. Vaak wijzen zij erop dat Leicaspullen zo duurzaam en nauwkeurig geconstrueerd zijn, dat ze zonder bezwaar en profijtelijker tweedehands kunnen worden gekocht.

Dat is waar. Van topcamera's van de Japanse concurrent zijn objectiefvattingen en scherpstelringen uitgelubberd na vijftien jaar intensief gebruik. Leica, grondlegger van de kleinbeeldfotografie en als laatste overgebleven van de eens roemruchte Duitse camerafabrikanten, fabriceert met zo weinig tolerantie en zo stevig dat slijtage tot een minimum beperkt blijft. Zelfs camera's en lenzen met krassen en butsen door jarenlang gebruik zijn van binnen vaak nog gaaf, werken soepel en leveren haarscherpe negatieven.

Japanse camera's hebben nog een ander nadeel. De Japanse fabrikanten zijn zo innovatief ingesteld dat er om de tien jaar een nieuwe generatie van nog sterker door elektronica beheerste camera's verschijnt. Het oude systeem is maar zelden te combineren met de moderne outfit.

Leica kent dat bezwaar niet. Sinds de introductie van de systeemcamera met verwisselbare objectieven in 1931 zijn er slechts drie systemen van lensbevestiging aan het camerahuis ontwikkeld. Twee daarvan zijn nu nog in gebruik. Het ene is de bajonetvatting van de meetzoekercamera's, de beroemde M-camera's. Het zijn de mooiste camera's ooit gebouwd en in hun simpelheid onovertroffen.

Het andere nog gangbare lens-camera-bevestigingssysteem is de vatting van de spiegelreflexcamera's. Voor het gegevensverkeer tussen lens en camera is het aantal "nokken' in de lenzen in de loop der jaren weliswaar uitgebreid van één naar drie, maar de oude lenzen kunnen worden omgebouwd. Een lens voor een M-camera uit 1954, het jaar waarin de eerste (de M3) op de markt kwam, past soepel op een M6 die net nieuw uit de winkel komt. Alsof ze voor elkaar gebouwd zijn.

PROGRAMMACHIP

Veel mensen vinden die aanpak van Leica echter ouderwets. Modern fotograferen vereist immers een zelf-scherpstellende camera, automatische instelling van sluitertijd en diafragma, liefst aan de hand van insteekbare programmachips, flitsen als de camera dat nodig vindt, automatisch filmtransport na iedere opname, automatisch terugspoelen als de film vol is en overmatig batterijgebruik. Een eigentijdse elektronische camera kan eigenlijk niet zonder een LCD-scherm om aan de fotograaf duidelijk te maken wat hij van plan is te gaan doen.

Leica's werken daarentegen nog geheel op hand- en denkkracht van de fotograaf. Het aantal knopjes is beperkt tot het allernoodzakelijkste: een scherpstelring, een diafragmaring, een sluitertijdenknop, een ontspanknop en een transporthendel. Leica zegt zich op de essentie van fotografie te concentreren: optische kwaliteit tot de grens van het technisch mogelijke en mechanische precisie voor betrouwbaarheid en duurzaamheid.

De recent verschenen Collectors Guide van Denis Laney laat zien dat die principes de afgelopen tachtig jaar (de oer-Leica dateert van 1913) een indrukwekkende collectie optische apparatuur hebben opgeleverd. In vergelijking met de Japanse na-oorlogse massaproduktie zijn er niet erg veel Leica's gebouwd, wat de aantrekkingskracht voor verzamelaars verhoogt. Hoeveel daar nog bij komt, zal de toekomst leren. De afgelopen jaren is de firma losgemaakt van Leitz, de miscroscopenfabrikant, een aantal malen in andere handen overgegaan en langs fatale afgronden gescheerd.

Het boek van Laney heet een verzamelaarsgids. Dat is misschien misleidend. Postzegelverzamelaars gebruiken hun zegels meestal niet, antieke serviezenverzamelaars drinken geen thee uit hun Chinese kopjes, bibliofielen lezen hun antieke boeken niet, maar Leica-verzamelaars schrikken er niet voor terug met hun Leica's te fotograferen. Uitgezonderd waarschijnlijk de mensen die vallen op de gelimiteerde oplagen van gouden en met slangeleer beklede Leica's, waarmee de fabriek bij ieder te bedenken jubileum weer een graantje van de snobismemarkt probeert mee te pikken. Jammer genoeg zijn op de weinige kleurenfoto's in de Collectors Guide veel van dat soort monsterlijke Leica's afgebeeld.

Het boek geeft wel een overzicht van wat de Leitzfabrieken in Wetzlar, Solms, de VS en Canada hebben afgeleverd. Niet alleen de camera's en lenzen zijn beschreven, maar ook alle accessoires, camera's en microscoopadapters voor medisch en wetenschappelijk gebruik, reproduktiestatieven, zoekers, filters, stereofoto-apparatuur, vergroters, projectoren en zelfs verrekijkers. Speciale oplagen, mogelijke aanpassingen, oorlogsprodukten, postcamera's, alles lijkt uitputtend beschreven en is vaak afgebeeld. De bewondering voor het vakmanschap van de Leicaconstructeurs slaat soms om in mededogen bij bestudering van bizarre mechanische constructies, zoals het hefboompje voor linkshandige fotografen, waarmee de ontspanknop naar de linkerkant van de camera verhuist.